Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

29 december

Christus’ wederkomst

Vandaag

3 min. lezen

En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21

Wat moet de houding van de Kerk zijn, terwijl zij verwacht en zich haast naar de toekomst van de dag van God? (2 Petr. 3:12). En welke invloed moet deze gezegende waarheid hebben op ons hart en ons leven?

Ten eerste moet zij ons met bezoekingen verzoenen, zodat we met de apostel voelen dat „onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid werkt” (2 Kor. 4:17). En ook: „Want ik houd het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden” (Rom. 8:18). Wat zijn al onze bezoekingen, hoe zwaar ze ook lijken, als ze op zo’n weegschaal gewogen worden? Zijn ze niet werkelijk licht, als ze ons gelijkvormig maken aan het lijdende beeld van Christus en ons voorbereiden op het eeuwige gewicht van de heerlijkheid?

Zij moet hemelse verlangens en geestelijke gevoelens opwekken, zoals de apostel zegt: „Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus” (Fil. 3:20). Aan gelovigen wordt gevraagd: „En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds” (Rom. 12:2); en: „Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn” (Kol. 3:2). Hun wordt gezegd het vlees te kruisigen met de bewegingen en begeerlijkheden (Gal. 5:24), en door de Geest de werkingen van het lichaam te doden (Rom. 8:13).

Het is waar dat we ernstig gehinderd worden in het lopen van de loopbaan die ons voorgesteld is, „want ook wij, die in deze tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde”. We moeten immers een lichaam meedragen dat belast is met zonde en dood, en dat is onze voortdurende smart en kwelling, „want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet” (Rom. 7:24; 2 Kor. 5:4; Gal. 5:17). Ook worden we belegerd door ontelbare verzoekingen, en moeten we vaak treuren over onze duisternis, doodsheid, koudheid en ons ongeloof. Dat komt zowel doordat de Heere Zijn aangezicht verbergt, als doordat de gezegende Trooster afwezig is, Die alleen de bedroefde geest kan troosten. Toch, al zijn deze dingen op zichzelf ernstige belemmeringen, speren in onze zijden en doornen in onze ogen, ze doven niet de overheersende gevoelens van het vernieuwde hart: het uitzien naar en zich verblijden over een zonniger dag, wanneer de tranen van alle gezichten afgewist zullen worden.

Lezen: 2 Petrus 3

Aan de lezer…

Kent u dat? U zucht onder de last van een lichaam dat met zonde en dood beladen is. Treurt u over uw duisternis, uw doodsheid en uw ongeloof, en mist u het aangezicht van de Heere en de vertroosting van de gezegende Trooster? U bent niet de eerste die zo bezwaard in deze tabernakel zucht. Het vlees begeert nog tegen de Geest, en de strijd is echt en pijnlijk.

En toch: leg uw verdrukking eens op de weegschaal tegenover de heerlijkheid die aan Gods volk geopenbaard zal worden. Is zij dan niet licht en zeer haast voorbijgaand? Laat de verwachting van Zijn toekomst uw hart dan omhoog trekken, naar de hemelen, waaruit wij de Zaligmaker verwachten. De doornen en de speren mogen u nu nog kwellen, maar zij kunnen het uitzien niet doven naar die zonniger dag, wanneer de tranen van alle gezichten afgewist zullen worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl