Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

23 november

Vandaag

3 min. lezen

Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft.
Romeinen 4:18

De hoop is de vrucht van de Geest, en waar de hoop afwezig is of helemaal niet gevonden wordt, al draagt men zelfs de naam, daar heerst de dood. „Maar,” zullen sommigen zeggen, „zijn Gods kinderen niet menigmaal de wanhoop ten prooi?” Nee, niet aan de wanhoop. Zij zijn er vaak heel dichtbij, aan de oever van de wanhoop. De rukwinden uit dat verderfelijke land mogen hun verpeste lucht op hen werpen, zodat zij naar hun gevoel in de wanhoop verkeren, maar geen van Gods kinderen zette ooit zijn voet over de grens, zodat hij in het gebied van de wanhoop terechtgekomen zou zijn.

Als hij dat zou kunnen doen, zou hij niet langer in het land der levenden zijn. Als hij ooit zijn voet zou kunnen zetten over de lijn die het land van de hoop scheidt van het land van de wanhoop, zou hij de Heere niet langer aanroepen om zijn ziel van de hel te redden. Dan zou hij meteen overspoeld worden door haar stromen, die hem in het eeuwig verderf zouden meesleuren. De hel is de plaats van de wanhoop, en het geweten van de verworpene komt in de wanhoop voordat hij in die verterende vlammen geworpen wordt, voordat de hel haar kaken opensperst om hem te ontvangen.

Daarom komt u als kind van God nooit in de wanhoop, tenzij u ooit voelde wat de verdoemden in de hel doormaken. Dat kunt u nooit doormaken, ook al denkt u er hier iets van te kennen. En hoe dicht u ook aan de grens van de wanhoop geweest mag zijn, uw voetstappen hebben die grens nooit overschreden. Nee, er blijft een „wie weet?”, een verborgen ondersteuning als van onder eeuwige armen. Er is een band waarmee de God van alle genade de ziel omsnoert; er is een gouden keten, door God Zelf vanaf de eeuwige troon van barmhartigheid en waarheid neergelaten, die de ziel ervoor bewaart in die afgrond te worden neergetrokken. Zij wordt ervoor bewaard meegesleurd te worden in die vreselijke waterval en verzwolgen te worden in die kolkende afgrond beneden.

Er is een onzichtbare arm die de ziel ervoor bewaart door de watervloeden te worden weggevaagd. Die verborgen ondersteuning blijkt hieruit dat de ziel menigmaal tot gebed wordt opgewekt en haar klachten mag uitstorten voor het aangezicht van de Heere. Zie, dit ondersteunt hen die zich als overspoeld voelen door de stromen van de wanhoop, op het moment dat de sluizen van Gods toorn opengezet lijken te zijn en zich lijken te haasten om hen in de eeuwige ellende te storten. Daarom is er niet één kind van God dat door de Geest levend gemaakt is, of het heeft een zekere hoop die het voor volledige schipbreuk behoedt. Wij zeggen dus niet te veel wanneer wij zeggen dat de afwezigheid van hoop een mens tekent als een dode.

Aan de lezer…

Bent u, waarde lezer, aan de oever van de wanhoop gekomen? Waaien de rukwinden uit dat verderfelijke land u tegemoet, en lijkt het alsof de sluizen van Gods toorn opengezet zijn om u in de diepte te storten? U meent misschien dat u de grens al bent overgegaan. Maar hoe dichtbij u ook geweest bent, zolang u nog tot de Heere roept om uw ziel van de hel te redden, staat u niet in het land van de wanhoop.

Er blijft een „wie weet?”, een verborgen ondersteuning als van onder eeuwige armen. Er is een gouden keten, door God Zelf neergelaten van Zijn troon van barmhartigheid en waarheid, die u bewaart. Dat u nog bidt, dat u uw klachten nog voor Zijn aangezicht mag uitstorten, is daar het teken van. Laat dat u dan bemoedigen om tegen hoop op hoop te geloven. De God van alle genade laat Zijn kind niet in de afgrond wegsleuren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl