Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

24 juli

Vandaag

4 min. lezen

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden). En heeft ons mede opgewekt.
Efeze 2:4, 5, 6

Achttienhonderd jaar zijn voorbijgegaan sinds het lichaam van Christus in het graf levend gemaakt werd; maar de geestelijke vrucht van die levendmaking komt tot alle uitverkorenen en zal zich uitstrekken tot het einde van de eeuwen. Krachtens deze levendmaking doet het leven zijn intrede in de ziel wanneer de Heilige Geest Zijn voornemen gaat uitvoeren. U heeft Hij mede levend gemaakt, toen u dood was. Met de levendmaking komen levende indrukken, zoals overtuiging van zonde, een schuldig geweten, de vreze Gods, een verslagen hart, de geest van het gebed en berouw. In één woord: dit is het eerste werk van de genade in de ziel.

Toen het lichaam van Christus door de Heilige Geest levend gemaakt werd, waren er levensbewegingen voordat het lichaam het graf verliet. Zo zijn er ook levensbewegingen in de ziel van een kind van God door de levendmakende werkingen van God de Heilige Geest, voordat zij wordt opgewekt. Zij is tot leven gebracht, en krachtens die levendmaking ziet, voelt, vreest, roept en bidt zij, en ziet zij uit naar genade. Elk vermogen van het vernieuwde gemoed van de zondaar is levend en open voor de dingen van God. Nooit zullen wij bidden, leren, horen en de zekerheid van de eeuwige dingen beseffen, behalve wanneer het de Heere behaagt ons door Zijn Geest tot het geestelijk leven te brengen.

Maar dan is er nog geen opstanding; de levendmaking gaat eraan vooraf. Toen de adem van de Heilige Geest, om zo te zeggen, het lichaam van Christus levend maakte terwijl het in het graf lag, was dat alleen een voorbereiding op de opstanding van dat dode lichaam uit het graf. Zo zijn ook de levendmakende werkingen van God de Heilige Geest in het hart van een kind van God alleen voorbereidingen op de opwekking met Christus. Het lichaam van Christus bleef niet in het graf, ook al was het daarin al levend. Zo is het ook met hen die God levend gemaakt heeft en die nog in het graf van zonde, ellende en ongerechtigheid liggen, maar toch zuchten, klagen en om genade bedelen: ook zij zullen zeker naar buiten gebracht worden.

Het lichaam van Christus werd daar niet gelaten toen het levend gemaakt was; en zo zal ook niemand van u die levend gemaakt bent, gelaten worden in uw zonde en ellende, in uw veroordeling en schuld. Hetzelfde Goddelijke werk dat u tot het geestelijk leven bracht, zal u uit deze staat van onrust en benauwdheid halen en met Christus doen opstaan, zoals het gebeurde met Zijn lichaam toen Hij uit het graf uitging.

Wanneer nu de kracht van God in de ziel werkt, wanneer de barmhartigheid het hart bereikt, wanneer Christus geopenbaard en Zijn Woord toegepast wordt, en de ziel uit het donkere graf komt waarin zij gelegen heeft, zoals Lazarus, gebonden met grafdoeken en toch levend; wanneer zo de deur van de hoop geopend wordt en de ziel opgewekt wordt tot geloof, hoop en liefde, dan is zij „met Christus mede opgewekt”.

De opstanding van Christus was niet alleen het grote getuigenis dat God Hem gaf als Zijn geliefde Zoon, want Hij is „krachtiglijk bewezen te zijn de Zone Gods, door de opstanding uit de doden.” Hij is ook „opgewekt om onze rechtvaardigmaking”, en wij zijn in Hem opgestaan als wij in Zijn Naam geloven. Alle uitverkorenen van God zijn met Hem opgestaan, want zij zijn „leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.” Toen Hij stierf, stierven zij; toen Hij opstond, stonden zij op. Zij zijn in de Persoon van de Zoon van God opgestaan toen Hij zegevierend uit het graf verrees. Zo wekt de Heilige Geest hen ook op wanneer Hij de weldaden en zegeningen van Zijn dood en opstanding aan hun hart en geweten toepast, en brengt Hij hen uit het donkere graf in het open licht van een heerlijke dag van het Evangelie. Dat is „met Christus mede opgewekt” zijn.

Aan de lezer…

Arme zondaar, ligt u nog als in het graf van zonde en ellende, en vraagt u zich af of er ooit een opstanding voor u zal komen? Let dan op wat er in u leeft. Zucht u, klaagt u, bedelt u om genade? Vreest u God, en is uw hart verslagen over de zonde? Een dode doet dat niet. Dat zijn de levensbewegingen die de Heilige Geest werkt, voordat de ziel wordt opgewekt.

Het lichaam van Christus bleef niet in het graf, ook al was het daarin al levend; en niemand die levend gemaakt is, zal gelaten worden in zijn veroordeling en schuld. God, Die rijk is in barmhartigheid, voltooit wat Hij begon. Hetzelfde werk dat u levend maakte, zal u ook uit deze staat van onrust en benauwdheid halen. Uit genade bent u zalig geworden, en uit genade zult u met Christus opstaan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl