Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

24 april

Vandaag

3 min. lezen

Nog een kleine tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef en gij zult leven.
Johannes 14:19

Gemeenschap met Christus omvat drie dingen: Hem aanschouwen door het geloof, leven door Zijn leven, en Zijn geopenbaarde tegenwoordigheid genieten. Maar alle drie hebben zij hun grondslag in Zijn opstanding en in het kennen van de kracht daarvan. Als de Opgestane uit de dood zien zij Hem; als de Opgestane uit de dood leven zij uit Hem een leven van geloof; als de Opgestane uit de dood openbaart Hij Zich aan hen. En wanneer het leven en het gevoel door de kracht van de zoete gemeenschap met Hem in hun ziel ontspringen, wordt de kracht van Zijn opstanding in hen geopenbaard. Daarom doet deze gemeenschap met de Heere Jezus als het opgestane Hoofd de heiligen, die met God verzoend en gerechtvaardigd zijn, Hem navolgen en aankleven, naar de mate van hun genade en van het leven en de kracht van God in hun ziel.

Deze gemeenschap wordt weliswaar vaak treurig en pijnlijk onderbroken door de zonde die in ons woont. Maar het grondbeginsel is er, want dat beginsel is leven, en het leven is het voorrecht, het bezit en het kenmerk van de kinderen van God. U hebt niemand nodig om u te verzekeren dat Jezus uit de dood is opgestaan, als Hij Zich in uw ziel openbaart. U hebt geen verder bewijs nodig dat u een schaap bent, als u Zijn stem gehoord hebt en Zijn stem kent. Zo kunt u dus zeggen: „Jezus is opgestaan, want ik heb Hem aanschouwd; Jezus is opgestaan, want ik heb Hem gehoord; Jezus is opgestaan, want ik leef uit Hem.”

Gemeenschap met Jezus is het leven van de godsdienst, en zonder dat leven is de godsdienst maar iets leegs. Zonder Hem kunnen wij niets doen; Hij is ons leven, ons opgestane Verbondshoofd, onze Voorspraak bij de Vader, onze Man, Vriend en Broeder. Hoe zullen wij dan, zoals de rank uit de wijnstok, sap trekken uit Zijn volheid, of Hem persoonlijk en bevindelijk kennen in elk van Zijn beminnelijke eigenschappen, anders dan door de voortdurende gemeenschap met Hem aan de troon van Zijn genade? Dit is werkelijk het punt dat de levenden onderscheidt van de doden, het ware kind van God van de blote belijder: de een heeft ware vereniging en gemeenschap met een Jezus Die uit de dood is opgestaan, en de ander neemt genoegen met een gedaante van godzaligheid.

Elke levend gemaakte ziel verlangt ernaar de kracht van God in zich te ervaren; zij verlangt naar gemeenschap van boven, naar vergeving en vrede, naar blijken van barmhartigheid en genade. En wanneer zij door het geloof een gezicht op Christus heeft gekregen en iets geopenbaard heeft gekregen van Zijn Persoon en werk, Zijn genade en heerlijkheid, kan haar daarna niets anders werkelijk voldoen dan de innerlijke gemeenschap van de geest met Jezus, waardoor de Heere en zij één worden; want die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.

Aan de lezer…

Misschien is uw gemeenschap met de Heere Jezus onderbroken. Is de zonde die in u woont ertussen gekomen, zodat u Hem niet meer ziet en Zijn stem niet meer hoort zoals vroeger? Dat is treurig en pijnlijk, en u mag erover klagen. Maar wanhoop niet alsof alles verloren is. Het grondbeginsel blijft, want dat beginsel is leven, en dat leven hangt niet aan uw gevoel, maar aan Hem Die leeft.

„Ik leef,” zegt Hij, „en gij zult leven.” Hebt u ooit Zijn stem gehoord en gekend, dan hebt u geen verder bewijs nodig dat u een van Zijn schapen bent. Neem dan geen genoegen met een gedaante van godzaligheid, maar blijf aankloppen bij de troon der genade, als een rank die sap zoekt uit de wijnstok. Hij Die is opgestaan, zal Zich weer aan u openbaren, en dan zal uw ziel opnieuw mogen zeggen: Jezus is opgestaan, want ik leef uit Hem.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl