29 september
Ziet, ulieder God zal ter wrake komen, met de vergelding Gods! Hij zal komen en ulieden verlossen.
Jesaja 35:4
„Ziet, uw God zal komen.” De Heere is dan nog niet gekomen, maar Hij zegt dat Hij komen zal, en de belofte van te zullen komen neemt de vrees weg. Hij zegt: „Ziet.” Zelfs dit kleine woord bevat iets waar wij op letten moeten. De Heere is op een afstand; Hij maakt Zijn wagen gereed, want Hij maakt de wolken tot Zijn wagen, en Hij rijdt op de vleugelen des winds. Gelijk de Heere tot Zijn discipelen zei: „Heft uw hoofden op, want uw verlossing is nabij”, zo is het met het woord „Ziet”.
De Heere wil de ogen van Zijn volk opheffen, die altijd naar beneden geslagen zijn, of maar altijd naar binnen zien op hun ellendig hart en op de moeilijkheden en gevaren van de weg. Heft op, wil Hij zeggen, heft op! Uw God komt om u te verlossen. Ik wens als het ware op elk woordje van de tekst acht te geven. De tittels en jota’s van Gods Woord zijn als diamantstof; het moet vergaderd en opgelegd worden. In de Schrift is dikwijls veel in het weinige; niet als in de predicatiën, daar is dikwijls weinig in het vele. Het Woord van God is overvloedig vol van de geest en het wezen der waarheid, meer bevattend en welriekender dan rozenolie.
Let op het volgend woord. Is het niet de kern der zaligheid? „Uw God.” Wat, is Hij uw God? Dat is de uitstraling der eeuwige liefde. In dit ene woord ligt het wezen van elke zegen van het Nieuwe Verbond. En indien God uw God is, dan kunnen uw twijfelingen, vrezen en misvattingen de banden van dit gezegend Verbond niet verbreken.
Gij zijt een huisvader, en uw echtgenote is door een ongesteldheid in haar hoofd aangetast, en de aard der krankheid is zodanig dat zij u nauwelijks herkent, aan uw genegenheid twijfelt en zelfs geheel niet gelooft dat gij haar man zijt. Zulke gevallen, weten wij, zijn bekend. Maar haar twijfelen of ontkennen van haar liefde maakt toch de huwelijksband niet los? De toestand van haar geest, hoe smartelijk ook, verandert niets aan de huwelijksbetrekking. Evenzo is het met de bruid des Heeren. Door de bestrijdingen van de satan betwijfelt zij haar vereniging met Hem, doch haar vrezen verbreken de trouwring toch niet, of maken de huwelijksacte niet ongedaan? Indien de verbondsliefde hen in eeuwigheid verbindt en de verbondsgenade hen hun handen doet ineenslaan, dan blijven het toch Zijn Hephziba’s en beminden; want het is de Heere, Die het verlaten haat.
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat uw ogen alleen maar naar beneden geslagen zijn, op uw ellendig hart en op de gevaren van de weg. Dan spreekt de Heere tot u dat kleine woord: „Ziet.” Heft op, heft op! Hij is misschien nog niet gekomen zoals u Hem verlangt te ontmoeten, maar Hij zegt dat Hij komen zal, en die belofte is reeds genoeg om de vrees weg te nemen. Uw God komt om u te verlossen.
En let op dat woord „uw God”. Misschien twijfelt u, door de bestrijdingen van satan, of u ooit met Hem verenigd bent geweest. Gelijk een kranke vrouw haar eigen man niet meer herkent, zo kunt u soms aan Zijn liefde twijfelen. Maar uw vrezen verbreken de trouwring niet en maken de huwelijksacte niet ongedaan. Is Hij uw God, dan kunnen uw twijfelingen de banden van het Verbond niet verbreken. Want het is de Heere, Die het verlaten haat.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ziet, ulieder God zal ter wrake komen, met de vergelding Gods! Hij zal komen en ulieden verlossen.
Jesaja 35:4
„Ziet, uw God zal komen.” De Heere is dus nog niet gekomen, maar Hij zegt dat Hij zal komen, en die belofte dat Hij komen zal, neemt de vrees weg. Hij zegt: „Ziet.” Zelfs dit kleine woord bevat iets waarop wij moeten letten. De Heere is nog op een afstand; Hij maakt Zijn wagen gereed, want Hij maakt de wolken tot Zijn wagen en Hij rijdt op de vleugels van de wind. Zoals de Heere tegen Zijn discipelen zei: „Heft uw hoofden op, want uw verlossing is nabij”, zo is het met het woord „Ziet”.
De Heere wil de ogen van Zijn volk opheffen, die altijd neergeslagen zijn, of steeds maar naar binnen kijken, naar hun ellendig hart en naar de moeilijkheden en gevaren van de weg. Kijk op, wil Hij zeggen, kijk op! Uw God komt om u te verlossen. Ik wil als het ware op elk woordje van de tekst letten. De tittels en jota’s van Gods Woord zijn als diamantstof; het moet verzameld en bewaard worden. In de Schrift zit vaak veel in weinig; niet zoals in preken, waarin vaak weinig zit in veel. Het Woord van God is overvloedig vol van de geest en het wezen van de waarheid, rijker van inhoud en geuriger dan rozenolie.
Let op het volgende woord. Is dat niet de kern van de zaligheid? „Uw God.” Wat, is Hij uw God? Dat is de uitstraling van de eeuwige liefde. In dit ene woord ligt het wezen van elke zegen van het Nieuwe Verbond. En als God uw God is, dan kunnen uw twijfels, vrezen en misvattingen de banden van dit gezegende Verbond niet verbreken.
Stel, u bent huisvader en uw vrouw is getroffen door een aandoening in haar hoofd. De aard van de ziekte is zo, dat zij u nauwelijks herkent, aan uw genegenheid twijfelt en zelfs helemaal niet gelooft dat u haar man bent. Zulke gevallen komen, zoals wij weten, voor. Maar haar twijfel aan of ontkenning van haar liefde maakt de huwelijksband toch niet los? De toestand van haar geest, hoe pijnlijk ook, verandert niets aan de huwelijksverbintenis. Zo is het ook met de bruid van de Heere. Door de aanvallen van satan twijfelt zij aan haar vereniging met Hem, maar haar vrezen verbreken de trouwring toch niet, en maken de huwelijksakte toch niet ongedaan? Als de verbondsliefde hen voor eeuwig verbindt en de verbondsgenade hun handen in elkaar legt, dan blijven zij toch Zijn Hefzibba’s en geliefden; want het is de Heere, Die het verlaten haat.
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat uw ogen alleen maar neergeslagen zijn, gericht op uw ellendig hart en op de gevaren van de weg. Dan spreekt de Heere tot u dat kleine woord: „Ziet.” Kijk op, kijk op! Hij is misschien nog niet gekomen zoals u verlangt Hem te ontmoeten, maar Hij zegt dat Hij komen zal, en die belofte is al genoeg om de vrees weg te nemen. Uw God komt om u te verlossen.
En let op dat woord „uw God”. Misschien twijfelt u, door de aanvallen van satan, of u ooit met Hem verenigd bent geweest. Zoals een zieke vrouw haar eigen man niet meer herkent, zo kunt u soms aan Zijn liefde twijfelen. Maar uw vrezen verbreken de trouwring niet en maken de huwelijksakte niet ongedaan. Is Hij uw God, dan kunnen uw twijfels de banden van het Verbond niet verbreken. Want het is de Heere, Die het verlaten haat.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Say to them that are of a fearful heart, Be strong, fear not: behold, your God will come with vengeance, even God with a recompence; He will come and save you.
Isaiah 35:4
“Behold, your God will come.” The Lord then has not yet come; but He says He will come, and the promise of His coming takes away the fear. He says, “Behold.” Even that little word contains something in it noteworthy. The Lord is in the distance; His chariot is making ready; for “He makes the clouds His chariot, and walks upon the wings of the wind.” As the Lord said to His disciples, “Lift up your heads, for your redemption draws near,” so by the word, “Behold,” the Lord would take the eyes of His people from being ever bent on the ground or ever looking at their own miserable hearts and the difficulties and dangers of the way. “Look up,” He would say, “look up; your God is coming to save you.”
I like to dwell on every crumb as it were of our text. The jots and tittles of God’s Word, like diamond dust, are to be gathered up and treasured. In Scripture there is much in a little; not like our sermons, where there is often little in much. The Word of God is full to overflowing with the very essence of concentrated truth. Look at the next crumb. Is it not the very quintessence of blessedness? “Your God.” What, is He your God? That is the very dropping of everlasting love. In that one word is concentrated the essence of every blessing of the new covenant. And if God is your God, your doubts, fears, and misgivings do not break that sacred covenant tie.
You are a husband, and your partner is afflicted with some mental disease; and the nature of the complaint may be such that she hardly recognizes your face, altogether doubts your affection, and does not believe you are her husband at all. Such cases we know are frequent. But do her doubts or denial dissolve your love, do they cancel the marriage tie? The state of her mind, however painful, does not alter the marriage relationship.
So if the Lord’s espoused ones, through Satan’s temptations, doubt their union with Him, do their fears break the wedding ring or cancel the marriage writings? If covenant love matched them in eternity, and covenant grace joined their hands in time, they are still His Hephzibahs and Beulahs, for “the Lord hates putting away.”
To the reader…
There are days when your eyes are only cast down, fixed on your miserable heart and on the dangers of the way. Then the Lord speaks to you that little word: “Behold.” Look up, look up! Perhaps He has not yet come as you long to meet Him, but He says that He will come, and that promise alone is enough to take away the fear. Your God is coming to save you.
And mark that word “your God.” Perhaps, through Satan’s attacks, you doubt whether you have ever been united to Him. As a sick wife may no longer recognize her own husband, so you may sometimes doubt His love. But your fears do not break the wedding ring or cancel the marriage writings. If He is your God, your doubts cannot break the bonds of the covenant. For it is the Lord Who hates putting away.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Decid a los de corazón apocado: Confortaos, no temáis: he aquí que vuestro Dios viene con venganza, con pago; Dios mismo vendrá, y os salvará.
Isaías 35:4
“He aquí que vuestro Dios viene.” El Señor, pues, aún no ha venido; pero dice que vendrá, y la promesa de Su venida quita el temor. Dice: “He aquí”. Aun esa pequeña palabra contiene algo digno de notarse. El Señor está a lo lejos; Su carro se está preparando; porque “Él pone las nubes por Su carroza, y anda sobre las alas del viento”. Así como el Señor dijo a Sus discípulos: “Levantad vuestras cabezas, porque vuestra redención está cerca”, así con la palabra “He aquí” el Señor quiere apartar los ojos de Su pueblo de estar siempre inclinados hacia el suelo, o siempre mirando sus propios corazones miserables y las dificultades y peligros del camino. “Mirad arriba”, quiere decir, “mirad arriba; vuestro Dios viene a salvaros.”
Me gusta detenerme en cada migaja, por así decirlo, de nuestro texto. Las jotas y tildes de la Palabra de Dios, como polvo de diamante, han de recogerse y atesorarse. En la Escritura hay mucho en poco; no como en nuestros sermones, donde a menudo hay poco en mucho. La Palabra de Dios está llena hasta rebosar de la esencia misma de la verdad concentrada. Mire la siguiente migaja. ¿No es la quintaesencia misma de la bienaventuranza? “Vuestro Dios.” ¿Cómo? ¿Es Él su Dios? Eso es el destilar mismo del amor eterno. En esa sola palabra está concentrada la esencia de toda bendición del nuevo pacto. Y si Dios es su Dios, sus dudas, temores y recelos no rompen ese sagrado lazo del pacto.
Usted es esposo, y su compañera está afligida por alguna enfermedad de la mente; y la naturaleza del mal puede ser tal que apenas reconozca su rostro, dude por completo de su afecto y no crea en absoluto que usted es su marido. Sabemos que tales casos son frecuentes. Pero ¿disuelven sus dudas o su negación el amor de usted? ¿Anulan el lazo matrimonial? El estado de su mente, por doloroso que sea, no altera la relación matrimonial.
Así, si las desposadas del Señor, por las tentaciones de Satanás, dudan de su unión con Él, ¿rompen sus temores el anillo de bodas o anulan el contrato matrimonial? Si el amor del pacto las unió en la eternidad y la gracia del pacto juntó sus manos en el tiempo, siguen siendo Sus Hefzi-bá y Beula, porque “Jehová aborrece que sea repudiado”.
Al lector…
Hay días en que sus ojos solo miran hacia abajo, fijos en su miserable corazón y en los peligros del camino. Entonces el Señor le dice esa pequeña palabra: “He aquí”. ¡Mire arriba, mire arriba! Quizá Él no ha venido todavía como usted anhela encontrarle, pero dice que vendrá, y esa sola promesa basta para quitar el temor. Su Dios viene a salvarle.
Y fíjese en esa palabra: “vuestro Dios”. Quizá, por los ataques de Satanás, duda usted de si alguna vez ha estado unido a Él. Así como una esposa enferma puede no reconocer ya a su propio marido, así puede usted a veces dudar de Su amor. Pero sus temores no rompen el anillo de bodas ni anulan el contrato matrimonial. Si Él es su Dios, sus dudas no pueden romper los lazos del pacto. Porque es el Señor quien aborrece el repudio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl