26 november
En niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Christus Jezus.
1 Corinthe 3:11
Wij zijn zeer vurig om onze handen aan het werk te slaan. Gelijk Uzza moeten wij nodig de ark ondersteunen, als wij zien dat de runderen struikelen. Wanneer het geloof wankelt, moeten wij het de helpende hand bieden; maar dit is schadelijk voor het werk Gods in de ziel. Indien het geheel een geestelijk gebouw moet zijn, indien wij levende stenen zijn, gebouwd op een levend Hoofd, dan moet iedere steen van die geestelijke tempel gelegd worden door de Heilige Geest. Nu, indien dit zo is, dan moet alles van de natuur, van het schepsel, van onszelf, daadwerkelijk omlaaggebracht worden, opdat Christus alles moge zijn; opdat Christus, en Christus alleen, als de hoop der heerlijkheid in ons hart moge gefundeerd worden.
Hoe vele beproevingen hebben sommigen van u reeds doorgemaakt! Hoe menige scherpe en snijdende oefening! Hoe menige kwellende verzoeking! Hoe menige bezwijming des harten! Hoe menige vurige pijl der hel! Hoeveel twijfelingen en vrezen! Hoeveel dienstbaarheid en smartende ketenen! Hoe menigmaal is de pijl in het hart gestoten! En waarom? Opdat gij zoudt belet worden een steentje door eigen handen toe te voegen aan het geestelijke gebouw.
De apostel zegt ons dat niemand een ander fundament leggen kan dan hetgeen gelegd is, namelijk Christus Jezus. Dan spreekt hij zowel van degenen die hout, hooi en stoppelen, als van degenen die goud, zilver en kostelijke stenen gebruiken; en dat het hout, hooi en de stoppelen met vuur zullen verbrand worden. Het is nadat de Heere een fundament in de consciëntie van de zondaar gelegd heeft, en hem tot Zichzelf gebracht, Jezus dierbaar voor zijn ziel en de hoop en liefde in zijn hart geschonken heeft, dat hij zo geneigd is middelen ter hand te nemen die God niet erkent, als hout, hooi, stro en stoppelen, en dat hij daardoor een losse bovenbouw gaat oprichten. Doch in het uur der beproeving verdwijnt het, want het kan de rukwinden der verzoeking niet doorstaan.
Een sprankje van de toekomende toorn, een ontdekking van de vreselijke majesteit Gods, zal dit hout, hooi en deze stoppelen als stro in het vuur verbranden. Des Heeren volk moet derhalve door veel wederwaardigheden, beproevingen, oefeningen en verzoekingen, twijfelingen en vrees en alle moeilijke wegen, waarin zij doorgaans wandelen, opdat zij zouden verhinderd worden een bovenbouw der natuur te bouwen op het fundament der genade — dat is hout, hooi en stoppelen op de heerlijke verborgenheid van een vleesgeworden God.
Aan de lezer…
Waarom, zo vraagt u misschien, moet ik door zoveel beproevingen, zoveel twijfelingen en vrezen, zoveel scherpe oefeningen? Waarde lezer, zou het niet kunnen zijn dat de Heere u daardoor belet uw eigen steentjes aan het geestelijke gebouw toe te voegen? Wij zijn zo vurig om, gelijk Uzza, de ark te ondersteunen, en wij menen het werk Gods een helpende hand te moeten bieden. Maar al wat uit de natuur voortkomt, is hout, hooi en stoppelen, en het kan de rukwinden der verzoeking niet doorstaan.
Wees dan niet bevreesd wanneer uw eigen bouwsels in het vuur verteren. Het fundament dat gelegd is, verbrandt niet: dat is Christus Jezus, de heerlijke verborgenheid van een vleesgeworden God. Al wat van het schepsel en van uzelf is, moet omlaag, opdat Christus alles zij. En wanneer u met lege handen staat, dan staat u op de enige grond die in het uur der beproeving houdt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Christus Jezus.
1 Corinthe 3:11
Wij zijn er heel vurig op gebrand de handen aan het werk te slaan. Net als Uzza moeten wij zo nodig de ark ondersteunen wanneer wij zien dat de runderen struikelen. Wanneer het geloof wankelt, moeten wij het een helpende hand bieden; maar dat is schadelijk voor het werk van God in de ziel. Als het geheel een geestelijk gebouw moet zijn, als wij levende stenen zijn, gebouwd op een levend Hoofd, dan moet iedere steen van die geestelijke tempel door de Heilige Geest gelegd worden. Als dat zo is, dan moet alles wat van de natuur, van het schepsel en van onszelf is, werkelijk omlaaggehaald worden, zodat Christus alles is; zodat Christus, en Christus alleen, als de hoop der heerlijkheid in ons hart gegrondvest wordt.
Hoeveel beproevingen hebben sommigen van u al doorgemaakt! Hoeveel scherpe en snijdende oefeningen! Hoeveel kwellende verzoekingen! Hoe vaak bezweek het hart! Hoeveel vurige pijlen uit de hel! Hoeveel twijfels en vrezen! Hoeveel dienstbaarheid en pijnlijke ketenen! Hoe vaak is de pijl in het hart gedrongen! En waarom? Om te voorkomen dat u met eigen handen ook maar één steentje aan het geestelijk gebouw zou toevoegen.
De apostel zegt ons dat niemand een ander fundament kan leggen dan wat gelegd is, namelijk Christus Jezus. Daarna spreekt hij zowel over hen die hout, hooi en stoppels gebruiken als over hen die goud, zilver en kostbare stenen gebruiken, en zegt hij dat het hout, het hooi en de stoppels met vuur verbrand zullen worden. Juist nadat de Heere een fundament in het geweten van de zondaar gelegd heeft, hem tot Zich heeft gebracht, Jezus dierbaar heeft gemaakt voor zijn ziel en hoop en liefde in zijn hart heeft geschonken, is hij zo geneigd middelen te gebruiken die God niet erkent, zoals hout, hooi, stro en stoppels, en zo een losse bovenbouw op te trekken. Maar in het uur van de beproeving verdwijnt die, want hij kan de rukwinden van de verzoeking niet doorstaan.
Een vonkje van de toekomende toorn, een ontdekking van de vreselijke majesteit van God, zal dit hout, hooi en deze stoppels verbranden als stro in het vuur. Daarom moet het volk van de Heere door veel tegenspoed, beproevingen, oefeningen en verzoekingen, door twijfels en vrees en door alle moeilijke wegen waarop zij gewoonlijk gaan, zodat zij verhinderd worden een bovenbouw van de natuur te bouwen op het fundament van de genade — dat wil zeggen hout, hooi en stoppels op de heerlijke verborgenheid van een vleesgeworden God.
Aan de lezer…
Waarom, zo vraagt u misschien, moet ik door zoveel beproevingen, zoveel twijfels en vrezen, zoveel scherpe oefeningen? Waarde lezer, zou het niet kunnen zijn dat de Heere u daardoor verhindert uw eigen steentjes aan het geestelijk gebouw toe te voegen? Wij zijn er zo vurig op gebrand om, net als Uzza, de ark te ondersteunen, en wij menen het werk van God een helpende hand te moeten bieden. Maar alles wat uit de natuur voortkomt, is hout, hooi en stoppels, en het kan de rukwinden van de verzoeking niet doorstaan.
Wees dan niet bang wanneer uw eigen bouwsels in het vuur verteren. Het fundament dat gelegd is, verbrandt niet: dat is Christus Jezus, de heerlijke verborgenheid van een vleesgeworden God. Alles wat van het schepsel en van uzelf is, moet omlaag, zodat Christus alles is. En wanneer u met lege handen staat, dan staat u op de enige grond die in het uur van de beproeving houdt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For other foundation can no man lay than that is laid, which is Jesus Christ.”
1 Corinthians 3:11
We are very eager to put our hands to work. Like Uzzah, we must needs prop up the ark when we see it tumbling; when faith totters, we must come to bear a helping hand. But this is prejudicial to the work of God upon the soul. If the whole is to be a spiritual building; if we are “living stones” built upon a living Head, every stone in that spiritual temple must be laid by God the Spirit. And if so, everything of nature, of creature, of self, must be effectually laid low, that Christ may be all—that Christ, and Christ alone, may be formed in our heart, the hope of glory.
How many trials some of you have passed through! how many sharp and cutting exercises! how many harassing temptations! how many sinkings of heart! how many fiery darts from hell! how many doubts and fears! how much hard bondage! how many galling chains! how often has the very iron entered into your soul! Why? That you may be prevented from adding one stone by your own hands to the spiritual building.
The Apostle tells us that “Other foundation can no man lay than that is laid,” even Jesus Christ. He then speaks of those who build “wood, hay, and stubble,” as well as of those who used “gold, silver, and precious stones;” and that the “wood, hay, and stubble” must be burned with fire. It is after the Lord has laid a foundation in the sinner’s conscience, brought him near to Himself, made Jesus precious to his soul, raised up hope and love in his heart, that he is so apt to take materials God never recognizes, “wood, hay, straw, stubble,” and rear thereby a flimsy superstructure of his own. But this gives way in the trying hour—it cannot stand one gust of temptation. One spark of the wrath to come, one discovery of God’s dread majesty, will burn up this “wood, hay, and stubble” like straw in the oven.
The Lord’s people, therefore, have to pass through troubles, trials, exercises, and temptations, doubts and fears, and all that harassing path that they usually walk in, that they may be prevented from erecting a superstructure of nature upon the foundation of grace—“wood, hay, and stubble” upon the glorious mystery of an incarnate God.
To the reader…
Why, you may ask, must I pass through so many trials, so many doubts and fears, so many sharp exercises? Dear reader, could it not be that the Lord is thereby preventing you from adding your own little stones to the spiritual building? We are so eager, just like Uzzah, to steady the ark, and we think we must lend the work of God a helping hand. But all that comes from nature is wood, hay and stubble, and it cannot withstand the gusts of temptation.
So do not be afraid when your own buildings are consumed in the fire. The foundation that has been laid does not burn: that is Christ Jesus, the glorious mystery of an incarnate God. All that is of the creature and of yourself must come down, so that Christ may be all. And when you stand with empty hands, then you stand on the only ground that holds in the hour of trial.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Porque nadie puede poner otro fundamento que el que está puesto, el cual es Jesucristo.”
1 Corintios 3:11
Estamos muy ansiosos por poner manos a la obra. Como Uzza, tenemos que sostener el arca cuando la vemos tambalearse; cuando la fe vacila, tenemos que venir a echar una mano. Pero esto es perjudicial para la obra de Dios en el alma. Si el todo ha de ser un edificio espiritual; si somos “piedras vivas” edificadas sobre una Cabeza viva, cada piedra de ese templo espiritual debe ser puesta por Dios el Espíritu. Y si es así, todo lo que es de la naturaleza, de la criatura, del yo, debe ser eficazmente abatido, para que Cristo sea el todo; para que Cristo, y solo Cristo, sea formado en nuestro corazón, la esperanza de gloria.
¡Por cuántas pruebas han pasado algunos de ustedes! ¡Cuántos ejercicios agudos y cortantes! ¡Cuántas tentaciones acosadoras! ¡Cuántos desfallecimientos del corazón! ¡Cuántos dardos de fuego del infierno! ¡Cuántas dudas y temores! ¡Cuánta dura servidumbre! ¡Cuántas cadenas que lastiman! ¡Cuán a menudo el hierro mismo ha entrado en su alma! ¿Por qué? Para que se le impida añadir con sus propias manos una sola piedra al edificio espiritual.
El apóstol nos dice que “nadie puede poner otro fundamento que el que está puesto”, a saber, Jesucristo. Luego habla de los que edifican con “madera, heno, hojarasca”, así como de los que usaron “oro, plata, piedras preciosas”; y de que la “madera, heno, hojarasca” han de ser quemados con fuego. Es después de que el Señor ha puesto un fundamento en la conciencia del pecador, le ha acercado a Sí mismo, ha hecho precioso a Jesús para su alma y ha levantado esperanza y amor en su corazón, cuando él es tan propenso a tomar materiales que Dios nunca reconoce, “madera, heno, paja, hojarasca”, y a levantar con ellos una endeble superestructura propia. Pero esta cede en la hora de la prueba; no puede resistir una sola ráfaga de tentación. Una chispa de la ira venidera, un descubrimiento de la temible majestad de Dios, quemará esta “madera, heno, hojarasca” como paja en el horno.
El pueblo del Señor, por tanto, tiene que pasar por angustias, pruebas, ejercicios y tentaciones, dudas y temores, y por toda esa senda acosadora por la que suele andar, para que se le impida levantar una superestructura de la naturaleza sobre el fundamento de la gracia: “madera, heno, hojarasca” sobre el glorioso misterio de un Dios encarnado.
Al lector…
¿Por qué, puede preguntar usted, tengo que pasar por tantas pruebas, tantas dudas y temores, tantos ejercicios agudos? Querido lector, ¿no podría ser que el Señor le esté impidiendo con ello añadir sus propias piedrecitas al edificio espiritual? Somos tan ansiosos, igual que Uzza, por sostener el arca, y pensamos que tenemos que echar una mano a la obra de Dios. Pero todo lo que procede de la naturaleza es madera, heno y hojarasca, y no puede resistir las ráfagas de la tentación.
No tema, pues, cuando sus propios edificios se consuman en el fuego. El fundamento que ha sido puesto no se quema: es Cristo Jesús, el glorioso misterio de un Dios encarnado. Todo lo que es de la criatura y de usted mismo tiene que caer, para que Cristo sea el todo. Y cuando usted esté con las manos vacías, entonces estará sobre el único fundamento que se mantiene en la hora de la prueba.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl