Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

7 januari

Vandaag

3 min. lezen

Laat ons ons hart opheffen, mitsgaders de handen, tot God in de hemel.
Klaagliederen 3:41

Wanneer de Heere het recht stelt naar het richtsnoer en de gerechtigheid naar het paslood, wanneer Hij de levend gemaakte zondaar laat klagen over de verdiende kastijding vanwege de zonde, en hem zo ertoe brengt zijn wegen te onderzoeken en te doorzoeken, dan wekt dit in de ziel van die zondaar de ernstige uitroep: „Laat ons ons hart opheffen, mitsgaders onze handen.” Niet de handen zonder het hart, niet alleen het buigen van de knie, niet alleen het tonen van een ernstig en deftig gezicht, wat de gemakkelijke en gewone dekmantel van de huichelaar is; niet alleen de vorm van het gebed, die in deze dagen steeds meer op de voorgrond treedt, maar een opheffen van het hart met de handen. Dat is het enige ware gebed: wanneer het hart zich uitstort voor de troon van de genade en de Geest voor ons en in ons pleit met onuitsprekelijke zuchtingen. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid. Het verslagen hart en de verbroken geest, het innerlijk verlangen van de ziel naar Hem nadat Zijn tegenwoordigheid geproefd is, het bedroefde zuchten en smartelijke wenen, zal de Heere aanzien, terwijl Hij Zich zal afkeren van lippenwerk en vleselijke oefening.

Maar er ligt ook veel in de woorden „God in de hemel”. Deze uitdrukking stelt Hem voor als gezeten ver boven alle hemelen, in licht, majesteit en onuitsprekelijke heerlijkheid, en toch zittend op Zijn troon van barmhartigheid en genade om de ziel te zegenen die op Hem wacht. Hij is vol liefde en medelijden voor de arme en nooddruftige die zijn hart, en ook zijn hand, opheft. Hij heft hart en hand op om vergeving en vrede te ontvangen uit de volheid van Jezus, terwijl hij met onuitsprekelijke verlangens uitziet of de Heere Zelf hem genadig wil toelachen en liefde en gunst in zijn ziel wil laten stralen.

Deze opheffing van het hart — het enige ware en aangename gebed — kan niemand zichzelf geven. Alleen God, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil, kan in ons werken „het willen en het werken naar Zijn welbehagen”. De natuur, met al haar krachtsinspanningen en al haar nagebootste godzaligheid, kan dit geestelijk offer niet voortbrengen. Zij mag zich snijden met messen en van de morgen tot de avond uitroepen: „Baal, antwoord ons”, maar zij kan het heilige vuur niet uit de hemel laten neerdalen. Zij kan de hand opheffen, maar niet het hart.

Reken erop dat in deze geestelijke omgang met de levende God, buiten het zicht en buiten het bereik van de meest verfijnde huichelaar en zelfbedrieger, veel van de kracht van de ware godzaligheid ligt. Deze opheffing van het hart wanneer geen oog ons ziet en geen oor ons hoort, bij de dagelijkse bezigheden van het leven, in de eenzame kamer en op bed te middernacht, misschien omringd door de wereld en toch in de geest ervan afgezonderd, is een geheim dat alleen bekend is aan het levende huisgezin van God.

Aan de lezer…

Hier wordt een vraag gesteld die dieper gaat dan het uiterlijk: het is gemakkelijk de handen te vouwen en de knie te buigen, maar hoe staat het met uw hart? Misschien voelt u hoe koud en dor uw gebeden zijn, en schaamt u zich over het lippenwerk dat zo vaak opkomt. Wees daarover eerlijk voor de Heere. Een verbroken hart en een verslagen geest, een zucht en een traan in het verborgen, zal Hij niet verachten, al kan de natuur ze niet voortbrengen.

Want het opheffen van het hart kan niemand zichzelf geven; God moet het werken. Vraag Hem er dan om. Hij is God in de hemel, hoog verheven in majesteit, en toch gezeten op een troon van genade, vol medelijden voor de arme en nooddruftige. In de eenzame kamer, op bed te middernacht, te midden van de dagelijkse bezigheden: hef daar uw hart op tot Hem, en wacht of Hij u genadig wil toelachen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl