3 augustus
Deze zal zeggen: Ik ben des Heeren, en die zal zich noemen met de name Jacobs; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des Heeren; en zich toenoemen met de name Israëls.
Jesaja 44:5
„Een ander zal zich noemen met de name Jacobs.” Jacob was een worstelaar, want hij worstelde de gehele nacht met de engel, en om zijn worstelen werd hij gezegend. Zo kunt gij nu zijn een worstelende Jacob, maar zijt nog niet geworden de overmogende Israël. Gij moogt nu en dan in uw geweten niet zijn zonder een gevoel van schuld, en dikwijls twijfelen en vrezen of de wortel der zaak in u is, omdat gij de taal der verzekerdheid niet kunt gebruiken en zeggen: „Ik ben des Heeren.” En toch kunt gij een worstelende Jacob zijn.
De Heere kan Zijn Geest in u gelegd hebben om met Hem om de zegen te worstelen, en toch kan Hij u niet dat gepaste geloof geschonken hebben waardoor gij geloven kunt dat Hij de uwe is, en gij Hem zo kunt noemen. Hoe was de patriarch Jacob vol twijfel en vrees, toen zijn leven en dat van zijn vrouw en kinderen in de hand waren van de beledigde Ezau! Maar het was juist die vrees die hem te meer deed worstelen en te vuriger deed roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.” Kunt gij zeggen: „Ik zoek met mijn ganse hart om zulk een zegen; ik worstel erom met God door gebeden en smekingen, en niets dan dat kan mij bevredigen”? Als dat uw ervaring is, dan kunt gij u gewis met de naam van Jacob noemen.
„En zal zich toenoemen met de name Israëls.” Zo Jacob een worstelaar voorstelt in het rijk der genade, dan is Israël het beeld van iemand die de zegen verkregen heeft. Wanneer dus een worstelende Jacob door de kracht zijns arms God overmocht heeft, dan mag hij zich noemen met de naam Israël. Dan kan hij zeggen: „Ik heb met God geworsteld om de beloofde zegen, en heb die verkregen. Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord. Ik heb mijn bede voor Hem gelegd en Hij heeft ze eindelijk gehoord.” Zo worstelden en overwonnen Hanna, David, Hiskia en vele heiligen, zowel die reeds ontslapen zijn als zij die nog leven.
Ik lag gekneld in banden van de dood,
daar d’ angst der hel mij alle troost deed missen.
Ik was benauwd, omringd door droefenissen,
maar riep de Heer dus aan in al mijn nood.
Ps. 116:2, 3
Aan de lezer…
Misschien kunt u nog niet met vrijmoedigheid zeggen: „Ik ben des Heeren.” Twijfelt en vreest u of de wortel der zaak wel in u is, omdat de taal der verzekerdheid u niet over de lippen wil? Schrik dan niet te zeer van uzelf. Er is ook plaats voor een worstelende Jacob. Hij was vol vrees in de nacht voordat hij Ezau ontmoette, en juist die vrees dreef hem om te roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.”
Zoekt u met uw ganse hart naar de zegen en kan niets anders u bevredigen? Dan is het de Geest des Heeren Die u zo doet worstelen, en Hij geeft niet tevergeefs zulke zuchten. Houd aan met gebeden en smekingen, ook als het lang nacht blijft. Zo worstelden Hanna, David en Hiskia, en zij werden verhoord. De dag kan komen dat ook u zegt: „Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Deze zal zeggen: Ik ben des Heeren, en die zal zich noemen met de name Jacobs; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des Heeren; en zich toenoemen met de name Israëls.
Jesaja 44:5
„Een ander zal zich noemen met de name Jacobs.” Jacob was een worstelaar, want hij worstelde de hele nacht met de engel, en om zijn worstelen werd hij gezegend. Zo kunt u nu een worstelende Jacob zijn, terwijl u nog niet de overmogende Israël bent geworden. Misschien bent u nu en dan in uw geweten niet vrij van een gevoel van schuld. Misschien twijfelt en vreest u vaak of de wortel van de zaak wel in u is, omdat u de taal van de verzekerdheid niet kunt gebruiken en niet kunt zeggen: „Ik ben des Heeren.” En toch kunt u een worstelende Jacob zijn.
De Heere kan Zijn Geest in u gelegd hebben om met Hem om de zegen te worstelen, terwijl Hij u nog niet het passende geloof geschonken heeft waardoor u kunt geloven dat Hij de uwe is, en waardoor u Hem zo kunt noemen. Wat was de aartsvader Jacob vol twijfel en vrees, toen zijn leven en dat van zijn vrouw en kinderen in de hand waren van de beledigde Ezau! Maar juist die vrees deed hem des te meer worstelen en des te vuriger roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.” Kunt u zeggen: „Ik zoek met mijn ganse hart om zulk een zegen; ik worstel erom met God door gebeden en smekingen, en niets dan dat kan mij bevredigen”? Als dat uw bevinding is, dan mag u zich met recht met de naam van Jacob noemen.
„En zal zich toenoemen met de name Israëls.” Als Jacob in het rijk van de genade het beeld is van een worstelaar, dan is Israël het beeld van iemand die de zegen ontvangen heeft. Wanneer een worstelende Jacob dus door de kracht van zijn arm God overmocht heeft, dan mag hij zich met de naam Israël noemen. Dan kan hij zeggen: „Ik heb met God geworsteld om de beloofde zegen, en heb die verkregen. Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord. Ik heb mijn bede voor Hem gelegd en Hij heeft ze eindelijk gehoord.” Zo worstelden en overwonnen Hanna, David, Hiskia en vele heiligen, zowel zij die al ontslapen zijn als zij die nog leven.
Ik lag gekneld in banden van de dood,
daar d’ angst der hel mij alle troost deed missen.
Ik was benauwd, omringd door droefenissen,
maar riep de Heer dus aan in al mijn nood.
Ps. 116:2, 3
Aan de lezer…
Misschien kunt u nog niet met vrijmoedigheid zeggen: „Ik ben des Heeren.” Twijfelt en vreest u of de wortel van de zaak wel in u is, omdat de taal van de verzekerdheid u niet over de lippen wil komen? Schrik dan niet te veel van uzelf. Er is ook plaats voor een worstelende Jacob. Hij was vol vrees in de nacht voordat hij Ezau ontmoette, en juist die vrees dreef hem om te roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.”
Zoekt u met heel uw hart naar de zegen en kan niets anders u bevredigen? Dan is het de Geest van de Heere Die u zo doet worstelen, en Hij werkt zulke zuchten niet tevergeefs. Houd aan met gebeden en smekingen, ook als het lang nacht blijft. Zo worstelden Hanna, David en Hiskia, en zij werden verhoord. De dag kan komen dat ook u zegt: „Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
One shall say, I am the LORD’s; and another shall call himself by the name of Jacob; and another shall subscribe with his hand unto the LORD, and surname himself by the name of Israel.
Isaiah 44:5
“Another shall call himself by the name of Jacob.” Jacob was a wrestler, for he wrestled all night with the angel; and by wrestling he obtained the blessing. So at present you may be a wrestling Jacob, but have not yet come off a prevailing Israel. You may not be without a sense of guilt and bondage at times in your conscience, and may often doubt and fear whether the root of the matter be in you, because you cannot use the language of assurance and say, “I am the Lord’s.” Still you may be a wrestling Jacob. The Lord may have put His Spirit in you to enable you to wrestle with Him for the blessing, and yet He may not have given you that appropriating faith whereby you can believe that He is yours, and can call Him such.
How full was the patriarch Jacob of doubt and fear when his own life, and that of his wife and children, lay in the very hands of the injured Esau! But it was this very fear which made him wrestle all the harder, and more fervently cry out, “I will not let you go except you bless me.” Can you not say, “I am seeking for a blessing of this kind with all my heart; I am wrestling with God for it by prayer and supplication, and nothing less can satisfy me?” If this be your experience, you certainly may “call yourself by the name of Jacob.”
“And shall surname himself by the name of Israel.” As Jacob represents a wrestler in the court of grace, so Israel is the emblem of one who has obtained the blessing. When, therefore, any wrestling Jacob has prevailed with God by strength of arm, he may surname himself by the name of Israel. He can then say, “I have wrestled with God for the promised blessing, and have obtained it. I have cried unto the Lord, and He has heard my cry. I have spread my petition before Him, and He has at last granted it.” So wrestled and so prevailed Hannah, David, Hezekiah, and many a saint both dead and living.
To the reader…
Perhaps you cannot yet say with boldness: “I am the LORD’s.” Do you doubt and fear whether the root of the matter is in you, because the language of assurance will not pass your lips? Then do not be too alarmed at yourself. There is room for a wrestling Jacob too. He was full of fear in the night before he met Esau, and it was that very fear that drove him to cry out: “I will not let Thee go, except Thou bless me.”
Are you seeking the blessing with all your heart, and can nothing else satisfy you? Then it is the Spirit of the Lord Who makes you wrestle so, and He does not work such sighs in vain. Keep on with prayers and supplications, even if the night lasts long. So wrestled Hannah, David and Hezekiah, and they were heard. The day may come when you too will say: “I cried unto the LORD, and He heard my voice.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Este dirá: Yo soy de Jehová; el otro se llamará del nombre de Jacob; y otro escribirá con su mano, A Jehová, y se apellidará con el nombre de Israel.
Isaías 44:5
“El otro se llamará del nombre de Jacob”. Jacob fue un luchador, porque luchó toda la noche con el ángel; y luchando obtuvo la bendición. Así, en el presente usted puede ser un Jacob que lucha, pero no haber salido todavía como un Israel que prevalece. Puede que a veces no esté libre de un sentimiento de culpa y servidumbre en su conciencia, y que a menudo dude y tema si la raíz del asunto está en usted, porque no puede usar el lenguaje de la seguridad y decir: “Yo soy de Jehová”. Aun así, puede ser un Jacob que lucha. Puede que el Señor haya puesto Su Espíritu en usted para capacitarle a luchar con Él por la bendición, y sin embargo no le haya dado todavía aquella fe apropiadora por la cual puede creer que Él es suyo y llamarle así.
¡Qué lleno de duda y temor estaba el patriarca Jacob cuando su propia vida, y la de su mujer y sus hijos, estaban en las mismas manos del agraviado Esaú! Pero fue precisamente este temor el que le hizo luchar con más fuerza y clamar con más fervor: “No te dejaré, si no me bendices”. ¿No puede usted decir: “Busco una bendición de esta clase con todo mi corazón; lucho con Dios por ella con oración y ruego, y nada menos puede satisfacerme”? Si esta es su experiencia, ciertamente puede “llamarse del nombre de Jacob”.
“Y se apellidará con el nombre de Israel”. Así como Jacob representa a un luchador en el tribunal de la gracia, Israel es el emblema de uno que ha obtenido la bendición. Por tanto, cuando algún Jacob que lucha ha prevalecido con Dios por la fuerza de su brazo, puede apellidarse con el nombre de Israel. Entonces puede decir: “He luchado con Dios por la bendición prometida, y la he obtenido. He clamado al Señor, y Él ha oído mi clamor. He presentado mi petición delante de Él, y al fin me la ha concedido”. Así lucharon y así prevalecieron Ana, David, Ezequías y muchos santos, tanto muertos como vivos.
Al lector…
Quizá usted todavía no pueda decir con denuedo: “Yo soy de Jehová”. ¿Duda y teme si la raíz del asunto está en usted, porque el lenguaje de la seguridad no pasa por sus labios? Entonces no se alarme demasiado de sí mismo. También hay lugar para un Jacob que lucha. Él estaba lleno de temor la noche antes de encontrarse con Esaú, y fue precisamente ese temor el que le impulsó a clamar: “No Te dejaré, si no me bendices”.
¿Busca la bendición con todo su corazón, y nada más puede satisfacerle? Entonces es el Espíritu del Señor Quien le hace luchar así, y Él no obra tales suspiros en vano. Persevere en oraciones y ruegos, aunque la noche dure mucho. Así lucharon Ana, David y Ezequías, y fueron oídos. Puede llegar el día en que también usted diga: “Clamé a Jehová, y Él oyó mi voz”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl