6 augustus
De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest dan die een stad inneemt.
Spreuken 16:32
Wat een vijand is iemands geest van zijn eigen vrede! En hoe zal ik het noemen? Hij is dikwijls een helse geest. Waarom? Omdat hij het merk des satans draagt. De hoogmoed van onze geest, de onbeschaamdheid van onze geest, het huichelachtige van onze geest, de zelfzucht van onze geest, zij zijn dikwijls voor ons verborgen. De sluwe duivel, het eigen ik, kan zo kruipen en indrinken, kan zo keren en draaien en kan zich onder zulke valse verschijningen voordoen, dat het dikwijls voor ons verborgen is.
Wie is de grootste vijand die wij te vrezen hebben? Wij allen hebben onze vijanden. Maar wie is onze grootste vijand? Die gij in uw eigen boezem draagt, die gij elke dag, elk uur, elk ogenblik bij u hebt; die zich in bijna iedere gedachte uws harten mengt; die bijna elke beweging beheerst, u somtijds opblaast met hoogmoed, uw begeerten doet ontvlammen, de vermetelheid in u ontsteekt en somtijds werkt onder geveinsde nederigheid en vleselijke heiligheid.
Nu, dit eigen ik moet overwonnen worden; want indien het ons overwint, dan zullen wij omkomen in de veroordeling van het eigen ik. De Heere heeft besloten de hoogmoed van des mensen heerlijkheid de kop in te drukken; Hij zal nooit het eigen ik – wat een ander woord is voor het schepsel – de kroon der overwinning doen dragen. Het moet gekruisigd, verloochend, gedood worden; het moet afgelegd worden, opdat Jezus moge worden aangedaan; opdat in het verloochenen van het eigen ik in Jezus mag geloofd worden, en dat in de kruisiging daarvan een zoete geestelijke vereniging moge zijn met Hem, Die gekruisigd is op Golgotha.
Nu, zijn wij bezig het eigen ik te overwinnen? Worden wij met vuisten geslagen? Wat zegt het eigen ik? Sla terug! Worden wij veracht? Wat zegt het eigen ik? Veracht en versmaad op gelijke wijze; geef voor een boze blik hetzelfde weer; voor een driest woord een driest woord terug; oog om oog en tand om tand. Maar wat zegt de Geest van God in een tedere consciëntie? „Word van het kwade niet overwonnen, maar overwin het kwade door het goede.”
De wijze om het eigen ik te overwinnen, is door het afzien van zichzelf en het opzien tot Hem, Die gekruisigd is aan het vloekhout, opdat wij Zijn beeld in onze harten mogen ontvangen en opdat wij gekleed mogen worden met Zijn gelijkenis; Zijn Geest mogen indrinken en uit Zijn volheid mogen ontvangen genade voor genade.
Aan de lezer…
Soms merkt u dat uw grootste vijand niet buiten u staat, maar in uw eigen boezem woont. Het eigen ik mengt zich in bijna iedere gedachte; het blaast op met hoogmoed, het ontsteekt de vermetelheid, en het kan zich zelfs hullen in geveinsde nederigheid. Wordt u geslagen of veracht, dan roept het terstond: „Sla terug!” Wie dat in zichzelf heeft leren kennen, schaamt zich en zucht om verlossing.
Wanhoop dan niet, maar zie af van uzelf. Het eigen ik wordt niet overwonnen door eigen kracht, maar door het opzien tot Hem, Die aan het vloekhout gekruisigd is. Daar wordt de hoogmoed de kop ingedrukt, en daar leert de ziel het kwade te overwinnen door het goede. Hoe meer u Zijn beeld in uw hart ontvangt, hoe meer u uit Zijn volheid zult ontvangen genade voor genade. De lankmoedige, die heerst over zijn geest, is beter dan de sterke.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest dan die een stad inneemt.
Spreuken 16:32
Wat is iemands geest een vijand van zijn eigen vrede! En hoe zal ik hem noemen? Hij is vaak een helse geest. Waarom? Omdat hij het merkteken van satan draagt. De hoogmoed van onze geest, de onbeschaamdheid van onze geest, het huichelachtige van onze geest, de zelfzucht van onze geest: ze zijn vaak voor ons verborgen. De sluwe duivel, het eigen ik, kan zo binnensluipen en indringen, kan zo keren en draaien en kan zich onder zulke valse gedaanten voordoen, dat het vaak voor ons verborgen is.
Wie is de grootste vijand die wij te vrezen hebben? Wij hebben allemaal onze vijanden. Maar wie is onze grootste vijand? Hij die u in uw eigen boezem draagt, die u elke dag, elk uur, elk ogenblik bij u hebt. Hij mengt zich in bijna iedere gedachte van uw hart en beheerst bijna elke beweging. Soms blaast hij u op met hoogmoed, doet hij uw begeerten ontvlammen en ontsteekt hij de vermetelheid in u, en soms werkt hij onder geveinsde nederigheid en vleselijke heiligheid.
Welnu, dit eigen ik moet overwonnen worden; want als het ons overwint, zullen wij omkomen in de veroordeling van het eigen ik. De Heere heeft besloten de hoogmoed van de heerlijkheid van de mens de kop in te drukken. Hij zal het eigen ik – wat een ander woord is voor het schepsel – nooit de kroon van de overwinning laten dragen. Het moet gekruisigd, verloochend en gedood worden. Het moet afgelegd worden, zodat Jezus aangedaan mag worden; zodat in het verloochenen van het eigen ik in Jezus geloofd mag worden, en er in de kruisiging daarvan een zoete geestelijke vereniging mag zijn met Hem, Die op Golgotha gekruisigd is.
Welnu, zijn wij bezig het eigen ik te overwinnen? Worden wij met vuisten geslagen? Wat zegt het eigen ik? Sla terug! Worden wij veracht? Wat zegt het eigen ik? Veracht en versmaad op dezelfde manier; geef voor een boze blik hetzelfde terug, voor een brutaal woord een brutaal woord; oog om oog en tand om tand. Maar wat zegt de Geest van God in een teder geweten? „Word van het kwade niet overwonnen, maar overwin het kwade door het goede.”
De manier om het eigen ik te overwinnen is door af te zien van zichzelf en op te zien naar Hem, Die gekruisigd is aan het vloekhout. Zo mogen wij Zijn beeld in ons hart ontvangen en met Zijn gelijkenis bekleed worden; zo mogen wij Zijn Geest indrinken en uit Zijn volheid genade voor genade ontvangen.
Aan de lezer…
Soms merkt u dat uw grootste vijand niet buiten u staat, maar in uw eigen boezem woont. Het eigen ik mengt zich in bijna iedere gedachte; het blaast op met hoogmoed, het ontsteekt de vermetelheid, en het kan zich zelfs hullen in geveinsde nederigheid. Wordt u geslagen of veracht, dan roept het meteen: „Sla terug!” Wie dat in zichzelf heeft leren kennen, schaamt zich en zucht om verlossing.
Wanhoop dan niet, maar zie af van uzelf. Het eigen ik wordt niet overwonnen door eigen kracht, maar door op te zien naar Hem, Die aan het vloekhout gekruisigd is. Daar wordt de hoogmoed de kop ingedrukt, en daar leert de ziel het kwade te overwinnen door het goede. Hoe meer u Zijn beeld in uw hart ontvangt, hoe meer u uit Zijn volheid genade voor genade zult ontvangen. De lankmoedige, die heerst over zijn geest, is beter dan de sterke.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“He that is slow to anger is better than the mighty; and he that ruleth his spirit than he that taketh a city.”
Proverbs 16:32
What a foe to one’s peace is one’s own spirit! And what shall I call it? It is often an infernal spirit. Why? Because it bears the mark of Satan upon it. The pride of our spirit, the presumption of our spirit, the hypocrisy of our spirit, the intense selfishness of our spirit are often hidden from us. This wily devil, SELF, can wear such masks and assume such forms; this serpent, SELF, can so creep and crawl, can so twist and turn, and can disguise itself under such false appearances, that it is hidden often from ourselves.
Who is the greatest enemy we have to fear? We all have our enemies. But who is our greatest enemy? He that you carry in your own bosom; your daily, hourly, and momently companion, that entwines himself in nearly every thought of your heart; that suggests well nigh every motive; that sometimes puffs up with pride, sometimes inflames with lust, sometimes inflates with presumption, and sometimes works under feigned humility and fleshly holiness.
Now this SELF must be overcome; for if SELF overcomes us eventually, we shall perish in the condemnation of SELF. God is determined to stain the pride of human glory. He will never let self, (which is but another word for the creature,) wear the crown of victory. It must be crucified, denied, and mortified; it must be put off, so that Jesus may be put on; that in the denying of SELF, Jesus may be believed in; and that in the crucifixion of SELF, there may be a solemn spiritual union with Him Who was crucified on Calvary.
Now, are we overcoming SELF? Are we buffeted? What says SELF? “Buffet back.” Are we despised? What says SELF? “Despise back; retort angry look for angry look, and hasty word, for hasty word; an eye for an eye, and a tooth for a tooth.” But what says the Spirit of God in a tender conscience? “Be not overcome of evil, but overcome evil with good.”
The way to overcome self is by looking out of self to Him Who was crucified upon Calvary’s tree; to receive His image into our heart; to be clothed with His likeness; to drink into His spirit; and “receive out of His fullness grace for grace.”
To the reader…
Sometimes you notice that your greatest enemy does not stand outside you, but dwells in your own bosom. Self mixes itself into nearly every thought; it puffs up with pride, it inflames presumption, and it can even wrap itself in feigned humility. If you are buffeted or despised, it cries at once, “Buffet back!” Whoever has come to know that in himself is ashamed and sighs for deliverance.
Do not despair, then, but look away from yourself. Self is not overcome by your own strength, but by looking to Him Who was crucified upon the accursed tree. There pride is brought down, and there the soul learns to overcome evil with good. The more you receive His image into your heart, the more you will receive out of His fullness grace for grace. He that is slow to anger and rules his spirit is better than the mighty.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mejor es el que tarde se aira que el fuerte; y el que se enseñorea de su espíritu, que el que toma una ciudad.”
Proverbios 16:32
¡Qué enemigo de la propia paz es el propio espíritu! ¿Y cómo lo llamaré? A menudo es un espíritu infernal. ¿Por qué? Porque lleva sobre sí la marca de Satanás. El orgullo de nuestro espíritu, la presunción de nuestro espíritu, la hipocresía de nuestro espíritu, el intenso egoísmo de nuestro espíritu, a menudo nos están ocultos. Este astuto diablo, el YO, puede llevar tales máscaras y tomar tales formas; esta serpiente, el YO, puede de tal modo arrastrarse y deslizarse, retorcerse y dar vueltas, y disfrazarse bajo tales falsas apariencias, que a menudo nos queda oculto aun a nosotros mismos.
¿Quién es el mayor enemigo que hemos de temer? Todos tenemos nuestros enemigos. Pero ¿quién es nuestro mayor enemigo? El que usted lleva en su propio pecho; su compañero de cada día, de cada hora y de cada momento, que se entrelaza en casi cada pensamiento de su corazón; que sugiere casi cada motivo; que a veces hincha de orgullo, a veces inflama de concupiscencia, a veces infla de presunción, y a veces obra bajo una humildad fingida y una santidad carnal.
Ahora bien, este YO tiene que ser vencido; porque si al final el YO nos vence a nosotros, pereceremos en la condenación del YO. Dios está resuelto a manchar la soberbia de la gloria humana. Nunca dejará que el yo (que no es sino otra palabra para la criatura) lleve la corona de la victoria. Tiene que ser crucificado, negado y mortificado; tiene que ser despojado, para que Jesús sea vestido; para que en la negación del YO se crea en Jesús; y para que en la crucifixión del YO haya una solemne unión espiritual con Aquel Que fue crucificado en el Calvario.
Ahora bien, ¿estamos venciendo al YO? ¿Somos abofeteados? ¿Qué dice el YO? “Devuelve el golpe.” ¿Somos despreciados? ¿Qué dice el YO? “Desprecia tú también; devuelve mirada airada por mirada airada, y palabra precipitada por palabra precipitada; ojo por ojo, y diente por diente.” Pero ¿qué dice el Espíritu de Dios en una conciencia tierna? “No seas vencido de lo malo; mas vence con el bien el mal.”
La manera de vencer al yo es mirar fuera de uno mismo a Aquel Que fue crucificado en el madero del Calvario; recibir Su imagen en nuestro corazón; ser revestidos de Su semejanza; beber de Su espíritu; y “tomar de Su plenitud gracia por gracia”.
Al lector…
A veces nota usted que su mayor enemigo no está fuera de usted, sino que mora en su propio pecho. El yo se mezcla en casi cada pensamiento; hincha de orgullo, inflama la presunción, y aun puede envolverse en una humildad fingida. Si es abofeteado o despreciado, clama enseguida: “¡Devuelve el golpe!” Quien ha llegado a conocer eso en sí mismo se avergüenza y suspira por liberación.
No desespere, pues, sino aparte la mirada de sí mismo. El yo no se vence con las propias fuerzas, sino mirando a Aquel Que fue crucificado en el madero maldito. Allí se abate el orgullo, y allí aprende el alma a vencer con el bien el mal. Cuanto más reciba usted Su imagen en su corazón, tanto más tomará de Su plenitud gracia por gracia. Mejor es el que tarde se aira y se enseñorea de su espíritu que el fuerte.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl