Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

29 maart

De gelovige moordenaar

Vandaag

3 min. lezen

Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Lukas 23:43

Als we over de stervende moordenaar lezen, is dat dan niet heel bemoedigend voor Gods arme, door zichzelf veroordeelde en door zonden gekwelde kinderen? Wat kunnen we nog meer willen dan zo’n vrije en volledige verlossing? Is dit niet de allerhoogste genade waarnaar uw ziel soms zo diep verlangt? U kunt erop rekenen, of u het nu beseft of niet, dat u dezelfde verlossing nodig hebt als hij. Ja, u moet haar op dezelfde wijze ontvangen, en zij moet u op dezelfde wijze worden geopenbaard.

Als de Heere u ooit heeft vernederd en u de schuld van de zonde en het kwaad in uw hart heeft laten ervaren, dan hebt u geen steen om naar die gekruisigde kwaaddoener te werpen. In uw eigen ogen bent u dan in elk opzicht even slecht als hij. Ja, ik denk dat er duizenden in de hel zijn die niet half zulke zondaren zijn geweest als u. Ik kan dat voor mezelf zeggen. Laat mensen daarom over verdienste praten zoveel ze willen, maar laat dit al ónze hoop en al ónze verwachting zijn: verlost te worden door de openbaring van de allerhoogste, onderscheidende genade. Ik weet zeker dat dit het zoetste lied is dat iemand op aarde kan zingen, en het zoetste lied dat iemand in de hemel kan zingen.

Moge de Heere, als dat Zijn genadige wil en bedoeling is, elke arme, door zichzelf veroordeelde zondaar hiermee bemoedigen. Denk, mijn vriend, denk aan de moordenaar aan het kruis; was zijn zaak niet zo slecht als de uwe ooit kan zijn? U zegt dat uw hart zo slecht is. Dat is het ook, en slechter dan u het ooit hebt gezien. Uw zonden zijn zo groot; u hebt er nog geen duizendste deel van gezien. Uw hart is zo vol kwaad; vol, ja, voller dan u het ooit zag of ooit zult zien.

O, mocht dit sommigen van Gods wanhopende heiligen aanmoedigen om hun ogen en hart op te heffen, en te geloven dat dezelfde genade die toereikend was om de stervende moordenaar te verlossen, ook voor hen voldoende is. Reken erop: als zij hetzelfde geloof hadden dat zijn hart bezielde, zouden ze zeggen: „Heere, gedenk mijner.” En vroeg of laat zal, zo niet in dezelfde bewoordingen, dan toch wel de kern ervan tot hun hart worden gesproken: „Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”

Lezen: 1 Timotheüs 1:12-20

Aan de lezer…

Wat een troost is er voor u, als u uzelf rekent onder de arme, door zichzelf veroordeelde en door zonden gekwelde zielen! Zegt u dat uw hart zo slecht is en uw zonden zo groot? Dat is waar, en het is erger dan u ooit gezien hebt. Maar zie dan op de moordenaar aan het kruis. Hij bracht niets mee dan zijn schuld en een arme bede: „Heere, gedenk mijner.” En toch hoorde hij uit de mond van de stervende Heiland: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”

Dezelfde genade die toereikend was voor hem, is voor u niet te klein. U hebt geen steen om naar die kwaaddoener te werpen, maar voor u staat dezelfde deur open. Laat anderen over verdienste spreken; laat het uw enige hoop zijn dat de Heere u uit vrije, onderscheidende genade wil verlossen. Hef dan uw ogen en uw hart op naar Hem, en houd niet op te zuchten: „Heere, gedenk ook mijner.” Vroeg of laat zal Hij de kern van dat woord ook tot uw hart spreken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl