24 augustus
Indien gij de gave Gods kendet, en wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken; zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.
Johannes 4:10
De natuur van de gave Gods kunnen wij niet kennen, ofschoon wij er de noodzakelijkheid van kunnen kennen, wanneer wij haar macht ervaren als aan onze ziel geopenbaard en in haar uitgestort. Dan kennen wij iets van de gave Gods, wanneer wij het eeuwige leven voelen stromen door onze geestelijke aderen. Hoe draag ik kennis van mijn natuurlijk leven? Is het niet door het innerlijk bewustzijn dat ik daar natuurlijk leven bezit? Zo ook zullen wij, als wij geestelijk leven hebben, bij tijden en gelegenheden een inwendig bewustzijn ervan gevoelen; wij zullen het geestelijke hart voelen kloppen en de geestelijke longen ademen, en de geestelijke ogen zien, en de geestelijke oren horen; in één woord, wij zullen ons inwendig bewust worden van die aandoeningen en gevoelens die het leven Gods in de ziel eigen zijn.
Het geestelijke leven zal gezien worden in zijn eigen licht, gevoeld in zijn eigen kracht en spreken uit zijn eigen getuigenis. Het weinige dat wij kennen (en het is voor de meesten maar weinig), doet ons naar meer verlangen. Zo wij ooit de „gave Gods” ontvangen hebben in ons geweten; zo wij ooit de geheimzinnige werking van het Goddelijke leven in onze harten hebben gevoeld; zo wij ooit de zoete aandoeningen en eigenaardige gewaarwordingen hebben gekend waardoor zij zich openbaart, dan heeft zij ons voor alle andere godsdienst gedood; en zo een mate van Goddelijk leven in het hart uit de volheid van de Zoon Gods gevloeid is, hebben wij geen andere godsdienst nodig dan die welke staat in de kracht Gods; daardoor alleen kunnen wij leven, en daardoor alleen, zo gevoelen wij, kunnen wij sterven.
Ik zet mijn treden in uw spoor,
opdat mijn voet niet uit zou glijden.
Wil mij voor struikelen bevrijden
en ga mij met uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ’k blijf op U wachten,
omdat G’, o God, mij altoos redt.
Ai, luister dan naar mijn gebed
en neig uw oren tot mijn klachten!
Ps. 17:3
Aan de lezer…
Dat woord over de gave Gods doet vragen: weet u iets van dat inwendige bewustzijn van geestelijk leven? Hebt u weleens, al was het maar bij tijden, het geestelijke hart voelen kloppen en de ogen van uw ziel voelen opengaan? Misschien is het weinige dat u kent zo weinig, dat u het nauwelijks durft te noemen. Maar juist dat weinige doet naar meer verlangen, en dat verlangen zelf is een teken van leven; een dode ziel begeert niets.
Hoor dan wat de Heere Jezus tot de vrouw bij de put zeide: kendet u de gave Gods, en wie Hij is, u zou van Hem begeren, en Hij zou u levend water geven. Begeer het dan van Hem. Het leven dat uit de volheid van de Zoon Gods in het hart vloeit, maakt alle andere godsdienst overbodig. Daardoor alleen kunnen wij leven, en daardoor alleen kunnen wij ook met vrede sterven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Indien gij de gave Gods kendet, en wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken; zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.
Johannes 4:10
De natuur van de gave van God kunnen wij niet kennen, hoewel wij er wel de noodzaak van kunnen kennen, wanneer wij haar macht ervaren doordat zij aan onze ziel geopenbaard en in haar uitgestort wordt. Dan kennen wij iets van de gave van God, wanneer wij het eeuwige leven door onze geestelijke aderen voelen stromen. Hoe weet ik dat ik natuurlijk leven heb? Is het niet door het innerlijke besef dat ik natuurlijk leven bezit? Zo zullen ook wij, als wij geestelijk leven hebben, op bepaalde tijden en momenten er een inwendig besef van hebben. Wij zullen het geestelijke hart voelen kloppen en de geestelijke longen voelen ademen, de geestelijke ogen zullen zien en de geestelijke oren zullen horen. Kortom, wij zullen ons inwendig bewust worden van die aandoeningen en gevoelens die eigen zijn aan het leven van God in de ziel.
Het geestelijke leven zal gezien worden in zijn eigen licht, gevoeld worden in zijn eigen kracht en spreken met zijn eigen getuigenis. Het weinige dat wij kennen (en voor de meesten is het maar weinig), doet ons naar meer verlangen. Als wij ooit de „gave Gods” in ons geweten ontvangen hebben; als wij ooit de verborgen werking van het Goddelijke leven in ons hart hebben gevoeld; als wij ooit de zoete aandoeningen en bijzondere gewaarwordingen hebben gekend waardoor dat leven zich openbaart, dan heeft het ons gedood voor alle andere godsdienst. En als er een mate van Goddelijk leven uit de volheid van de Zoon van God in het hart is gevloeid, dan hebben wij geen andere godsdienst nodig dan die welke bestaat in de kracht van God. Daardoor alleen kunnen wij leven, en daardoor alleen, zo voelen wij, kunnen wij sterven.
Ik zet mijn treden in uw spoor,
opdat mijn voet niet uit zou glijden.
Wil mij voor struikelen bevrijden
en ga mij met uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ’k blijf op U wachten,
omdat G’, o God, mij altoos redt.
Ai, luister dan naar mijn gebed
en neig uw oren tot mijn klachten!
Ps. 17:3
Aan de lezer…
Dat woord over de gave van God roept een vraag op: weet u iets van dat inwendige besef van geestelijk leven? Hebt u weleens, al was het maar op bepaalde tijden, het geestelijke hart voelen kloppen en de ogen van uw ziel voelen opengaan? Misschien is het weinige dat u kent zo weinig, dat u het nauwelijks durft te noemen. Maar juist dat weinige doet naar meer verlangen, en dat verlangen zelf is een teken van leven; een dode ziel begeert niets.
Hoor dan wat de Heere Jezus tegen de vrouw bij de put zei: als u de gave van God kende, en wie Hij is, dan zou u van Hem begeren, en Hij zou u levend water geven. Begeer het dan van Hem. Het leven dat uit de volheid van de Zoon van God in het hart vloeit, maakt alle andere godsdienst overbodig. Daardoor alleen kunnen wij leven, en daardoor alleen kunnen wij ook met vrede sterven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
If thou knewest the gift of God, and Who it is that saith to thee, Give Me to drink; thou wouldest have asked of Him, and He would have given thee living water.
John 4:10
We cannot know the nature, though we may know the necessity, of the gift of God, until we experience its power as revealed and shed abroad in our soul. Then we know some measure of the gift of God when we feel eternal life flowing through our spiritual veins. How do I know I live naturally? Is not my participation of natural life known to me by an internal consciousness that I possess it? I know I live, because I feel that I live.
And so, if we have spiritual life, there will be, at times and seasons, an internal consciousness that we have it; we shall feel the spiritual heart beat, and the spiritual lungs breathe, and the spiritual eyes see, and the spiritual ears hear—in a word, we shall be internally conscious of those emotions and sensations which are peculiar to the life of God in the soul. Spiritual life will be seen in its own light, felt in its own power, and shine forth in its own testimony.
The little that we do know (and it is indeed for the most part but a little) makes us long for more of it. If ever we have received “the gift of God” into our conscience; if ever we have felt the mysterious operation of divine life in our hearts; if ever we have known the sweet emotions and peculiar sensations by which it manifests itself, it has killed us to all other religions; and as a measure of divine life has flowed into the heart out of the fullness of the Son of God, we want no other religion but that which stands in the power of God; by that alone we can live, and by that alone we feel that we can die.
To the reader…
That word about the gift of God raises a question: do you know anything of that inward consciousness of spiritual life? Have you ever, even if only at certain times, felt the spiritual heart beat and the eyes of your soul open? Perhaps the little you know is so little that you hardly dare to mention it. But that very little makes you long for more, and that longing itself is a sign of life; a dead soul desires nothing.
Hear, then, what the Lord Jesus said to the woman at the well: if you knew the gift of God, and Who He is, you would ask of Him, and He would give you living water. So ask it of Him. The life that flows into the heart out of the fulness of the Son of God makes all other religion unnecessary. By that alone can we live, and by that alone can we also die in peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Si conocieses el don de Dios, y quién es el que te dice: Dame de beber: tú pedirías de él, y él te daría agua viva.
Juan 4:10
No podemos conocer la naturaleza del don de Dios, aunque podamos conocer su necesidad, hasta que experimentamos su poder tal como es revelado y derramado en nuestra alma. Entonces conocemos en alguna medida el don de Dios, cuando sentimos la vida eterna fluir por nuestras venas espirituales. ¿Cómo sé que vivo naturalmente? ¿No me es conocida mi participación de la vida natural por una conciencia interior de que la poseo? Sé que vivo, porque siento que vivo.
Y así, si tenemos vida espiritual, habrá, en ciertos tiempos y ocasiones, una conciencia interior de que la tenemos; sentiremos latir el corazón espiritual, y respirar los pulmones espirituales, y ver los ojos espirituales, y oír los oídos espirituales; en una palabra, tendremos conciencia interior de aquellas emociones y sensaciones que son propias de la vida de Dios en el alma. La vida espiritual será vista en su propia luz, sentida en su propio poder, y resplandecerá en su propio testimonio.
Lo poco que sabemos (y en verdad, la mayoría de las veces, no es sino poco) nos hace anhelar más de ello. Si alguna vez hemos recibido “el don de Dios” en nuestra conciencia; si alguna vez hemos sentido la misteriosa operación de la vida divina en nuestro corazón; si alguna vez hemos conocido las dulces emociones y las sensaciones peculiares por las que se manifiesta, nos ha hecho morir a todas las demás religiones; y a medida que una medida de vida divina ha fluido al corazón de la plenitud del Hijo de Dios, no queremos otra religión sino la que consiste en el poder de Dios; solo por ella podemos vivir, y solo por ella sentimos que podemos morir.
Al lector…
Esa palabra sobre el don de Dios suscita una pregunta: ¿sabe usted algo de esa conciencia interior de la vida espiritual? ¿Ha sentido alguna vez, aunque solo fuera en ciertos momentos, latir el corazón espiritual y abrirse los ojos de su alma? Quizá lo poco que sabe es tan poco que apenas se atreve a mencionarlo. Pero precisamente ese poco le hace anhelar más, y ese mismo anhelo es una señal de vida; un alma muerta no desea nada.
Escuche, pues, lo que el Señor Jesús dijo a la mujer junto al pozo: si conocieses el don de Dios, y quién es Él, tú pedirías de Él, y Él te daría agua viva. Pídaselo, pues, a Él. La vida que fluye al corazón de la plenitud del Hijo de Dios hace innecesaria toda otra religión. Solo por ella podemos vivir, y solo por ella podemos también morir en paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl