Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

27 augustus

Roepende tot de Heere

Vandaag

3 min. lezen

Doch roepende tot de HEERE in de benauwdheid die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
Psalm 107:13

Sommige van Gods kinderen denken dat ze alleen maar hoeven te smachten, en dat de zegen komt zodra ze smachten; dat ze alleen maar dorst hoeven te hebben, en dat God hun zeker voorraad zal sturen zodra ze dorsten. Maar zo is het niet. Honger en dorst moeten eerst een bepaalde uitwerking hebben. Wat is die uitwerking? Dat hun ziel in hen overstelpt raakt, dat ze van alle geestelijke kracht beroofd worden en verzwakt tot ze bijna van honger omkomen.

En weet zeker dat u nooit werkelijk honger en dorst hebt gehad als uw ziel nooit overstelpt is geweest: overstelpt door de zwakheid die voortkwam uit het gemis aan geestelijk voedsel, overstelpt door de moeiten die u hebt moeten doorstaan, overstelpt door de lasten die op uw schouders zijn gelegd, overstelpt door het ruwe en smalle pad waarlangs u hebt moeten reizen. Hoeveel van Gods kinderen zijn op dit punt gebracht, waar ze alles als verloren moeten opgeven! Hoeveel zijn er in wanhoop weggezonken, omdat de Heere geen acht op hen slaat als ze Zijn Naam aanroepen; omdat Hij niet tot hun ziel spreekt, hoewel ze Hem zo vaak hebben gesmeekt te horen en te antwoorden; omdat Hij de lasten waaronder ze wegzakken niet van hun schouders wil nemen; omdat Hij hun niet de bewijzen, getuigenissen en blijken wil geven waarnaar hun hart snakt!

Maar de Heere heeft met dit alles een bijzondere bedoeling. Het is Zijn oogmerk dat hun ziel in hen overstelpt raakt. Zo was het bij Jona: „Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan de HEERE, en mijn gebed kwam tot U, in de tempel Uwer heiligheid” (Jona 2:7). We moeten tot de rand van uitputting worden gebracht. Zo is het ook met geestelijke honger en dorst: ze moeten doorgaan tot de ziel uitgeput is; dat is hun bedoeling. Zolang de ziel niet uitgeput is, wil zij geen steun; dan worden de eeuwige armen versmaad en wordt er niet op het hart van Jezus geleund.

Lezen: Psalm 102:1-16

Aan de lezer…

Hebt u, bestreden ziel, al zo vaak geroepen en gesmeekt, en lijkt het alsof de Heere geen acht op u slaat? Spreekt Hij niet tot uw hart, neemt Hij de last niet van uw schouders, geeft Hij niet het bewijs waar u zo naar snakt? Denk dan niet te snel dat alles verloren is. De Heere heeft met dit lange wachten een bijzondere bedoeling: Hij laat uw ziel in u overstelpt raken, zoals bij Jona in de diepte.

Zolang wij nog wat kracht in onszelf menen te hebben, versmaden wij de eeuwige armen en leunen wij niet op het hart van Jezus. Maar wanneer de ziel uitgeput is, wordt zij gewillig gemaakt om alleen op Hem te steunen. Zo werd Jona’s nood het uur waarin hij aan de HEERE dacht en zijn gebed tot Hem doordrong. Laat uw uitputting u dan niet van Hem wegdrijven, maar naar Hem toe.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl