Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

2 min. lezen

Door de vreze des Heeren wijkt men af van het kwade.
Spreuken 3:7

Er is een zeer nauwe en innige samenhang tussen godvrezend zijn en „heilig zijn in alle gesprekken”. Wanneer laten wij ons in onze gesprekken door drift meeslepen? Wanneer komen er lichtzinnige en ijdele woorden over onze lippen? Wanneer komen die driftige uitvallen, die knorrige uitdrukkingen, die vleselijke, wereldse taal, waar wij van nature toe geneigd zijn, over onze lippen en zoeken zij zich min of meer onbedachtzaam een uitweg over onze tong? Is het niet wanneer de vreze Gods haar stromen niet laat vloeien als een fontein des levens, om de ziel te bevochtigen en haar te stemmen tot nederigheid en liefde? En is het niet wanneer zij ook niet opwelt en zich niet uit in Goddelijke waarschuwingen, om de tong als met een teugel te breidelen en dat kleine lid te besturen, dat, hoe klein ook, het hele lichaam bezoedelt wanneer het niet in bedwang wordt gehouden?

Maar als deze vrees beoefend wordt, zal zij die levendigheid van taal bedwingen die niet alleen ons eigen geweten kwetst, maar vaak ook een steen des aanstoots is voor de wereld, een slecht voorbeeld voor het huisgezin van God en een wapen in de hand van de satan om de dood in hun ziel te brengen. Wij zouden er goed aan doen de woorden van de apostel te overdenken en ze met ons mee te dragen wanneer wij in de dagelijkse omgang moeten spreken: „Geen vuile rede ga uit uw mond; maar zo daar enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve diegenen die ze horen. En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing” (Efeze 4:29, 30).

Zet, Heer, een wacht voor mijne lippen,
behoed de deuren van mijn mond,
opdat ik mij tot genen stond
iets onbedachtzaams laat ontglippen.

Bewaar mij voor ’t geweld der strikken
die tot mijn val mij zijn gelegd
door hen, die wars van ’t heilig recht,
het boze doen all’ ogenblikken.

Ps. 141:3, 10

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat u zich moet afvragen hoe het met uw tong staat. Het is een klein lid, maar hoe snel ontglipt er een driftig woord, een lichtzinnige opmerking, een knorrige uitval. En achteraf brandt het in het geweten. Misschien kent u die schaamte maar al te goed, en vraagt u zich af hoe het kan dat iemand die de Heere zoekt nog zo spreekt.

Laat mij de oorzaak eerlijk aanwijzen: het gebeurt wanneer de vreze Gods niet als een fontein des levens in de ziel vloeit. Die vreze is de teugel die de tong breidelt en het hart stemt tot nederigheid en liefde. Zoek haar dan niet alleen in eigen voornemens, maar bid de Heere dat Hij een wacht voor uw lippen zet. Draag het woord van de apostel met u mee in de dagelijkse omgang: laat geen vuile rede uit uw mond gaan, en bedroef de Heilige Geest niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag der verlossing.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl