Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

2 min. lezen

Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja zij zal niet zijn totdat Hij komt, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal.
Ezechiël 21:27

Zijn er in onze ervaring geen tijden waarin wij onze zielen voor God kunnen neerleggen en zeggen: „Laat Christus dierbaar zijn aan mijn ziel; laat Hem komen met macht tot mijn hart; laat Hij Zijn troon als Heer en Koning in mijn hart stichten, en laat mijn eigen ik niets voor Hem zijn”? Welnu, deze gebeden worden in oprechtheid en eenvoud uitgesproken, en wij verlangen naar hun vervulling. Maar o, wat een strijd, wat een worsteling, wanneer God op deze gebeden antwoordt! Worden onze plannen teleurgesteld, wat een opstand is er dan in het vleselijk gemoed! Wordt ons eigen ik vernederd, wat een opstand van het gemelijke, ontevreden ongeduld van het schepsel!

Wanneer de Heere op onze gebeden antwoordt en alle valse zelfvertrouwen wegdoet, wanneer Hij onze verrotte steunsels wegneemt en onze gebroken bakken verbrijzelt, wat een storm, wat een strijd vindt er dan plaats in de ziel! Wij zijn toornig op de Heere, omdat Hij precies het werk gedaan heeft dat wij Hem gevraagd hadden te doen. Wij komen in opstand tegen Hem, omdat Hij zo goed geweest is de gebeden te verhoren die wij tot Hem hebben opgezonden. En wij staan klaar om uit te varen tegen datzelfde onderwijs dat wij van Hem gevraagd hebben.

Maar Hij laat Zich niet bewegen; Hij gaat Zijn eigen weg. Laat het schepsel zeggen en denken wat het wil, de Heere zegt: „Ik zal het omkeren. Het zal vernietigd worden, het zal tot een puinhoop worden. Mijn voornemen zal worden volbracht, Ik zal Mijn welbehagen doen. Maar Ik zal omkeren, niet om te vernietigen, niet om in eeuwig verderf te storten, maar Ik zal het gehele gebouw omkeren om een schoner gebouw op te richten. Het eigen ik is een opstandeling, die een afgodstempel heeft opgericht, en Ik zal omkeren en de tempel afbreken, om Mijn heerlijkheid en Mijn zaligheid te openbaren, opdat Ik uw Heere en uw God zij.”

O God mijns heils, mijn toeverlaat,
tot U hef ik mijn droeve klachten!

Ps. 88:1

Aan de lezer…

Hebt u, lezer, ooit gebeden dat Christus Koning in uw hart mocht zijn en dat uw eigen ik niets voor Hem zou zijn? En toen de Heere daarop antwoordde, uw plannen teleurstelde en uw steunsels wegnam, was er toen opstand in uw hart? Laat ik daar eerlijk over zijn: wij worden toornig op de Heere omdat Hij juist doet wat wij Hem gevraagd hebben. Misschien herkent u die storm in uzelf.

Schrik er dan niet te zeer van, maar buig onder Zijn hand. Hij laat Zich door ons tegenstribbelen niet bewegen. Hij keert om, omgekeerd, omgekeerd, maar niet om te vernietigen. Hij breekt de afgodstempel van het eigen ik af om een schoner gebouw op te richten, totdat Hij komt Die daartoe recht heeft. Wat Hij afbreekt, breekt Hij af om Zichzelf als uw Heere en uw God te openbaren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl