Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

29 november

Hebt de wereld niet lief

Vandaag

3 min. lezen

Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17

U zult merken dat dit voorschrift een verstrekkende betekenis heeft. Het luidt: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is.” Dat is een heel ruime zin. Hij zet ons als het ware boven op een hoge berg, zoals die waarop de Heere stond toen Hij door de duivel verzocht werd, en zegt tegen ons: „Zie om u heen: welnu, niet één van deze dingen moet u liefhebben.” Daarna neemt hij ons mee door de straten van een drukke stad. Hij laat ons etalages zien vol prachtige voorwerpen, hij wijst ons op alle rijkdom en pracht van de rijken en de adel, en op alles wat het menselijk hart bewondert en liefheeft.

En als hij ons zo, zoals de duivel onze Heere op de hoge berg, de koninkrijken van deze wereld heeft laten zien, zegt hij niet, zoals de duivel deed: „Dit alles zal ik u geven”, maar: „Dit alles zal ik u afnemen. Geen van deze dingen is voor u bestemd. U dient geen enkele van deze glinsterende snuisterijen lief te hebben; u moet geen enkele aanraken en er nauwelijks naar kijken, opdat niet, zoals bij Achan, de gouden tong en het Babylonisch overkleed u ertoe verleiden ze te nemen en te verbergen in uw tent.”

Het gebod neemt ons mee door de wereld, zoals een moeder een kind meeneemt door een winkel met aan alle kanten speelgoed en sieraden, en zegt: „Je mag geen van deze dingen aanraken.” Op ongeveer dezelfde manier neemt het gebod ons als het ware mee door de wereld. En als we naar al het speelgoed en alle sieraden hebben gekeken, klinkt in onze oren: „Raak er geen enkele aan; ze zijn niet van u; niet voor u om over te beschikken, niet voor u om zelfs maar te begeren.” Kan er met die woorden iets minder dan dit bedoeld zijn, die altijd in de oren van de kinderen van God zouden moeten klinken: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is”?

Lezen: Jozua 7

Aan de lezer…

Hoe vaak blijft uw oog hangen aan de glinsterende snuisterijen van deze wereld! U loopt door haar straten als een kind door een winkel vol speelgoed, en uw hand strekt zich uit voordat u het weet. Denk dan aan Achan: hij zag, hij begeerde, hij nam, en hij verborg het in zijn tent. Zo begint het nog altijd, met een blik die blijft rusten waar hij niet mag rusten.

Hoor de stem van het gebod dan niet als de stem van een harde meester, maar als die van een liefhebbende ouder: „Raak het niet aan; het is niet voor u.” Wat de duivel aanbiedt met de woorden „dit alles zal ik u geven”, is een strik voor uw ziel. Maar de wereld gaat voorbij, en wie de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid. Bid dan dat uw ogen worden afgewend van de ijdelheid, zodat u niets in uw tent verbergt wat de Heere u niet gegeven heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl