30 juni
Twijfelmoedig, doch niet mismoedig.
2 Korinthe 4:8
O, wat een genade, om te midden van alle in- en uitwendige verwarring en onrust buiten het bereik van Reus Wanhoop te blijven; niet te worden opgesloten in de ijzeren kooi, niet te worden overgegeven tot wanhoop en zelfmoord, gelijk Judas en Achitofel, en na een lang leven van belijdenis ten opzichte van het geloof ellendig schipbreuk te lijden. Nu, het kind van God, met al zijn twijfelingen, vrezen, inzinkingen, angstige voorgevoelens en beproevende moeilijkheden, komt nooit werkelijk in wanhoop. Hij moge zó dicht de grenzen van dat zwarte gebied betreden dat het bijna niet te onderscheiden is of hij op de grens dan wel in dit gebied zelf wandelt.
Want ik geloof dat vele kinderen van God bij tijden tot het ernstige besluit komen dat er geen hoop voor hen is, want zij kunnen niet bezien hoe zij verlost kunnen worden of hun zonden vergeven kunnen worden. En ofschoon dit niet de zwarte wanhoop is, noch zulk een volstrekte en onherstelbare vertwijfeling als Saul en Judas hebben beleefd – want op de bodem des harten leeft nog de gedachte „wie weet” – toch is dit gewisselijk een wandelen zeer nabij de grenzen van dit duistere en vreselijke land. Ik kan het niet zeggen, en ik geloof dat niemand dit kan, hoe laag een kind van God kan zinken en hoe lang hij daarin kan volharden onder schrik en vrees van de Almachtige; maar wij hebben de verzekering uit Gods Woord om te geloven dat hij nooit zal worden overgegeven tot een gehele wanhoop, want de Heere bewaart zijn voet van te vallen in die vreselijke put en te worden geworpen in die zee waar noch oever noch bodem te vinden is.
Aan de lezer…
Soms zinkt u zo laag dat u meent dat er voor u geen hoop meer is, omdat u niet zien kunt hoe uw zonden ooit vergeven kunnen worden. Wandelt u zo dicht bij de grenzen van dat duistere land dat u niet meer weet of u erop of erin staat? U bent niet de enige; vele kinderen van God zijn daar geweest, en niemand kan zeggen hoe diep zij kunnen zinken.
Maar leeft er op de bodem van uw hart nog een zwak „wie weet”? Houd dat vast, want daarin is het verschil met de zwarte wanhoop. Twijfelmoedig, doch niet mismoedig: zo spreekt Gods Woord over Zijn volk. De Heere bewaart de voet van de Zijnen, dat zij niet vallen in die vreselijke put. Al ziet u geen oever en geen bodem, Hij laat u niet los.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Twijfelmoedig, doch niet mismoedig.
2 Korinthe 4:8
O, wat een genade om te midden van alle innerlijke en uiterlijke verwarring en onrust buiten het bereik van Reus Wanhoop te blijven; niet te worden opgesloten in de ijzeren kooi, niet te worden overgegeven aan wanhoop en zelfmoord, zoals Judas en Achitofel, en niet na een lang leven van belijdenis ellendig schipbreuk te lijden aan het geloof. Welnu, het kind van God komt, met al zijn twijfels, vrezen, inzinkingen, angstige voorgevoelens en beproevende moeilijkheden, nooit werkelijk in wanhoop. Hij kan wel zo dicht bij de grenzen van dat zwarte gebied komen dat bijna niet te onderscheiden is of hij op de grens loopt of in dat gebied zelf.
Want ik geloof dat veel kinderen van God soms tot de ernstige conclusie komen dat er voor hen geen hoop is, omdat zij niet kunnen zien hoe zij verlost kunnen worden of hoe hun zonden vergeven kunnen worden. Dit is niet de zwarte wanhoop, en ook niet zo’n volstrekte en onherstelbare wanhoop als Saul en Judas hebben gekend – want op de bodem van het hart leeft nog de gedachte „wie weet”. Toch is dit zeker een wandelen heel dicht bij de grenzen van dat duistere en vreselijke land. Ik kan niet zeggen, en ik geloof dat niemand het kan, hoe diep een kind van God kan zinken en hoe lang hij daarin kan blijven onder schrik en vrees voor de Almachtige. Maar wij hebben de zekerheid uit Gods Woord om te geloven dat hij nooit aan een volledige wanhoop zal worden overgegeven, want de Heere bewaart zijn voet ervoor te vallen in die vreselijke put en geworpen te worden in die zee waar geen oever en geen bodem te vinden is.
Aan de lezer…
Soms zinkt u zo diep dat u meent dat er voor u geen hoop meer is, omdat u niet kunt zien hoe uw zonden ooit vergeven kunnen worden. Wandelt u zo dicht bij de grenzen van dat duistere land dat u niet meer weet of u erop of erin staat? U bent niet de enige; veel kinderen van God zijn daar geweest, en niemand kan zeggen hoe diep zij kunnen zinken.
Maar leeft er op de bodem van uw hart nog een zwak „wie weet”? Houd dat vast, want daarin ligt het verschil met de zwarte wanhoop. Twijfelmoedig, doch niet mismoedig: zo spreekt Gods Woord over Zijn volk. De Heere bewaart de voet van de Zijnen, zodat zij niet vallen in die vreselijke put. Al ziet u geen oever en geen bodem, Hij laat u niet los.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
We are perplexed, but not in despair.
2 Corinthians 4:8
Oh! what a mercy, amid every degree of inward or outward perplexity, to be out of the reach of Giant Despair; not to be shut up in the iron cage; not to be abandoned, as Judas or Ahithophel, to utter desperation and suicide, and, after a long life of profession, concerning faith to make dreadful shipwreck! Now the child of God, with all his doubts, fears, sinkings, misgivings, and trying perplexities is never really and truly in despair.
He may tread so near the borders of that black country that it may almost be debatable land whether he is walking in despair or upon the borders of it; for I believe many children of God have at times come to the solemn conclusion that there is no hope for them, for they cannot see how they can be saved or have their aggravated sins pardoned.
And though this be not black despair, nor such utter, irremediable desperation as seized Saul and Judas, for there still is a “Who can tell?” yet it certainly is walking very near the borders of that dark and terrible land. I cannot tell, nor do I believe any can, how low a child of God may sink, or how long he may continue under the terrors of the Almighty; but we have the warrant of God’s Word to believe that he is never given up to utter despair, for the Lord holds up his feet from falling into that terrible pit, and being cast into that sea to which there is neither bottom nor shore.
To the reader…
Sometimes you sink so low that you think there is no hope left for you, because you cannot see how your sins could ever be pardoned. Are you walking so near the borders of that dark land that you no longer know whether you are on its edge or inside it? You are not the only one; many children of God have been there, and no one can say how low they may sink.
But is there still a faint “Who can tell?” alive at the bottom of your heart? Hold on to it, for in it lies the difference from black despair. Perplexed, but not in despair: that is how God’s Word speaks of His people. The Lord keeps the feet of His own, so that they do not fall into that terrible pit. Though you see neither shore nor bottom, He will not let you go.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En apuros, mas no desesperamos.
2 Corintios 4:8
¡Oh, qué misericordia es, en medio de todo grado de apuro interior o exterior, estar fuera del alcance del Gigante Desesperación; no estar encerrado en la jaula de hierro; no ser abandonado, como Judas o Ahitofel, a la desesperación total y al suicidio, y, después de una larga vida de profesión, naufragar terriblemente en la fe! Ahora bien, el hijo de Dios, con todas sus dudas, temores, hundimientos, recelos y apuros penosos, nunca está real y verdaderamente desesperado.
Puede caminar tan cerca de las fronteras de aquella tierra negra que casi sea terreno discutible si anda en la desesperación o en sus fronteras; porque creo que muchos hijos de Dios han llegado a veces a la solemne conclusión de que no hay esperanza para ellos, pues no pueden ver cómo podrán ser salvos o cómo podrán ser perdonados sus pecados agravados.
Y aunque esto no sea la negra desesperación, ni una desesperación tan total e irremediable como la que se apoderó de Saúl y de Judas, porque todavía queda un “¿Quién sabe?”, ciertamente es andar muy cerca de las fronteras de aquella tierra oscura y terrible. No puedo decir, ni creo que nadie pueda, cuán bajo puede hundirse un hijo de Dios, ni cuánto tiempo puede permanecer bajo los terrores del Todopoderoso; pero tenemos la garantía de la Palabra de Dios para creer que nunca es entregado a la desesperación total, porque el Señor sostiene sus pies para que no caiga en aquel pozo terrible y no sea arrojado a aquel mar que no tiene fondo ni orilla.
Al lector…
A veces usted se hunde tan bajo que piensa que ya no queda esperanza para usted, porque no ve cómo sus pecados podrían jamás ser perdonados. ¿Camina tan cerca de las fronteras de aquella tierra oscura que ya no sabe si está en su borde o dentro de ella? No es el único; muchos hijos de Dios han estado allí, y nadie puede decir cuán bajo pueden hundirse.
Pero ¿sigue vivo todavía un débil “¿Quién sabe?” en el fondo de su corazón? Aférrese a él, porque en él está la diferencia con la negra desesperación. En apuros, mas no desesperados: así habla la Palabra de Dios de Su pueblo. El Señor guarda los pies de los Suyos, para que no caigan en aquel pozo terrible. Aunque usted no vea ni orilla ni fondo, Él no le soltará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl