24 de abril
Nog een kleine tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef en gij zult leven.
Johannes 14:19
Gemeenschap met Christus bevat drie zaken: Hem aanschouwen door het geloof, leven door Zijn leven, en Zijn geopenbaarde tegenwoordigheid genieten. Doch al deze drie zaken hebben hun grondslag in Zijn opstanding en een kennis van de kracht daarvan. Als opgestaan van de dood zien zij Hem; als opgestaan van de dood leven zij een leven des geloofs uit Hem; als opgestaan van de dood openbaart Hij Zich aan hen; en als het leven en gevoel, uit kracht van de zoete gemeenschap met Hem, in hun ziel ontspringen, wordt de kracht Zijner opstanding in hen geopenbaard. Derhalve doet deze gemeenschap met de Heere Jezus, als een herrezen Hoofd, de met God verzoende en gerechtvaardigde heiligen Hem achteraan kleven, naar de mate van hun genade en van het leven en de kracht Gods in hun zielen.
Inderdaad wordt deze gemeenschap menigmaal treurig en smartelijk onderbroken door de zonde die in ons woont. Maar het grondbeginsel is er, want dit beginsel is leven, en het leven is het voorrecht, het bezit en de onderscheiding van de kinderen Gods. Gij hebt niemand van node om u te verzekeren dat Jezus is opgestaan van de dood, als Hij Zich in uw ziel openbaart. Gij behoeft geen nader bewijs dat gij een schaap zijt, als gij Zijn stem gehoord hebt en gij Zijn stem kent. Zo kunt gij dus zeggen: „Jezus is opgestaan, want ik heb Hem aanschouwd; Jezus is opgestaan, want ik heb Hem gehoord; Jezus is opgestaan, want ik leef uit Hem.”
Gemeenschap met Jezus is het leven van de godsdienst, en zonder dit leven is de godsdienst maar een ledig iets. Gelijk wij zonder Hem niets doen kunnen, gelijk Hij ons leven is, ons herrezen Verbondshoofd, onze Voorspraak bij de Vader, onze Man, Vriend en Broeder, hoe zullen wij, gelijk de rank uit de wijnstok, sap trekken uit Zijn volheid, of Hem persoonlijk en bevindelijk kennen in elk van Zijn beminnelijke eigenschappen, tenzij dan door de gedurige gemeenschap met Hem aan de troon Zijner genade? Inderdaad is dit het punt dat de levenden onderscheidt van de doden, het ware kind van God van de blote belijder: dat namelijk de een ware vereniging en gemeenschap heeft met een Jezus Die uit de dood herrezen is, en de ander zich vergenoegt met een gedaante van godzaligheid.
Elke levend gemaakte ziel staat ernaar de kracht Gods in zich te ontwaren, staat naar gemeenschap van boven, naar vergeving en vrede, naar blijken van barmhartigheid en genade. En wanneer zij een gezicht van Christus heeft door het geloof en enige openbaring heeft van Zijn Persoon en werk, genade en heerlijkheid, kan naderhand niets anders haar waarlijk bevredigen dan de inwendige gemeenschap des geestes met Jezus, waardoor de Heere en zij één worden, want die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.
Aan de lezer…
Misschien is uw gemeenschap met de Heere Jezus onderbroken. Heeft de zonde die in u woont tussenbeide gekomen, zodat u Hem niet meer ziet en Zijn stem niet meer hoort zoals eens? Dat is treurig en smartelijk, en u mag erover klagen. Maar wanhoop niet alsof alles verloren is. Het grondbeginsel blijft, want dat beginsel is leven, en dat leven hangt niet aan uw gevoel, maar aan Hem Die leeft.
„Ik leef,” zegt Hij, „en gij zult leven.” Hebt u ooit Zijn stem gehoord en gekend, dan behoeft u geen nader bewijs dat u een van Zijn schapen bent. Laat u dan niet vergenoegen met een gedaante van godzaligheid, maar blijf aankloppen aan de troon der genade, als een rank die sap zoekt uit de wijnstok. Hij Die is opgestaan, zal Zich weer aan u openbaren, en dan zal uw ziel opnieuw mogen zeggen: Jezus is opgestaan, want ik leef uit Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Nog een kleine tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef en gij zult leven.
Johannes 14:19
Gemeenschap met Christus omvat drie dingen: Hem aanschouwen door het geloof, leven door Zijn leven, en Zijn geopenbaarde tegenwoordigheid genieten. Maar alle drie hebben zij hun grondslag in Zijn opstanding en in het kennen van de kracht daarvan. Als de Opgestane uit de dood zien zij Hem; als de Opgestane uit de dood leven zij uit Hem een leven van geloof; als de Opgestane uit de dood openbaart Hij Zich aan hen. En wanneer het leven en het gevoel door de kracht van de zoete gemeenschap met Hem in hun ziel ontspringen, wordt de kracht van Zijn opstanding in hen geopenbaard. Daarom doet deze gemeenschap met de Heere Jezus als het opgestane Hoofd de heiligen, die met God verzoend en gerechtvaardigd zijn, Hem navolgen en aankleven, naar de mate van hun genade en van het leven en de kracht van God in hun ziel.
Deze gemeenschap wordt weliswaar vaak treurig en pijnlijk onderbroken door de zonde die in ons woont. Maar het grondbeginsel is er, want dat beginsel is leven, en het leven is het voorrecht, het bezit en het kenmerk van de kinderen van God. U hebt niemand nodig om u te verzekeren dat Jezus uit de dood is opgestaan, als Hij Zich in uw ziel openbaart. U hebt geen verder bewijs nodig dat u een schaap bent, als u Zijn stem gehoord hebt en Zijn stem kent. Zo kunt u dus zeggen: „Jezus is opgestaan, want ik heb Hem aanschouwd; Jezus is opgestaan, want ik heb Hem gehoord; Jezus is opgestaan, want ik leef uit Hem.”
Gemeenschap met Jezus is het leven van de godsdienst, en zonder dat leven is de godsdienst maar iets leegs. Zonder Hem kunnen wij niets doen; Hij is ons leven, ons opgestane Verbondshoofd, onze Voorspraak bij de Vader, onze Man, Vriend en Broeder. Hoe zullen wij dan, zoals de rank uit de wijnstok, sap trekken uit Zijn volheid, of Hem persoonlijk en bevindelijk kennen in elk van Zijn beminnelijke eigenschappen, anders dan door de voortdurende gemeenschap met Hem aan de troon van Zijn genade? Dit is werkelijk het punt dat de levenden onderscheidt van de doden, het ware kind van God van de blote belijder: de een heeft ware vereniging en gemeenschap met een Jezus Die uit de dood is opgestaan, en de ander neemt genoegen met een gedaante van godzaligheid.
Elke levend gemaakte ziel verlangt ernaar de kracht van God in zich te ervaren; zij verlangt naar gemeenschap van boven, naar vergeving en vrede, naar blijken van barmhartigheid en genade. En wanneer zij door het geloof een gezicht op Christus heeft gekregen en iets geopenbaard heeft gekregen van Zijn Persoon en werk, Zijn genade en heerlijkheid, kan haar daarna niets anders werkelijk voldoen dan de innerlijke gemeenschap van de geest met Jezus, waardoor de Heere en zij één worden; want die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.
Aan de lezer…
Misschien is uw gemeenschap met de Heere Jezus onderbroken. Is de zonde die in u woont ertussen gekomen, zodat u Hem niet meer ziet en Zijn stem niet meer hoort zoals vroeger? Dat is treurig en pijnlijk, en u mag erover klagen. Maar wanhoop niet alsof alles verloren is. Het grondbeginsel blijft, want dat beginsel is leven, en dat leven hangt niet aan uw gevoel, maar aan Hem Die leeft.
„Ik leef,” zegt Hij, „en gij zult leven.” Hebt u ooit Zijn stem gehoord en gekend, dan hebt u geen verder bewijs nodig dat u een van Zijn schapen bent. Neem dan geen genoegen met een gedaante van godzaligheid, maar blijf aankloppen bij de troon der genade, als een rank die sap zoekt uit de wijnstok. Hij Die is opgestaan, zal Zich weer aan u openbaren, en dan zal uw ziel opnieuw mogen zeggen: Jezus is opgestaan, want ik leef uit Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Yet a little while, and the world seeth Me no more; but ye see Me: because I live, ye shall live also.”
John 14:19
Communion with Christ rests on three things—seeing Him by faith, living upon His life, and experiencing His manifested presence. But all these three things depend on His resurrection and a knowledge of its power. As risen from the dead, the saints see Him; as risen from the dead, they live a life of faith upon Him; as risen from the dead, He manifests Himself unto them; and as life and feeling spring up in their souls from sweet communion with Him, the power of His resurrection becomes manifest in them.
This communion, therefore, with the Lord Jesus as a risen Head all the reconciled and justified saints of God are pressing forward after, according to the measure of their grace and the life and power of God in their soul. It is indeed often sadly interrupted and grievously broken through, by the sin that dwells in us. But the principle is there, for that principle is life; and life is the privilege, the possession, and the distinction of the children of God. You need none to assure you that Jesus is risen from the dead if He manifests Himself to your soul. You need no evidence that you are one of His sheep if you have heard and know His voice. So you may say, “Jesus is risen, for I have seen Him; Jesus is risen, for I have heard Him; Jesus is risen, for I live upon Him.”
Communion with Jesus is the life of religion, and indeed without it religion is but an empty name. If without Him we can do nothing; if He is our life, our risen covenant Head, our Advocate with the Father, our Husband, our Friend, our Brother, how are we to draw sap out of His fullness, as the branch from the vine, or to know Him personally and experimentally in any one of His endearing relationships, unless by continual communion with Him on His throne of grace? In fact, this is the grand distinguishing point between the living and the dead, between the true child of God and the mere professor, that the one has real union and communion with a risen Jesus, and the other is satisfied with a form of godliness.
Every quickened soul is made to feel after the power of God, after communion from above, after pardon and peace, after visitations of mercy and grace; and when he has had a view of Christ by faith, and some revelation of His Person and work, grace and glory, nothing afterwards can ever really satisfy him but that inward communion of spirit with Jesus whereby the Lord and he become one; “for he that is joined to the Lord is one spirit.”
To the reader…
Perhaps your communion with the Lord Jesus has been interrupted. Has the sin that dwells in you come between, so that you no longer see Him and hear His voice as you once did? That is sad and painful, and you may mourn over it. But do not despair as if all were lost. The principle remains, for that principle is life, and that life does not hang on your feelings, but on Him Who lives.
“Because I live,” He says, “ye shall live also.” If you have ever heard and known His voice, you need no further proof that you are one of His sheep. Do not be content, then, with a form of godliness, but keep knocking at the throne of grace, like a branch seeking sap from the vine. He Who is risen will reveal Himself to you again, and then your soul may say once more: Jesus is risen, for I live upon Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Aun un poquito, y el mundo no Me verá más; empero vosotros Me veréis; porque Yo vivo, y vosotros también viviréis.
Juan 14:19
La comunión con Cristo descansa en tres cosas: verle por la fe, vivir de Su vida y experimentar Su presencia manifestada. Pero estas tres cosas dependen de Su resurrección y de un conocimiento de su poder. Como resucitado de los muertos, los santos le ven; como resucitado de los muertos, viven una vida de fe en Él; como resucitado de los muertos, Él se manifiesta a ellos; y a medida que brotan vida y sentir en sus almas por la dulce comunión con Él, el poder de Su resurrección se hace manifiesto en ellos.
Por lo tanto, todos los santos de Dios reconciliados y justificados están avanzando en pos de esta comunión con el Señor Jesús como Cabeza resucitada, según la medida de su gracia y de la vida y el poder de Dios en su alma. Es en verdad a menudo tristemente interrumpida y penosamente quebrantada por el pecado que mora en nosotros. Pero el principio está allí, porque ese principio es vida; y la vida es el privilegio, la posesión y la distinción de los hijos de Dios. Usted no necesita que nadie le asegure que Jesús ha resucitado de los muertos si Él se manifiesta a su alma. No necesita ninguna prueba de que es una de Sus ovejas si ha oído y conoce Su voz. Así puede decir: “Jesús ha resucitado, porque le he visto; Jesús ha resucitado, porque le he oído; Jesús ha resucitado, porque vivo de Él.”
La comunión con Jesús es la vida de la religión, y en verdad sin ella la religión no es más que un nombre vacío. Si sin Él nada podemos hacer; si Él es nuestra vida, nuestra Cabeza resucitada del pacto, nuestro Abogado para con el Padre, nuestro Esposo, nuestro Amigo, nuestro Hermano, ¿cómo hemos de sacar savia de Su plenitud, como el pámpano de la vid, o conocerle personal y experimentalmente en cualquiera de Sus entrañables relaciones, sino por la comunión continua con Él en Su trono de gracia? De hecho, este es el gran punto que distingue a los vivos de los muertos, al verdadero hijo de Dios del mero profesante: que el uno tiene verdadera unión y comunión con un Jesús resucitado, y el otro se contenta con una apariencia de piedad.
Toda alma vivificada es llevada a buscar a tientas el poder de Dios, la comunión de lo alto, el perdón y la paz, las visitas de misericordia y de gracia; y cuando ha tenido una visión de Cristo por la fe, y alguna revelación de Su Persona y obra, de Su gracia y gloria, nada después podrá realmente satisfacerla sino aquella comunión interior de espíritu con Jesús por la cual el Señor y ella llegan a ser uno; “porque el que se junta con el Señor, un espíritu es”.
Al lector…
Quizá su comunión con el Señor Jesús se ha visto interrumpida. ¿Se ha interpuesto el pecado que mora en usted, de modo que ya no le ve ni oye Su voz como antes? Eso es triste y doloroso, y bien puede usted lamentarlo. Pero no se desespere como si todo estuviera perdido. El principio permanece, porque ese principio es vida, y esa vida no depende de sus sentimientos, sino de Aquel que vive.
“Porque Yo vivo”, dice Él, “vosotros también viviréis.” Si alguna vez ha oído y conocido Su voz, no necesita más prueba de que es una de Sus ovejas. No se contente, pues, con una apariencia de piedad, sino siga llamando al trono de la gracia, como un pámpano que busca savia en la vid. Aquel que ha resucitado se le revelará de nuevo, y entonces su alma podrá decir otra vez: Jesús ha resucitado, porque vivo de Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl