31 juli
Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten.
Psalm 107:6
O, wat een genade is het dat er een God is om tot Hem de toevlucht te nemen! Een God Die hoort en antwoordt op het gebed! En wat een zaligheid is het, in staat gesteld te worden zijn belaste geest in Zijn boezem uit te storten. Merkt op de woorden: „Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid.” Indien gij in benauwdheid zijt, hier hebt gij een voldoende waarborg om daarmede tot God te gaan. Bemoeilijkt uzelf niet met de vraag of gij uitverkoren of niet uitverkoren zijt. De Heere zet u niet voor die vraag, en gij behoeft dit ook niet te doen.
Het antwoord zal u best tonen aan welke kant van de lijn gij staat. Zegt Hij niet: „Roept Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen en gij zult Mij eren”? Bevindt gij u in een dag der benauwdheid? Hier hebt gij een zekere waarborg dat gij tot God gaan kunt. Indien gij verwaardigd wordt te zuchten en uit te roepen tot de Heere, dan is er leven in uw ziel. God heeft u levend gemaakt door Zijn gezegende Geest, als Hij een zucht in uw hart gegeven heeft.
Herinner u de man in Ezechiël, op wie de Heere het zegel van goedkeuring zette. Het waren degenen die zuchtten en uitriepen over al de gruwelen die zij zagen en waarnamen in zichzelf en in anderen (Ezechiël 9:4). Indien dan de Heere een zucht en uitroep in uw ziel gelegd heeft vanwege de waarneming uwer gruwelen in uw hart, dan zijt gij één dergenen op wie Hij Zijn zegel gezet heeft. Geheiligde benauwdheden zijn wel de grootste zegeningen, en één dier gezegende vruchten is deze, dat zij ons bewaren van neder te zinken op onze droesem en stil en gerust te zijn te Sion.
Zou bij zorgeloze, wereldsgezinde, hoogmoedige, inhalige belijders, verzonken in vleselijkheid en dood, ooit een zuchten of roepen in hun ziel gevonden worden? Zij mogen een vormelijk gebed — een morgengebed, een avondgebed, een familiegebed — hebben, zo rond als een bal en zo koud als op Kerstmis. Stijf en bevroren in het vlees, zijn ze ijs in zichzelf, en waar zij komen, brengen zij die koude met zich mede. Maar de Heere laat Zijn volk niet wandelen op zo’n koude, levenloze, bevroren weg met slechts wat vormelijke vroomheid, wat lippendienst en met gebeden die op een oude, versleten schoen gelijken, zijnde veel gebruikt. Hij zendt verdrukkingen, beproevingen en benauwdheden over hen, brengt hen in de woestijn, oefent hen degelijk in het pad der verdrukking, en onder dit alles ondersteunt Hij hen en verwekt een roepen in hun ziel, dat Hij gewis verhoren zal.
Aan de lezer…
U die in benauwdheid bent en daarbij gekweld wordt door de vraag of u wel uitverkoren bent: bemoeilijk uzelf daar niet mee. De Heere zet u niet voor die vraag; Hij zegt eenvoudig: „Roept Mij aan in de dag der benauwdheid.” Uw benauwdheid zelf is een voldoende waarborg om tot Hem te gaan, en het antwoord zal u beter tonen aan welke kant van de lijn u staat dan al uw gepeins.
Kunt u niet meer dan zuchten over de gruwelen die u in uw eigen hart waarneemt? Dat zuchten is geen teken van de dood, maar van leven; God Zelf heeft het in uw hart gelegd. Een koude, vormelijke belijder zucht niet. Daarom zendt de Heere Zijn volk benauwdheden, opdat zij niet neerzinken op hun droesem. Roep dan, al is het met een gebroken stem; want Hij verwekt geen roepen in een ziel dat Hij niet gewis verhoren zal.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten.
Psalm 107:6
O, wat een genade is het dat er een God is bij Wie wij onze toevlucht kunnen nemen! Een God Die hoort en het gebed beantwoordt! En wat een zaligheid is het om in staat gesteld te worden zijn belaste geest in Zijn schoot uit te storten. Let op de woorden: „Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid.” Als u in benauwdheid bent, dan hebt u hier een voldoende waarborg om daarmee naar God te gaan. Maak het uzelf niet moeilijk met de vraag of u uitverkoren of niet uitverkoren bent. De Heere stelt u niet voor die vraag, en u hoeft dat ook zelf te laten.
Het antwoord zal u het beste laten zien aan welke kant van de lijn u staat. Zegt Hij niet: „Roept Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen en gij zult Mij eren”? Bent u in een dag van benauwdheid? Dan hebt u hier een zekere waarborg dat u naar God kunt gaan. Als u verwaardigd wordt te zuchten en tot de Heere te roepen, dan is er leven in uw ziel. God heeft u door Zijn gezegende Geest levend gemaakt, als Hij een zucht in uw hart gegeven heeft.
Denk aan de man in Ezechiël, op wie de Heere het zegel van Zijn goedkeuring zette. Het waren degenen die zuchtten en uitriepen over al de gruwelen die zij zagen en opmerkten in zichzelf en in anderen (Ezechiël 9:4). Als de Heere dan een zucht en een roep in uw ziel gelegd heeft, omdat u de gruwelen in uw hart opmerkt, dan bent u een van hen op wie Hij Zijn zegel gezet heeft. Geheiligde benauwdheden zijn wel de grootste zegeningen. Een van hun gezegende vruchten is dat zij ons ervoor bewaren neer te zinken op onze droesem en stil en gerust te zijn in Sion.
Zou er bij zorgeloze, wereldsgezinde, hoogmoedige, hebzuchtige belijders, verzonken in vleselijkheid en dood, ooit een zuchten of roepen in hun ziel gevonden worden? Zij mogen een vormelijk gebed hebben — een morgengebed, een avondgebed, een gezinsgebed — zo rond als een bal en zo koud als met Kerstmis. Stijf en bevroren in het vlees zijn zij ijs in zichzelf, en waar zij komen, brengen zij die kou met zich mee. Maar de Heere laat Zijn volk niet wandelen op zo’n koude, levenloze, bevroren weg, met alleen wat vormelijke vroomheid, wat lippendienst en gebeden die op een oude, versleten schoen lijken, omdat ze zo veel gebruikt zijn. Hij zendt hun verdrukkingen, beproevingen en benauwdheden, brengt hen in de woestijn en oefent hen grondig op het pad van de verdrukking. En onder dat alles ondersteunt Hij hen en wekt Hij een roepen in hun ziel, dat Hij zeker zal verhoren.
Aan de lezer…
U die in benauwdheid bent en daarbij gekweld wordt door de vraag of u wel uitverkoren bent: maak het uzelf daarmee niet moeilijk. De Heere stelt u niet voor die vraag; Hij zegt eenvoudig: „Roept Mij aan in de dag der benauwdheid.” Uw benauwdheid zelf is een voldoende waarborg om naar Hem toe te gaan, en het antwoord zal u beter laten zien aan welke kant van de lijn u staat dan al uw gepieker.
Kunt u niet meer dan zuchten over de gruwelen die u in uw eigen hart opmerkt? Dat zuchten is geen teken van de dood, maar van leven; God Zelf heeft het in uw hart gelegd. Een koude, vormelijke belijder zucht niet. Daarom zendt de Heere Zijn volk benauwdheden, zodat zij niet neerzinken op hun droesem. Roep dan, ook al is het met een gebroken stem; want Hij wekt geen roepen in een ziel dat Hij niet zeker zal verhoren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Then they cried unto the LORD in their trouble, and he delivered them out of their distresses.”
Psalm 107:6
Oh what a mercy it is that there is a God to go to! a God Who hears and answers prayer! And what a blessing it is to be able to unbosom before Him the burdened spirit! Observe the words—“Then they cried unto the Lord in their trouble.” If you have trouble it is a sufficient warrant for you to go to God with it. Do not trouble yourself with the question, whether you are elect or non-elect. God does not put it in that shape, and you need not. The answer will best show on which side of the line you stand.
Does He not say—“Call upon Me in the day of trouble—I will deliver you, and you shall glorify Me?” If you have a day of trouble, you have here a sufficient warrant to call upon God. Write not, then, bitter things against yourself. If you are enabled to sigh and cry unto the Lord there is life in your soul. God has quickened you by His blessed Spirit if He has put a sigh and cry into your bosom. Remember the men in Ezekiel on whom the Lord put the approving seal. It was those who sighed and cried for the abominations which they saw and felt in themselves and others (Ezekiel 9:4). If, then, the Lord has put a sigh and cry into your bosom on account of your felt inward abominations, you are one of those on whom He has set His seal.
Sanctified troubles are some of our greatest blessings; and one of their blessed fruits is that they keep us from settling on our lees and being at ease in Zion. Careless, worldly-minded, proud, covetous professors, sunk in carnality and death, where is there ever a cry in their soul? They may have a formal prayer—a morning prayer, an evening prayer, a family prayer, and all as round as a ball, and as cold as ice. Stiff and frozen in carnality they are ice themselves, and they bring their ice with them wherever they come.
But God does not allow His people to go on in this cold, lifeless, frozen, icy way, with mere formal devotion, lip service, and prayers worn out like an old shoe with long and continual treading. He sends afflictions, trials, and troubles upon them, takes them into the wilderness, exercises them well in the path of tribulation, and supporting them under it, raises up a cry which He is sure to hear.
To the reader…
You who are in trouble and are tormented besides by the question whether you are elect: do not make it hard for yourself with that. The Lord does not set that question before you; He says simply, “Call upon Me in the day of trouble.” Your trouble itself is a sufficient warrant to go to Him, and the answer will show you better on which side of the line you stand than all your brooding.
Can you do no more than sigh over the abominations you notice in your own heart? That sighing is no sign of death, but of life; God Himself has put it into your heart. A cold, formal professor does not sigh. That is why the Lord sends His people troubles, so that they do not settle on their lees. Cry, then, even if it is with a broken voice; for He raises up no cry in a soul which He will not surely hear.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Habiendo empero clamado á Jehová en su angustia, librólos de sus aflicciones.”
Salmo 107:6
¡Oh, qué misericordia es que haya un Dios a quien acudir! ¡Un Dios Que oye y responde la oración! ¡Y qué bendición es poder desahogar ante Él el espíritu cargado! Observe las palabras: “Clamaron a Jehová en su angustia.” Si usted tiene angustia, eso es garantía suficiente para ir con ella a Dios. No se atormente con la pregunta de si es elegido o no elegido. Dios no lo plantea en esa forma, y usted tampoco necesita hacerlo. La respuesta mostrará mejor de qué lado de la línea está usted.
¿No dice Él: “E invócame en el día de la angustia: te libraré, y tú me honrarás”? Si tiene usted un día de angustia, tiene aquí garantía suficiente para invocar a Dios. No escriba, pues, cosas amargas contra sí mismo. Si se le concede suspirar y clamar al Señor, hay vida en su alma. Dios le ha vivificado por Su bendito Espíritu si ha puesto un suspiro y un clamor en su pecho. Recuerde a los hombres de Ezequiel sobre quienes el Señor puso el sello de Su aprobación. Eran los que gemían y clamaban a causa de las abominaciones que veían y sentían en sí mismos y en otros (Ezequiel 9:4). Si, pues, el Señor ha puesto un suspiro y un clamor en su pecho a causa de las abominaciones interiores que usted siente, es usted uno de aquellos sobre quienes Él ha puesto Su sello.
Las angustias santificadas son algunas de nuestras mayores bendiciones; y uno de sus benditos frutos es que nos guardan de asentarnos sobre nuestras heces y de estar reposados en Sión. Los profesantes descuidados, mundanos, orgullosos, codiciosos, hundidos en la carnalidad y la muerte, ¿dónde hay jamás un clamor en su alma? Pueden tener una oración formal —una oración de la mañana, una oración de la noche, una oración familiar—, todo tan redondo como una bola y tan frío como el hielo. Rígidos y helados en la carnalidad, ellos mismos son hielo, y llevan su hielo consigo dondequiera que van.
Pero Dios no permite que Su pueblo siga de esta manera fría, sin vida, helada y gélida, con una mera devoción formal, un servicio de labios y oraciones gastadas como un zapato viejo por el largo y continuo pisar. Envía sobre ellos aflicciones, pruebas y angustias, los lleva al desierto, los ejercita bien en la senda de la tribulación, y sosteniéndolos en ella, levanta un clamor que Él de seguro oirá.
Al lector…
Usted que está en angustia y además es atormentado por la pregunta de si es elegido: no se lo haga difícil con eso. El Señor no le pone delante esa pregunta; dice sencillamente: “Invócame en el día de la angustia.” Su angustia misma es garantía suficiente para ir a Él, y la respuesta le mostrará mejor de qué lado de la línea está usted que todas sus cavilaciones.
¿No puede hacer más que suspirar por las abominaciones que nota en su propio corazón? Ese suspirar no es señal de muerte, sino de vida; Dios mismo lo ha puesto en su corazón. Un profesante frío y formal no suspira. Por eso el Señor envía angustias a Su pueblo, para que no se asiente sobre sus heces. Clame, pues, aunque sea con voz quebrada; porque Él no levanta en un alma ningún clamor que no vaya de seguro a oír.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl