30 januari
Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Niemand kan deze loopbaan lopen dan de heiligen van God; want het pad daarvan is heilig land, waarvan wij lezen: En geen onrein beest zal daarop gevonden worden. Alleen de verlosten wandelen daarop, en niemand heeft ooit de prijs gekregen dan diegenen die deze hemelse loopbaan gelopen hebben, als verlost door het dierbaar bloed. Zodra wij door het geloof de loopbaan zien die ons voorgesteld is, beginnen wij te lopen. En gelijk Christen in de „Christenreis” vlieden wij van de stad des verderfs, onze stappen gevleugeld met vrees en beving.
Dit alles, inzonderheid bij het begin, houdt in: beweging, werkzaamheid, een voortspoeden, lopende als het ware om onzes levens wil; als een Lot, zoekende te ontkomen naar het gebergte; vliedende, gelijk de profeet daarvan spreekt: „Gelijk gij vlood voor de aardbeving in de dagen van Uzzia” (Zach. 14:5); of als een doodslager, vliedende tot de vrijstad vanwege de bloedwreker. Gelijk dan de loper zijn handen, voeten en hoofd vooruitstrekt en alleen voor ogen heeft om het eerst het eindpunt te bereiken, zo is het eveneens in de geestelijke loopbaan. Er is een uitstrekken van de vermogens der wedergeboren ziel naar de voorgestelde hemelse prijs. Er is een zich uitstrekken van het geestelijk verstand om een klaar inzicht te krijgen in de hemelse waarheid.
Er is een uitstrekken van de begeerten des harten om de liefde Gods te mogen smaken en een toenadering tot Hem door het bloed der besprenging; om de weg der zaligheid voor zichzelf te kennen en een vaste overtuiging dat onze voeten daarop wandelen. Kortom, om een teken ten goede te mogen ontvangen en een openbaring van de vergevende liefde Gods; om te mogen wandelen in Zijn vrees, te leven tot Zijn eer, en de vereniging en gemeenschap met de Heere te mogen genieten. En er is een uitstrekken van de genegenheden des harten naar Jezus en naar de waarheid zoals die in Jezus is, met veel verlangen, ademtochten, ernstige beden en vurige worstelingen aan de troon der genade, om de waarheid te mogen kennen en door de waarheid geheiligd en vrijgemaakt te worden.
Zodat, wanneer gij het woord „loopbaan” als zinnebeeld van het pad van een christen begrijpt, gij verstaat dat het niet enkel een beweging van het lichaam voorstelt, wat de apostel een lichamelijke oefening noemt, maar dat bedoeld wordt een inwendige beweging der ziel, of liever van de genade die God in uw boezem gelegd heeft en waaraan geestelijke vermogens medegedeeld worden, waardoor zij voorwaarts schrijdt in de wegen Gods, onder de invloeden van de gezegende Geest.
Aan de lezer…
Loopt u op de loopbaan, of staat u nog stil? Wie eenmaal door het geloof gezien heeft welke weg hem voorgesteld is, kan niet blijven zitten. Hij vlucht als een doodslager naar de vrijstad, met stappen gevleugeld door vrees en beving. Het is geen lichamelijke oefening, maar een inwendige beweging van de ziel: een uitstrekken naar de liefde Gods, naar het bloed der besprenging, naar Jezus Zelf.
Misschien valt het lopen u zwaar en schijnt het u dat u nauwelijks vooruitkomt. Maar is er in u dat verlangen, die ademtocht, dat worstelen aan de troon der genade om de waarheid te mogen kennen? Dan is de genade die God in uw boezem gelegd heeft wel degelijk in beweging. Loop dan met lijdzaamheid, niet in eigen kracht, maar onder de invloeden van de gezegende Geest. Hij Die u op de weg gezet heeft, zal u daarop voortleiden tot aan de prijs.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Niemand kan deze loopbaan lopen dan de heiligen van God, want het pad ervan is heilig land, waarvan wij lezen: En geen onrein beest zal daarop gevonden worden. Alleen de verlosten wandelen daarop, en niemand heeft ooit de prijs gekregen dan zij die deze hemelse loopbaan gelopen hebben, als verlosten door het dierbaar bloed. Zodra wij door het geloof de loopbaan zien die ons voorgesteld is, beginnen wij te lopen. En zoals Christen in de „Christenreis” vluchten wij uit de stad van het verderf, onze stappen gevleugeld door vrees en beven.
Dit alles houdt, vooral in het begin, in: beweging, bezigheid, voortsnellen, lopen als het ware voor ons leven; zoals Lot, die probeerde te ontkomen naar het gebergte; vluchten, zoals de profeet daarover spreekt: „Gelijk gij vlood voor de aardbeving in de dagen van Uzzia” (Zach. 14:5); of zoals een doodslager die vanwege de bloedwreker naar de vrijstad vlucht. Zoals de hardloper zijn handen, voeten en hoofd vooruitsteekt en maar één doel voor ogen heeft, namelijk als eerste de eindstreep te bereiken, zo is het ook in de geestelijke loopbaan. Er is een uitstrekken van de vermogens van de wedergeboren ziel naar de hemelse prijs die voorgesteld is. Er is een zich uitstrekken van het geestelijk verstand om een helder inzicht te krijgen in de hemelse waarheid.
Er is een uitstrekken van de begeerten van het hart om de liefde van God te mogen smaken en tot Hem te naderen door het bloed der besprenging; om de weg van de zaligheid voor zichzelf te kennen en vast overtuigd te zijn dat onze voeten daarop wandelen. Kortom, om een teken ten goede te mogen ontvangen en een openbaring van de vergevende liefde van God; om te mogen wandelen in Zijn vreze, te leven tot Zijn eer, en de vereniging en gemeenschap met de Heere te mogen genieten. En er is een uitstrekken van de genegenheden van het hart naar Jezus en naar de waarheid zoals die in Jezus is, met veel verlangen, zuchten, ernstige gebeden en vurig worstelen aan de troon van de genade, om de waarheid te mogen kennen en door de waarheid geheiligd en vrijgemaakt te worden.
Wanneer u het woord „loopbaan” dus begrijpt als beeld van het pad van een christen, dan verstaat u dat het niet alleen een beweging van het lichaam voorstelt, wat de apostel een lichamelijke oefening noemt. Er wordt een innerlijke beweging van de ziel mee bedoeld, of liever van de genade die God in uw hart gelegd heeft en waaraan geestelijke vermogens worden meegedeeld, waardoor zij onder de invloed van de gezegende Geest voortgaat op de wegen van God.
Aan de lezer…
Loopt u op de loopbaan, of staat u nog stil? Wie eenmaal door het geloof gezien heeft welke weg hem voorgesteld is, kan niet blijven zitten. Hij vlucht als een doodslager naar de vrijstad, met stappen gevleugeld door vrees en beven. Het is geen lichamelijke oefening, maar een innerlijke beweging van de ziel: een uitstrekken naar de liefde van God, naar het bloed der besprenging, naar Jezus Zelf.
Misschien valt het lopen u zwaar en lijkt het alsof u nauwelijks vooruitkomt. Maar is er in u dat verlangen, dat zuchten, dat worstelen aan de troon van de genade om de waarheid te mogen kennen? Dan is de genade die God in uw hart gelegd heeft wel degelijk in beweging. Loop dan met lijdzaamheid, niet in eigen kracht, maar onder de invloed van de gezegende Geest. Hij Die u op de weg gezet heeft, zal u daarop verder leiden tot aan de prijs.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
None can run this race but the saints of God, for the ground itself is holy ground, of which we read that “no unclean beast is to be found therein.” None but the redeemed walk there; and none have ever won the prize but those who have run this heavenly race—as redeemed by precious blood.
Now no sooner do we see by faith the race set before us than we begin to run; and, like Christian in the “Pilgrim’s Progress,” we run from the City of Destruction, our steps being winged with fear and apprehension. All this, especially in the outset, implies energy, movement, activity, pressing forward; running, as it were, for our life; escaping, as Lot, to the mountain; fleeing, as the prophet speaks, “like as you fled from before the earthquake in the days of Uzziah” (Zech. 14:5); or as the manslayer fled to the city of refuge from the avenger of blood.
As, then, the runner stretches forward hands, and feet, and head, intent only on being first to reach the goal, so in the spiritual race there is a stretching forth of the faculties of the new-born soul to win the heavenly prize. There is a stretching forth of the spiritual understanding to become possessed of clear views of heavenly truth. There is a stretching forth of the desires of the heart to experience the love of God; to feel acceptance with Him through the blood of sprinkling; to know the way of salvation for ourselves, and to have clear evidences that our feet are in it; to receive tokens for good, and manifestations of the pardoning love of God; to walk in His fear, live to His praise, and enjoy union and communion with the blessed Lord.
And there is a stretching forth of the affections of the heart after Jesus and the truth as it is in Jesus, with many longings, breathings, earnest cries, and fervent wrestlings at the throne of grace, that we may know the truth and by the truth be sanctified and made free. So that when you look at the word “race” as emblematic of a Christian’s path, you see that it is not any movement of the body, what the Apostle calls “bodily exercise,” that is intended, but an inward movement of the soul, or rather of the grace that God has lodged in your bosom, and to which are communicated spiritual faculties, whereby it moves forward in the ways of God, under the influences of the blessed Spirit.
To the reader…
Are you running the race, or are you still standing still? Whoever has once seen by faith the way that is set before him cannot remain sitting. He flees like the manslayer to the city of refuge, his steps winged with fear and trembling. It is not bodily exercise, but an inward movement of the soul: a stretching forth after the love of God, after the blood of sprinkling, after Jesus Himself.
Perhaps the running is hard for you, and it seems as though you scarcely make any progress. But is there within you that longing, that sighing, that wrestling at the throne of grace to know the truth? Then the grace God has lodged in your heart is truly in motion. Run, then, with patience, not in your own strength, but under the influence of the blessed Spirit. He Who set you on the way will lead you further along it, all the way to the prize.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
Nadie puede correr esta carrera sino los santos de Dios, porque el terreno mismo es terreno santo, del cual leemos que “no pasará por él inmundo” y que ninguna bestia fiera se hallará allí. Nadie sino los redimidos caminan por allí; y nadie ha ganado jamás el premio sino los que han corrido esta carrera celestial, como redimidos por la sangre preciosa.
Ahora bien, tan pronto como vemos por la fe la carrera que nos es propuesta, comenzamos a correr; y, como Cristiano en “El progreso del peregrino”, huimos de la Ciudad de Destrucción, con los pasos alados por el temor y la aprensión. Todo esto, especialmente al principio, implica energía, movimiento, actividad, un avanzar con empeño; un correr, por así decirlo, para salvar la vida; un escapar, como Lot, al monte; un huir, como dice el profeta, “como huisteis por causa del terremoto en los días de Uzías” (Zacarías 14:5); o como el homicida huía del vengador de la sangre a la ciudad de refugio.
Así pues, como el corredor extiende hacia adelante las manos, los pies y la cabeza, atento solo a llegar el primero a la meta, así en la carrera espiritual hay un extenderse de las facultades del alma nacida de nuevo para ganar el premio celestial. Hay un extenderse del entendimiento espiritual para llegar a poseer ideas claras de la verdad celestial. Hay un extenderse de los deseos del corazón por experimentar el amor de Dios; por sentir la aceptación ante Él por la sangre del esparcimiento; por conocer el camino de la salvación para nosotros mismos y tener evidencias claras de que nuestros pies están en él; por recibir señales para bien y manifestaciones del amor perdonador de Dios; por andar en Su temor, vivir para Su alabanza y gozar de unión y comunión con el bendito Señor.
Y hay un extenderse de los afectos del corazón tras Jesús y la verdad tal como está en Jesús, con muchos anhelos, suspiros, clamores fervientes y luchas ardientes ante el trono de la gracia, para que conozcamos la verdad y por la verdad seamos santificados y hechos libres. De modo que, cuando usted mira la palabra “carrera” como figura del camino del cristiano, ve que no se trata de un movimiento cualquiera del cuerpo, lo que el apóstol llama “el ejercicio corporal”, sino de un movimiento interior del alma, o más bien de la gracia que Dios ha depositado en su pecho y a la cual se le comunican facultades espirituales, por las cuales avanza en los caminos de Dios bajo las influencias del bendito Espíritu.
Al lector…
¿Está usted corriendo la carrera, o está todavía parado? Quien ha visto una vez por la fe el camino que le es propuesto no puede quedarse sentado. Huye como el homicida a la ciudad de refugio, con los pasos alados por el temor y el temblor. No es ejercicio corporal, sino un movimiento interior del alma: un extenderse tras el amor de Dios, tras la sangre del esparcimiento, tras Jesús mismo.
Quizá el correr se le hace pesado, y le parece que apenas avanza. Pero ¿hay dentro de usted ese anhelo, ese suspirar, ese luchar ante el trono de la gracia por conocer la verdad? Entonces la gracia que Dios ha depositado en su corazón está verdaderamente en movimiento. Corra, pues, con paciencia, no con sus propias fuerzas, sino bajo la influencia del bendito Espíritu. Aquel que le puso en el camino le llevará adelante por él, hasta el premio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl