Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

3 min. lezen

Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte.
Lukas 1:78

Met „opgang” wordt de dageraad bedoeld: de heraut van de opkomende zon, de overgang van duisternis naar licht, het eerste naderen van de morgen; in één woord: de opgang. Maar wat betekent die opgang in geestelijke zin? Het is de mededeling van de opgaande Zon der Gerechtigheid. Het is niet hetzelfde als de Zon der Gerechtigheid zelf, maar het is de heraut van haar komst. Het zijn de stralen die de opgaande Zon op de in nacht gehulde aarde werpt, en die de komst aankondigen van de Heere Jezus, de Koning in Zijn schoonheid.

Deze uitdrukking paste bijzonder goed in de mond van Zacharias. De Heere van leven en heerlijkheid was toen nog niet verschenen; Hij was nog in de schoot van de maagd Maria. Maar Zijn voorloper Johannes was als heraut verschenen om te verkondigen dat de Zon der Gerechtigheid op het punt stond op te gaan. „Daar was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes. Deze kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat zij allen door Hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het licht getuigen zoude.” Alle volken lagen in die tijd in duisternis. „Duisternis bedekte de aarde, en grote duisternis de volken.” Maar toen de Heere van leven en heerlijkheid gereedstond om op aarde te verschijnen, toen Hij al het lichaam had aangenomen dat voor Hem was toebereid, hetzelfde vlees en bloed als de kinderen, dat Hij zou offeren als verzoening voor de zonde, was „de Opgang uit de hoogte” begonnen te dagen. Gods barmhartigheid, in het aangezicht van Zijn geliefde Zoon, kwam toen juist de in nacht gehulde wereld bezoeken.

Maar aan deze woorden is nog een andere betekenis verbonden. „De Opgang uit de hoogte” blijft niet beperkt tot de komst van de Zoon van God in het vlees, maar kan verder worden uitgebreid tot de verschijning van de Zoon van God in het hart. Voor mij is de verschijning van de Heere Jezus in het vlees, negentienhonderd jaar geleden, geen zegen, als Hij niet kwam om in mijn ziel te wonen. „De Opgang uit de hoogte” die de in duisternis verkerende Joodse kerk bezocht, zal ons geen goed doen, tenzij diezelfde Opgang ook ons donkere hart bezoekt. „De Opgang uit de hoogte” is de openbaring van Gods barmhartigheid in het aangezicht van de Zaligmaker. En wanneer deze „Opgang uit de hoogte” de ziel bezoekt, is dat de eerste aanwijzing, zijn dat de doorbrekende stralen van de Zon der Gerechtigheid in het hart.

’t Is de Heer, wiens mededogen
blinden schenkt het lief’lijk licht
Wie in ’t stof lag neergebogen,
wordt door Hem weer opgericht.
God, die lust in waarheid heeft,
mint hem, die rechtvaardig leeft.

Psalm 146:6

Aan de lezer…

Soms is het nog nacht in uw hart. U weet wel dat de Heere Jezus in het vlees verschenen is, maar is het een bittere gedachte voor u dat dit u niets baat als Hij niet in uw ziel komt wonen? Het is goed dat u dat voelt. Want de verschijning van de Zoon van God in het vlees is geen zegen voor wie Hem niet in het hart kent, en het is genade wanneer de ziel daarover begint te zuchten.

Zie dan niet op uzelf, maar op de innerlijke bewegingen van de barmhartigheid van onze God. Daaruit komt de Opgang uit de hoogte voort, niet uit iets in u. Ook de eerste aanwijzing, één doorbrekende straal in het donker, is de heraut van de Zon der Gerechtigheid. Waar de dageraad begint, komt de Koning in Zijn schoonheid. Wacht daarom op Hem; Hij laat het niet bij de opgang alleen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl