Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

26 maart

De gelovige moordenaar

Vandaag

2 min. lezen

Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Lukas 23:42

Wat zei de stervende moordenaar behalve: „Heere, gedenk mijner”? Godsvrucht was voor hem iets persoonlijks; de verlossing van zijn ziel was zijn voornaamste zorg. Er waren nog maar een paar uur te gaan voordat zijn ogen zich voorgoed zouden sluiten, en wat een eeuwigheid zou hem dan ontvangen! Dat voelde hij; het zat diepgeworteld in zijn geweten, en het riep vanuit zijn ziel de uitroep op: „Gedenk mijner.” Het was alsof hij zei: „Heere, wie Gij ook vergeet, gedenk mijner, denk aan mij, verlos mij, bevrijd mij.”

En is dit niet wat elke door God geleerde ziel voelt en uitroept? „Gedenk mijner, denk aan mij; vergeet mij niet. Laat mijn naam U dierbaar zijn, in Uw ogen en in Uw hart. Gij hebt veel om aan te denken, Heere, maar Heere, gedenk mijner. Ik ben een vervloekte stakker, een schuldige kwaaddoener, een verdoemde misdadiger, die het verdient om duizend doden te sterven en duizend hellen te ondergaan. Maar denk aan mij, wees goed voor mij, verwerp mij niet.”

Let er ook op dat deze stervende misdadiger wist dat de Heere een Koninkrijk had. Wat een geloof had hij! Ja, en ook dat Hij op een dag in dat Koninkrijk zou komen. En wanneer Hij in Zijn Koninkrijk kwam, omringd door al Zijn heiligen en engelen, dan was de uitroep en het verlangen van zijn ziel dat Jezus aan hem zou denken.

Let er ook op dat hij geen verheven plaats in dit Koninkrijk vraagt. Waarvoor gaat men naar de hemel? Om op een verheven zetel te zitten? O, God verhoede het! „In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen” (Joh. 14:2), maar geen verheven zetels, de een hoger dan de ander. Allen zijn er gelijk. Wat geeft hun vreugde? Christus te zien zoals Hij is, van aangezicht tot aangezicht, en voor altijd verlost te zijn van dit ellendige lichaam van zonde en dood.

Lezen: Psalm 40

Aan de lezer…

Arme zondaar, is de verlossing van uw ziel ook voor u iets persoonlijks geworden? Het is niet genoeg te weten dat de Heere zondaren redt; de vraag is of uw eigen hart roept: „Heere, gedenk mijner.” Wie U ook vergeet, vergeet mij niet. Ik ben een schuldige kwaaddoener die niets verdiend heeft, maar denk aan mij, wees goed voor mij, verwerp mij niet. Herkent u die zucht?

Dan staat u in het spoor van de stervende moordenaar. Hij vroeg geen verheven plaats in het Koninkrijk, alleen dat Jezus aan hem zou denken. Zo is het met elke ziel die door God geleerd is: zij wil geen ereplaats, maar Christus. Wat zal straks de vreugde zijn? Hem te zien zoals Hij is, en voor altijd verlost te zijn van dit lichaam van zonde en dood. Blijf dan aanhouden met dat korte gebed. De Heere heeft het al eens verhoord, en Hij is niet veranderd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl