25 november
Zo dan laat ons najagen hetgeen tot de vrede dient.
Romeinen 14:19
Wat ligt er iets liefelijks in het woord „vrede”! Bunyan stelt dit juist voor in zijn „Pelgrimsreize”, waar hij spreekt van Christen, toen hij, na gast geweest te zijn in het „huis van Schoonheid”, ging slapen in de kamer „Vrede” genaamd. En wat zegenrijke gewaarwordingen liggen in dat woord „vrede”! Het was de nalatenschap die de Heere Jezus aan Zijn Gemeente achterliet. „Mijn vrede geef Ik u; Mijn vrede laat Ik u; niet gelijkerwijs de wereld die geeft, geef Ik hem u”; en de apostel zegt ervan dat hij „alle verstand te boven gaat”.
Nu schijnt het alsof velen, zelfs van de Gemeente des Heeren, verrukking des Geestes verwachten. Ik geloof dat er veel geestvervoering is in het natuurlijk gemoed van de mens, zoals blijkt uit hetgeen ik zijn godsdienstige geschiedenis van alle eeuwen noem; en dit maakt dat velen die in andere opzichten wel onderwezen zijn, uitzien naar gezichten, geestvervoering en geestverrukkingen: zaken die de natuur kan nabootsen, of die de Satan als een „engel des lichts” kan namaken om de zielen te verleiden.
Maar ik geloof dat de Satan tot het geweten niet spreken kan van de vrede des Evangelies; hij kan geen heilige kalmte in de ziel uitstorten. Hij kan de wateren van het meer van Genesareth opzwepen tot een storm, maar er was er slechts Eén Die zeggen kon: „Zwijg, wees stille!” De Satan kan een storm verwekken in ons vleselijk gemoed, maar hij kan die niet bedaren; hij kan geen olie uitstorten op de baren, noch de onstuimige borst tot kalmte brengen en haar in staat stellen zich aan God over te geven. Van alle geestelijke zegeningen is er geen te verkiezen boven de vrede; en deze, geloof ik, begeert een kind van God het meest.
Want o, hoeveel ligt er niet opgesloten in het woord „vrede”! Is de mens van nature niet een vijand van God? Dan moet hij, om behouden te worden, verzoend worden; en dat sluit vrede in. Is zijn hart niet dikwijls ontroerd, gelijk de Heere zeide: „Uw hart worde niet ontroerd”? Dan heeft hij vrede nodig. En wordt zijn gemoed niet dikwijls bewogen en heen en weer geslingerd door strijdige aandoeningen? Dan heeft hij vrede nodig om het tot rust te brengen. En wanneer hij op zijn sterfbed moet liggen, o, indien hij daar slechts in vrede mag liggen, in vrede met God door Jezus Christus, en er een heilige kalmte over zijn ziel komt, voortvloeiende uit geopenbaarde barmhartigheid en gevoelde verzoening, dat gaat alle verrukkingen der wereld te boven!
Met vrede gezegend te worden door het bloed der besprenging, eer de ziel uit haar aardse tabernakel heengaat om in te gaan in de haven des vredes daarboven — dat zal waarlijk een sterfbed gelukkig maken; dat zal elke doorn uit het stervenskussen wegnemen, en de heengaande gelovige in staat stellen met de heilige Simeon te zeggen: „Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord; want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.”
Dat vreed’ en aangename rust
en milde zegen u verblij’.
Dat welvaart in uw vesting zij,
in uw paleizen vreugd’ en lust.
Om vriend en broed’ren spreek ik nu:
„De vrede zij en blijv’ in u,
nooit moet haar nijd of twist verkloeken.
Om ’s Heeren huis in u gebouwd,
waar onze God zijn woning bouwt,
zal ik het goede voor u zoeken.”
Ps. 122:3
Aan de lezer…
Wie uitziet naar gezichten en geestverrukkingen, naar iets groots en buitengewoons, moet goed toezien waar hij naar uitziet. Wees voorzichtig, want zulke dingen kan de natuur nabootsen en de Satan namaken. Maar één ding kan hij niet: hij kan geen heilige kalmte in de ziel uitstorten, geen vrede des Evangelies tot het geweten spreken. Hij kan de storm in uw gemoed verwekken, maar nooit bedaren.
Woelt het nu in uw binnenste als de wateren van het meer van Genesareth? Er is slechts Eén Die zeggen kan: „Zwijg, wees stille!” Zijn vrede is de nalatenschap die Hij Zijn Gemeente heeft achtergelaten, een vrede die alle verstand te boven gaat. Jaag die vrede na, en vraag Hem dat Hij hem in uw hart spreke. Er is geen geestelijke zegen te verkiezen boven deze, en het is goed dat u hem het meest begeert.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo dan laat ons najagen hetgeen tot de vrede dient.
Romeinen 14:19
Wat ligt er iets lieflijks in het woord „vrede”! Bunyan laat dit mooi zien in zijn „Christenreis”, waar hij vertelt hoe Christen, nadat hij gast was geweest in het „huis van Schoonheid”, ging slapen in de kamer die „Vrede” heette. En wat een gezegende gewaarwordingen liggen er in dat woord „vrede”! Het was de nalatenschap die de Heere Jezus aan Zijn Gemeente achterliet: „Mijn vrede geef Ik u; Mijn vrede laat Ik u; niet gelijkerwijs de wereld die geeft, geef Ik hem u”; en de apostel zegt ervan dat hij „alle verstand te boven gaat”.
Nu lijkt het alsof velen, zelfs van de Gemeente van de Heere, geestverrukking verwachten. Ik geloof dat er veel geestvervoering is in het natuurlijke gemoed van de mens, zoals blijkt uit wat ik de godsdienstige geschiedenis van alle eeuwen noem. Dat maakt dat velen die in andere opzichten wel onderwezen zijn, uitzien naar gezichten, geestvervoering en geestverrukkingen: zaken die de natuur kan nabootsen, of die satan als een „engel des lichts” kan namaken om de zielen te verleiden.
Maar ik geloof dat satan niet tot het geweten kan spreken van de vrede van het Evangelie; hij kan geen heilige kalmte in de ziel uitstorten. Hij kan de wateren van het meer van Genesareth opzwepen tot een storm, maar er was maar Eén Die kon zeggen: „Zwijg, wees stille!” Satan kan een storm verwekken in ons vleselijke gemoed, maar hij kan die niet tot bedaren brengen. Hij kan geen olie op de golven gieten, en ook de onstuimige borst niet tot kalmte brengen en in staat stellen zich aan God over te geven. Van alle geestelijke zegeningen is er geen te verkiezen boven de vrede; en die, geloof ik, begeert een kind van God het meest.
Want o, hoeveel ligt er niet besloten in het woord „vrede”! Is de mens van nature niet een vijand van God? Dan moet hij, om behouden te worden, met God verzoend worden, en dat betekent vrede. Is zijn hart niet vaak ontroerd? De Heere zei immers: „Uw hart worde niet ontroerd.” Dan heeft hij vrede nodig. En wordt zijn gemoed niet vaak heen en weer geslingerd door tegenstrijdige gevoelens? Dan heeft hij vrede nodig om tot rust te komen. En wanneer hij op zijn sterfbed moet liggen – o, als hij daar maar in vrede mag liggen, in vrede met God door Jezus Christus, en er een heilige kalmte over zijn ziel komt, die voortvloeit uit geopenbaarde barmhartigheid en ervaren verzoening, dan gaat dat alle verrukkingen ter wereld te boven!
Met vrede gezegend worden door het bloed der besprenging, voordat de ziel haar aardse tabernakel verlaat om de haven van de vrede daarboven binnen te gaan – dat maakt een sterfbed werkelijk gelukkig. Dat haalt elke doorn uit het kussen van de stervende en stelt de gelovige die heengaat in staat om met de vrome Simeon te zeggen: „Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord; want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.”
Dat vreed’ en aangename rust
en milde zegen u verblij’.
Dat welvaart in uw vesting zij,
in uw paleizen vreugd’ en lust.
Om vriend en broed’ren spreek ik nu:
„De vrede zij en blijv’ in u,
nooit moet haar nijd of twist verkloeken.
Om ’s Heeren huis in u gebouwd,
waar onze God zijn woning bouwt,
zal ik het goede voor u zoeken.”
Ps. 122:3
Aan de lezer…
Wie uitziet naar gezichten en geestverrukkingen, naar iets groots en buitengewoons, moet goed letten op waar hij naar uitziet. Wees voorzichtig, want zulke dingen kan de natuur nabootsen en satan namaken. Maar één ding kan hij niet: hij kan geen heilige kalmte in de ziel uitstorten en geen vrede van het Evangelie tot het geweten spreken. Hij kan een storm in uw gemoed verwekken, maar die nooit tot bedaren brengen.
Woelt het nu in uw binnenste als de wateren van het meer van Genesareth? Er is maar Eén Die kan zeggen: „Zwijg, wees stille!” Zijn vrede is de nalatenschap die Hij Zijn Gemeente heeft achtergelaten, een vrede die alle verstand te boven gaat. Jaag die vrede na, en vraag Hem of Hij die in uw hart wil spreken. Er is geen geestelijke zegen te verkiezen boven deze, en het is goed dat u die het meest begeert.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Let us therefore follow after the things which make for peace.
Romans 14:19
What a sweetness is contained in the word “peace.” Bunyan well represents this in his Pilgrim’s Progress, where he speaks of Christian, after having been entertained in the “house Beautiful,” going to sleep in the chamber called “Peace.” And what blessed sensations are couched in that word “Peace!” It was the legacy that Jesus left to His Church. “Peace I leave with you, my peace I give unto you; not as the world gives, give I unto you;” and the Apostle says of it that it “passes all understanding.”
Now many even of the Lord’s people seem as if they wanted and were expecting raptures. There is, I believe, a vast deal of enthusiasm in the natural mind of man, as is evident from what I may call its religious history in all ages; and this leads many who, in other points, seem rightly taught to look for wonderful visions, ecstasies, and raptures, things which nature can imitate, or Satan, as an “angel of light,” counterfeit to delude souls.
But I believe Satan cannot speak gospel peace to the conscience; he cannot bring a holy calm into the soul. He could lash the waters of Gennesaret into a storm; but there was only One Who could say to them, “Peace, be still.” Satan may raise up a storm in our carnal mind, but he cannot allay it; he cannot pour oil upon the waves; nor calm the troubled breast, and enable it to rest upon God.
Of all spiritual blessings, none seem preferable to peace; and I believe that it is what a child of God covets more than anything. For, O how much is implied in the word “peace!” Is not man by nature an enemy to God? Then to be saved he must be reconciled; and that implies peace. Is not his heart often troubled, as the Lord said, “Let not your heart be troubled?” Then he needs peace. And is not his mind often agitated and tossed up and down by conflicting emotions? Then he needs peace to calm it. And when he has to lie upon his dying bed, O, if he can but lie there in peace, peace with God through Jesus Christ, and a holy calm comes over his soul, flowing out of manifested mercy and felt reconciliation, it will beat all the raptures in the world!
To be blessed with peace, through the blood of sprinkling, before the soul glides out of its earthly tabernacle to enter into the haven of peace above—this indeed will make a death-bed happy, this will extract every thorn from the dying pillow, and enable the departing believer to say, with holy Simeon, “Lord, now let You Your servant depart in peace, for my eyes have seen Your salvation.”
To the reader…
Whoever looks for visions and raptures, for something great and extraordinary, must take good heed to what he is looking for. Be careful, for such things nature can imitate and Satan can counterfeit. But one thing he cannot do: he cannot pour a holy calm into the soul, nor speak gospel peace to the conscience. He can raise a storm in your mind, but he can never allay it.
Is there now a tossing within you like the waters of Gennesaret? There is only One Who can say, “Peace, be still!” His peace is the legacy He left to His Church, a peace that passes all understanding. Follow after that peace, and ask Him to speak it into your heart. There is no spiritual blessing to be preferred above this one, and it is good that you desire it most of all.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así que, sigamos lo que hace a la paz.
Romanos 14:19
¡Qué dulzura encierra la palabra “paz”! Bunyan lo representa bien en su Progreso del Peregrino, donde habla de Cristiano que, después de haber sido hospedado en la “Casa Hermosa”, va a dormir en el aposento llamado “Paz”. ¡Y qué benditas sensaciones encierra esa palabra “Paz”! Fue el legado que Jesús dejó a Su Iglesia: “La paz os dejo, Mi paz os doy: no como el mundo la da, Yo os la doy”; y el Apóstol dice de ella que “sobrepuja todo entendimiento”.
Ahora bien, muchos, aun del pueblo del Señor, parecen querer y esperar arrebatos. Hay, creo, muchísimo entusiasmo en la mente natural del hombre, como es evidente por lo que puedo llamar su historia religiosa en todas las épocas; y esto lleva a muchos que, en otros puntos, parecen bien enseñados, a buscar visiones maravillosas, éxtasis y arrebatos, cosas que la naturaleza puede imitar, o que Satanás, como “ángel de luz”, puede falsificar para engañar a las almas.
Pero creo que Satanás no puede hablar la paz del evangelio a la conciencia; no puede traer una santa calma al alma. Pudo azotar las aguas de Genesaret hasta levantar una tempestad; pero solo había Uno que podía decirles: “Calla, enmudece.” Satanás puede levantar una tempestad en nuestra mente carnal, pero no puede apaciguarla; no puede derramar aceite sobre las olas, ni calmar el pecho turbado y capacitarlo para descansar en Dios.
De todas las bendiciones espirituales, ninguna parece preferible a la paz; y creo que es lo que un hijo de Dios codicia más que nada. Porque, ¡oh, cuánto se encierra en la palabra “paz”! ¿No es el hombre por naturaleza enemigo de Dios? Entonces, para ser salvo, tiene que ser reconciliado; y eso implica paz. ¿No está su corazón a menudo turbado, como dijo el Señor: “No se turbe vuestro corazón”? Entonces necesita paz. ¿Y no está su mente a menudo agitada y sacudida de un lado a otro por emociones contrarias? Entonces necesita paz que la calme. Y cuando tenga que yacer en su lecho de muerte, ¡oh, si tan solo puede yacer allí en paz, paz con Dios por medio de Jesucristo, y una santa calma viene sobre su alma, que brota de la misericordia manifestada y de la reconciliación sentida, eso superará todos los arrebatos del mundo!
Ser bendecido con paz, por la sangre del rociamiento, antes de que el alma salga de su tabernáculo terrenal para entrar en el puerto de paz de arriba: esto en verdad hará feliz un lecho de muerte, esto quitará toda espina de la almohada del moribundo, y capacitará al creyente que parte para decir con el santo Simeón: “Ahora despides, Señor, a Tu siervo en paz; porque han visto mis ojos Tu salvación.”
Al lector…
Quien busca visiones y arrebatos, algo grande y extraordinario, debe prestar mucha atención a lo que busca. Tenga cuidado, porque tales cosas la naturaleza puede imitarlas y Satanás puede falsificarlas. Pero hay una cosa que él no puede hacer: no puede derramar una santa calma en el alma, ni hablar la paz del evangelio a la conciencia. Puede levantar una tempestad en su mente, pero nunca puede apaciguarla.
¿Hay ahora dentro de usted una agitación como la de las aguas de Genesaret? Solo hay Uno que puede decir: “¡Calla, enmudece!” Su paz es el legado que dejó a Su Iglesia, una paz que sobrepuja todo entendimiento. Siga esa paz, y pídale que la hable a su corazón. No hay bendición espiritual preferible a esta, y es bueno que usted la desee más que ninguna otra.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl