Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

31 maart

Het lijden en sterven van Christus

Vandaag

3 min. lezen

Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze, hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.
Hebreeën 5:7-8

Een paar druppels van Gods toorn, neergelaten in het geweten van een kind van God, hebben menige levende ziel doen uitroepen: „Ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig. Uw hittige toornigheden gaan over mij; Uw verschrikkingen doen mij vergaan” (Ps. 88:16,17). Maar wat is alles wat Job, Heman, Jeremia of Jona doorstonden, vergeleken met de vloed van pijn en verschrikking die de ziel van onze gezegende Heere overweldigde? Daarom lezen we over Hem in de hof, toen de eerste hevige kwellingen opkwamen, dat Hij „begon verbaasd en zeer beangst te worden” (Mar. 14:33). Daarom zei Hij tegen Zijn drie discipelen, die ooggetuigen van Zijn lijden zouden zijn: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe” (Matth. 26:38).

Die last was zo groot dat Zijn menselijke natuur onder het gewicht zou zijn bezweken en Zijn ziel en lichaam uit elkaar zouden zijn gescheurd, als er niet vier steunpilaren waren geweest. De eerste was de kracht van Zijn Godheid; want hoewel die haar kracht opzettelijk niet toonde, bleef zij onverbrekelijk met Zijn heilige mensheid verenigd. De tweede was de hulp en steun van de Heilige Geest, Die Zijn menselijke natuur ondersteunde onder de last die erop gelegd was. De derde was de vreugde die Hem was voorgesteld, waardoor Hij het kruis kon verdragen en de schande verachten (Hebr. 12:2). De vierde was de versterking door de dienende engel die uit de hemel was gestuurd (Luk. 22:43).

Zo gesteund en gesterkt zonk onze barmhartige Verlosser niet weg in de diepe wateren. Als onze grote Hogepriester heeft Hij „gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze” (Hebr. 5:7). Dat was niet, zoals sommigen ten onrechte dachten, uit angst dat Zijn opdracht zou mislukken of dat Hij in de hel zou wegzinken. Het was omdat Hij Zijn heilige Vader vreesde met de eerbied van een Zoon; want kinderlijke vrees was, evenals elke andere genade, als Zijn schat in het hart van Jezus aanwezig (Jes. 11:2,3).

Lezen: Hebreeën 5

Aan de lezer…

Misschien, lezer, hebt u iets geproefd van die klacht: „Uw verschrikkingen doen mij vergaan.” Een paar druppels van Gods toorn in het geweten, en de ziel weet niet meer waar zij het zoeken moet. Maar wat is dat alles vergeleken met de vloed die over de ziel van onze gezegende Heere ging, toen Hij in de hof verbaasd en zeer beangst begon te worden? Hij bezweek niet, want Hij werd gedragen: door de kracht van Zijn Godheid, door de Heilige Geest, door de vreugde die Hem was voorgesteld, en door de engel die uit de hemel kwam om Hem te versterken.

Hij heeft met sterke roeping en tranen gebeden, en Hij is verhoord. Zou Hij, Die zo de weg van het lijden heeft leren kennen, dan vreemd staan tegenover uw benauwdheid? Breng uw gebeden en smekingen, hoe zwak en gebroken ook, tot Hem. Hij weet wat tranen zijn, en Hij is de grote Hogepriester voor wie uit de diepte roept.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl