30 augustus
Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig de begeerlijkheden, die tevoren in uw onwetendheid waren; maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelf heilig in al uw wandel; daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:14-16
De genade legt ons de grootste aller verplichtingen op aan Hem Die ze vrij en overvloedig schonk, en wel om een gelovige gehoorzaamheid te betonen aan Zijn geopenbaarde wil en Zijn geopenbaard Woord. Het is Zijn vrije, soevereine en bijzondere genade alleen, die ons maakt en doet kennen als Zijn kinderen, en daarom vraagt zij van ons, als een zwak en zeer onvoldoend bewijs van dankbare lof, dat wij wandelen waardig der roeping waarmede wij geroepen zijn, en Hem in ons lichaam en onze geest, die Zijn eigendom zijn, verheerlijken. Hij die dit nooit gekend en gevoeld heeft, kent niets van de rijkdom van Gods genade in de openbaring van barmhartigheid en liefde aan zijn ziel.
Zulk een weet, hij moge doen wat hij kan, dat hij nooit genoeg kan doen om de lof te verkondigen van Hem Die hem uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. En het is hem altijd tot smart en kruis dat hij, door de macht der zonde die in hem is, de dingen niet doen kan die hij wilde doen, maar dat hij altijd tekortkomt en zondigt tegen de bloedende en stervende Liefde. Voor zulk een zijn daarom de voorschriften van het Evangelie even dierbaar als de beloften, en hij ziet dat zij in het Woord der Waarheid staan opgetekend als „een lamp voor zijn voet en een licht op zijn pad”: een richtsnoer waardoor hij, zo hij slechts zijn schreden kon richten, God zou verheerlijken, in vrede en liefde met Zijn volk verkeren, een goed geweten bewaren en de leer die hij belijdt, in alle dingen tot sieraad verstrekken.
Och, dat ik klaar en onderscheiden zag,
hoe ’k mij naar uw bevelen moet gedragen,
uw wond’ren recht betrachten dag aan dag.
Mijn ziel druipt weg van treurigheid en klagen.
Ai, richt mij op, verander mijn geklag,
wil naar uw woord mij gunstig onderschragen.
Psalm 119:14
Aan de lezer…
Kent u dat? Het is u tot smart en kruis dat u niet kunt doen wat u zo graag zou willen. Dat u, terwijl uw hart begeert God te verheerlijken, toch telkens tekortkomt en zondigt tegen de bloedende en stervende Liefde? Laat die smart u niet wanhopig maken. Zij is juist een teken dat de genade in u werkt; wie haar nooit gekend heeft, kent zulk een droefheid niet.
Want het is de vrije, soevereine genade alleen die u tot een kind van God maakt, en uit die genade wordt ook het verlangen geboren om heilig te wandelen. Daarom worden de voorschriften van het Evangelie u even dierbaar als de beloften: een lamp voor uw voet en een licht op uw pad. Vraag dan de Heere, Die u geroepen heeft en heilig is, of Hij uw zwakke schreden naar Zijn Woord wil richten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig de begeerlijkheden, die tevoren in uw onwetendheid waren; maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelf heilig in al uw wandel; daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:14-16
De genade legt ons de grootste van alle verplichtingen op tegenover Hem Die haar vrij en overvloedig schonk: de verplichting om een gelovige gehoorzaamheid te betonen aan Zijn geopenbaarde wil en Zijn geopenbaard Woord. Het is alleen Zijn vrije, soevereine en bijzondere genade die ons tot Zijn kinderen maakt en ons als zodanig doet kennen. Daarom vraagt zij van ons, als een zwak en zeer onvoldoende bewijs van dankbare lof, dat wij wandelen waardig de roeping waarmee wij geroepen zijn, en Hem verheerlijken in ons lichaam en in onze geest, die Zijn eigendom zijn. Wie dit nooit gekend en gevoeld heeft, kent niets van de rijkdom van Gods genade in de openbaring van barmhartigheid en liefde aan zijn ziel.
Zo iemand weet dat hij, wat hij ook doet, nooit genoeg kan doen om de lof te verkondigen van Hem Die hem uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. En het is hem altijd tot smart en kruis dat hij door de macht van de zonde die in hem is, niet de dingen kan doen die hij zou willen doen, maar altijd tekortkomt en zondigt tegen de bloedende en stervende Liefde. Voor zo iemand zijn de voorschriften van het Evangelie daarom even dierbaar als de beloften. Hij ziet dat zij in het Woord der Waarheid zijn opgeschreven als „een lamp voor zijn voet en een licht op zijn pad”. Zij zijn een richtsnoer waardoor hij, als hij zijn schreden er maar naar kon richten, God zou verheerlijken, in vrede en liefde met Zijn volk zou omgaan, een goed geweten zou bewaren en de leer die hij belijdt, in alle dingen zou sieren.
Och, dat ik klaar en onderscheiden zag,
hoe ’k mij naar uw bevelen moet gedragen,
uw wond’ren recht betrachten dag aan dag.
Mijn ziel druipt weg van treurigheid en klagen.
Ai, richt mij op, verander mijn geklag,
wil naar uw woord mij gunstig onderschragen.
Psalm 119:14
Aan de lezer…
Kent u dat? Het is u tot smart en kruis dat u niet kunt doen wat u zo graag zou willen. Dat u, terwijl uw hart begeert God te verheerlijken, toch telkens tekortkomt en zondigt tegen de bloedende en stervende Liefde? Laat die smart u niet wanhopig maken. Zij is juist een teken dat de genade in u werkt; wie de genade nooit gekend heeft, kent zo’n droefheid niet.
Want het is alleen de vrije, soevereine genade die u tot een kind van God maakt, en uit die genade wordt ook het verlangen geboren om heilig te wandelen. Daarom worden de voorschriften van het Evangelie u even dierbaar als de beloften: een lamp voor uw voet en een licht op uw pad. Vraag dan de Heere, Die u geroepen heeft en heilig is, of Hij uw zwakke schreden naar Zijn Woord wil richten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
As obedient children, not fashioning yourselves according to the former lusts in your ignorance: but as He which hath called you is holy, so be ye holy in all manner of conversation; because it is written, Be ye holy; for I am holy.
1 Peter 1:14-16
Grace lays us under the greatest of all obligations to its free and bountiful Giver, and especially to render a believing obedience to His revealed will and word. It is His free, sovereign, and distinguishing grace alone which makes and manifests us to be His children, and therefore it demands of us, as a feeble and most insufficient tribute of grateful praise, that we should walk worthy of the vocation with which we are called, and glorify Him in our body and spirit which are His. He that has never known and felt this knows nothing of the riches of God’s grace in the manifestation of mercy and love to his soul.
Such a one knows, that do what he can, he can never do enough to show forth the praises of Him Who has called him out of darkness into His marvelous light, and his grief and burden ever are that, through the power of indwelling sin, he cannot do the things that he would, but is always falling short, always sinning against bleeding, dying love.
To such a one, therefore, the precepts of the gospel are as dear as the promises, and he sees that they are set in the word of truth as “a lamp to his feet and a light to his path,” a guiding rule by which, if he could but direct his steps, he would glorify God, walk in peace and love with His people, preserve a good conscience, and adorn the doctrine which he professes in all things. Obedience, therefore, to him is a sweet word, and is viewed by him as a precious portion of that free and everlasting gospel which, in restoring fallen man to God’s favor, restores him also to an obedience acceptable in His sight.
To the reader…
Do you know this? It is a grief and a cross to you that you cannot do what you would so gladly do. That, while your heart longs to glorify God, you still fall short again and again and sin against bleeding, dying Love? Do not let that grief drive you to despair. It is precisely a sign that grace is at work in you; whoever has never known grace knows no such sorrow.
For it is only free, sovereign grace that makes you a child of God, and out of that grace the desire to walk in holiness is also born. That is why the precepts of the gospel become as dear to you as the promises: a lamp unto your feet and a light unto your path. Ask the Lord, then, Who has called you and is holy, to direct your feeble steps according to His Word.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Como hijos obedientes, no conformándoos con los deseos que antes teníais estando en vuestra ignorancia; sino como aquel que os ha llamado es santo, sed también vosotros santos en toda conversación: porque escrito está: Sed santos, porque yo soy santo.
1 Pedro 1:14-16
La gracia nos pone bajo la mayor de todas las obligaciones para con su libre y generoso Dador, y especialmente la de rendir una obediencia creyente a Su voluntad y palabra reveladas. Es solo Su gracia libre, soberana y distintiva la que nos hace y nos manifiesta como Sus hijos, y por eso exige de nosotros, como un tributo débil y del todo insuficiente de alabanza agradecida, que andemos como es digno de la vocación con que somos llamados, y le glorifiquemos en nuestro cuerpo y en nuestro espíritu, los cuales son Suyos. El que nunca ha conocido y sentido esto no sabe nada de las riquezas de la gracia de Dios en la manifestación de misericordia y amor a su alma.
Uno así sabe que, haga lo que haga, nunca puede hacer lo suficiente para anunciar las virtudes de Aquel que le ha llamado de las tinieblas a Su luz admirable, y su pena y carga son siempre que, por el poder del pecado que mora en él, no puede hacer lo que quisiera, sino que siempre se queda corto, siempre peca contra un amor que sangró y murió.
Para uno así, por tanto, los preceptos del evangelio son tan queridos como las promesas, y ve que están puestos en la palabra de verdad como “lámpara á sus pies y lumbrera á su camino”, una regla que guía, por la cual, si tan solo pudiera dirigir sus pasos, glorificaría a Dios, andaría en paz y amor con Su pueblo, conservaría una buena conciencia y adornaría en todo la doctrina que profesa. La obediencia, por tanto, es para él una palabra dulce, y la considera una porción preciosa de aquel evangelio libre y eterno que, al restaurar al hombre caído al favor de Dios, lo restaura también a una obediencia aceptable delante de Él.
Al lector…
¿Conoce usted esto? Es para usted una pena y una cruz no poder hacer lo que tan gustosamente haría. ¿Que, mientras su corazón anhela glorificar a Dios, todavía se queda corto una y otra vez y peca contra el Amor que sangró y murió? No deje que esa pena le lleve a la desesperación. Es precisamente una señal de que la gracia obra en usted; quien nunca ha conocido la gracia no conoce tal tristeza.
Porque es solo la gracia libre y soberana la que le hace hijo de Dios, y de esa gracia nace también el deseo de andar en santidad. Por eso los preceptos del evangelio llegan a serle tan queridos como las promesas: lámpara a sus pies y lumbrera a su camino. Pida, pues, al Señor, que le ha llamado y es santo, que dirija sus débiles pasos conforme a Su Palabra.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl