Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

3 oktober

Vandaag

3 min. lezen

Maar Ik zal u uw ziel tot een buit geven, in alle plaatsen, waar gij zult henen trekken.
Jeremia 45:5

Aan de uitverkorenen wordt leven meegedeeld op de tijd dat de gezegende Geest hun zielen levend maakt: een eeuwig leven, dat hun wordt meegedeeld uit de volheid van de Zoon van God. Dit leven is een persoonlijk leven, en daarom ligt er iets aangenaams in de uitdrukking „uw leven”. Uw leven zal Ik u als een buit geven. Dit leven, verborgen in de volheid van Christus, wordt op de bestemde tijd door de Heilige Geest in de ziel gewerkt. Het wordt door Zijn almachtige kracht onderhouden en zal steeds helderder stralen in het Koninkrijk van de eeuwigheid.

Maar uit de uitdrukking in de tekst mogen wij opmerken dat dit leven op een bijzondere manier aan het kind van God gegeven is. „Ik zal u uw ziel tot een buit geven.” Het woord „buit” laat zien dat dit leven een voorwerp van aanranding is. Wij horen van roofdieren en roofvogels, en die uitdrukking duidt aan dat het vleesetende dieren zijn. Zo geven de woorden „uw ziel – of uw leven – tot een buit geven” aan dat er roofzuchtige dieren zijn die op de loer liggen en begerig zijn om dit leven te roven, dat God de Heilige Geest in de ziel gegrondvest heeft.

Hoe juist en bevindelijk beschrijven deze woorden het inwendige Koninkrijk van God! Het eeuwige leven wordt door God geschonken. Als het gegeven is, wordt het door Hem onderhouden en door Zijn kracht bewaard, zodat het in eeuwigheid niet zal worden uitgeblust. Toch wordt het door een voortdurend wonder bewaard, zoals een brandende lamp die op de golven van de zee drijft. Of, om een ander beeld te gebruiken dat ik zelf ergens gezien heb: zoals een kaars die bij harde wind over een heide gedragen werd. Zo is ons leven ons als een buit gegeven, en de kracht, trouw en wijsheid van God worden in dit leven ongeschonden onderhouden en te midden van alle vijanden wonderlijk geopenbaard.

Zoals Daniël werd bewaard in de leeuwenkuil, en de drie jongelingen in de vurige oven, zo wordt ook het leven van God in de ziel te midden van de leeuwen bewaard. David zegt het zo: „Mijn ziel is in het midden der leeuwen; ik lig onder stokebranden” (Psalm 57:5). Eert daarom de Heere. „Eert de Heere in hetgeen geleden wordt” (Jesaja 24:15, Eng. vertaling). Het leven van een kind van God is dus een voortdurende strijd tussen geloof en ongeloof, tussen vijandschap en liefde, tussen de genade van God en de opstand van het vleselijk gemoed, tussen de inzinkingen van een kwijnende geest en de verheffingen door het licht van Gods vriendelijk aangezicht.

Aan de lezer…

Merkt u soms dat het leven in uw ziel zo zwak is als een kaars die in harde wind over een heide gedragen wordt? Liggen er vijanden op de loer, begerig om te roven wat God in u gewerkt heeft? Wees dan niet verbaasd: het woord „buit” zegt juist dat dit leven een voorwerp van aanranding is. Maar het zegt ook dat de Heere het u geeft, en wat Hij schenkt, onderhoudt en bewaart Hij door Zijn kracht.

Uw leven is verborgen in de volheid van Christus. Daniël werd bewaard in de leeuwenkuil en de jongelingen in de vurige oven; zo wordt ook het leven van God in uw ziel te midden van de leeuwen bewaard. De strijd tussen geloof en ongeloof, tussen genade en het vleselijk gemoed, is geen teken dat het leven ontbreekt, maar juist dat het er is. Eer dan de Heere, ook in wat geleden wordt; Hij zal dit licht niet laten uitdoven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl