Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

26 juli

Een ellendig en arm volk

Vandaag

3 min. lezen

Maar ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des Heeren betrouwen.
Zefanja 3:12

De Heere heeft gezegd dat Hij in het midden van Jeruzalem een geestelijk arm volk zal doen overblijven. Zijn zij dat van nature? O nee, van nature zijn ze dat niet. Alleen de Almachtige Zelf heeft hen tot de diepste zielsarmoede gebracht. Van nature zijn zij rijk in eigen oog, zoals ook de gemeente van Laodicea zichzelf zag. Het is het genadewerk in hun hart dat hen arm maakt; het is de ontdekkende hand van de Geest van God in hun geweten die hen in armoede en ondergang voor de genadetroon brengt.

En we worden geestelijk rijk, niet doordat onze natuurlijke voorraad groeit, maar doordat we hem verliezen. We worden vrij door naar de gevangenis te gaan. Onze schulden worden betaald doordat we failliet gaan. We krijgen deel aan de rijkdom van Christus’ genade en medelijden door weg te zinken in de diepten van de geestelijke bedelarij.

Gods volk is op twee manieren geestelijk arm. Ze zijn werkelijk arm, en ze zijn arm van geest. Ze zijn werkelijk arm aan goddelijke gaven. Ze zijn arm aan geloof, zodat ze soms niet in staat zijn ook maar het allerminste geloof te oefenen. Ze zijn arm aan hoop, want vaak wordt hun tere scheepje door de golven van wanhoop heen en weer geslingerd.

Ze zijn arm aan liefde, want vaak voelen ze geen sprankje genegenheid voor de Heere of Zijn volk. Ze zijn arm aan geestelijke gezindheid, want ze kunnen hun gevoelens niet van de aarde omhoog naar de hemel brengen. Ze zijn arm aan vroomheid, want ze kunnen geen enkele zucht of roep tot God laten opgaan. Ze zijn arm aan kracht, want ze kunnen de verleiding niet weerstaan, en ze zijn niet in staat in hun ziel één enkele dierbare begeerte op te wekken, één enkel geestelijk gevoel.

Zo maakt werkelijke armoede hen geestelijk arm. En de overtuiging van hun eigen armoede maakt hen arm van geest voor God. Ze kunnen niet tot Hem komen als „rijk, en verrijkt geworden” (Openb. 3:17); hun roep is eerder: „Ik word mager, ik word mager, wee mij!” (Jes. 24:16).

Lezen: Zefanja 3:1-12

Aan de lezer…

Dat woord „arm” spreekt tot u, als u zich arm voelt aan geloof, arm aan hoop, arm aan liefde, zodat u geen enkele zucht naar boven kunt zenden en uw tere scheepje door de golven van wanhoop heen en weer geslingerd wordt. Denk dan niet te snel dat de Heere u verlaten heeft. Van nature waren wij allen rijk in eigen oog; het is de ontdekkende hand van Gods Geest in het geweten die een ziel zo arm maakt en haar neerlegt voor de genadetroon.

Juist zo’n ellendig en arm volk wil Hij in het midden doen overblijven, en van hen zegt Hij: „die zullen op de Naam des Heeren betrouwen.” U wordt niet rijk door uw eigen voorraad te vergroten, maar door die te verliezen. Kunt u niet anders roepen dan: „Ik word mager, wee mij!”, wees dan niet bang. Juist zulke bedelaars krijgen deel aan de rijkdom van Christus’ genade en medelijden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl