23 augustus
Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der Waarheid.
2 Thessalonicenzen 2:13
Het eerste werk der genade is veeleer te doden dan levend te maken; te verwonden dan te genezen; neer te drukken dan op te heffen; eerder de Wet te doen kennen dan het Evangelie. Want „balsem is nodeloos voor de ongevoelige.” Behoudenis met al de daaraan verbonden genade is slechts een ijdele klank voor hen die zelf nooit gevoeld hebben van alle hulp en alle hoop beroofd te zijn. Zo is er, in zekere zin, een roepen onder en door, zo niet bij de Wet, in het eerste onderwijs en de eerste werkingen van de Geest Gods, waardoor de ziel onder haar vloek gebracht wordt als een bediening des doods. Maar als de Wet haar dienst heeft volbracht, en de zondaar door haar dodende macht is neergeveld, dan komt het roepen des Evangelies tot zijn hulp en verlossing, waarvan de apostel hier spreekt.
Wanneer het Evangelie zijn lieflijke stem laat horen; wanneer de verlossing door het offer van Jezus verkondigd wordt; wanneer de vrede tot het hart komt, door het zoenbloed aan het geweten geopenbaard; wanneer de blijde tijding van zaligheid door genade niet langer een ijdele klank is, maar de kracht is geworden tot zaligheid een iegelijk die gelooft; wanneer de ziel door hemels licht beschenen wordt; wanneer Goddelijke macht het Woord naar de ziel geleidt; wanneer het geloof levend is gemaakt, de hoop haar anker werpt binnen het voorhangsel en de liefde Gods is uitgestort, dan en daar is het roepen waarvan de apostel hier spreekt — een roepen door het Evangelie.
De klank van de bazuin des Evangelies, gelijk aan de zilveren bazuin op de grote dag van het jubeljaar, komt tot het oor en hart van de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde (Jesaja 51:14). Nu verandert het toneel; de storm is voorbij; de morgenster verrijst bij de aanbrekende dageraad van het Evangelie, „een morgen zonder wolken” (2 Sam. 23:4), tot de Zon der Gerechtigheid op de bestemde tijd opgaat, met genezing onder Zijn vleugelen. Wanneer dan het Evangelie aldus de kracht Gods tot zaligheid gemaakt wordt, wordt de ziel bekwaam gemaakt om ernaar te horen en het als een vrolijk geklank te omhelzen. En juist in die mate waarin het geloof het ontvangt, de hoop er haar anker in werpt en de liefde het omhelst, wordt het bewijs gegeven dat wij van den beginne verkoren zijn tot zaligheid.
Gij hebt veel goeds bij uwe knecht gedaan,
hem naar uw woord gered uit al zijn noden.
Ps. 119:33
Aan de lezer…
Soms wordt het eerste werk der genade als een verwonding gekend; hebt u het zo gekend? Werd u neergedrukt in plaats van opgeheven, en leerde u eerder de Wet dan het Evangelie kennen? Misschien zit u nog onder die dodende macht en vraagt u zich af of dit ooit een werk van God kan zijn. Weet dan dat de balsem nodeloos is voor de ongevoelige; juist wie van alle hulp en hoop beroofd is, heeft er oor voor.
Als de Wet haar dienst heeft volbracht, laat het Evangelie zijn lieflijke stem horen. Dan komt de vrede tot het hart door het zoenbloed van Jezus, en klinkt de bazuin van het jubeljaar voor de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde. De nacht moge nog duister zijn, maar de morgenster verrijst al, en de Zon der Gerechtigheid zal op Zijn tijd opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Wacht op Hem; Hij heeft de Zijnen van den beginne verkoren tot zaligheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der Waarheid.
2 Thessalonicenzen 2:13
Het eerste werk van de genade is eerder doden dan levend maken, eerder verwonden dan genezen, eerder neerdrukken dan opheffen, eerder de Wet doen kennen dan het Evangelie. Want „balsem is nodeloos voor de ongevoelige.” Behoudenis, met alle genade die daaraan verbonden is, is niet meer dan een lege klank voor hen die zelf nooit gevoeld hebben wat het is van alle hulp en alle hoop beroofd te zijn. Zo is er in zekere zin een roepen onder en door de Wet, zo niet bij de Wet, in het eerste onderwijs en de eerste werkingen van de Geest van God, waardoor de ziel onder haar vloek gebracht wordt, als onder een bediening des doods. Maar wanneer de Wet haar dienst heeft volbracht en de zondaar door haar dodende macht is neergeveld, dan komt het roepen van het Evangelie tot zijn hulp en verlossing, waarover de apostel hier spreekt.
Wanneer het Evangelie zijn lieflijke stem laat horen; wanneer de verlossing door het offer van Jezus verkondigd wordt; wanneer de vrede tot het hart komt doordat het zoenbloed aan het geweten geopenbaard wordt; wanneer de blijde tijding van zaligheid door genade niet langer een lege klank is, maar de kracht geworden is tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft; wanneer de ziel door hemels licht beschenen wordt; wanneer Goddelijke macht het Woord naar de ziel brengt; wanneer het geloof levend gemaakt is, de hoop haar anker werpt binnen het voorhangsel en de liefde van God is uitgestort — dan en daar is het roepen waarover de apostel hier spreekt: een roepen door het Evangelie.
De klank van de bazuin van het Evangelie komt, zoals de zilveren bazuin op de grote dag van het jubeljaar, tot het oor en het hart van de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde (Jesaja 51:14). Nu verandert het toneel; de storm is voorbij; de morgenster gaat op bij de aanbrekende dageraad van het Evangelie, „een morgen zonder wolken” (2 Sam. 23:4), totdat de Zon der Gerechtigheid op de bestemde tijd opgaat, met genezing onder Zijn vleugelen. Wanneer het Evangelie zo de kracht van God tot zaligheid gemaakt wordt, ontvangt de ziel de kracht om ernaar te luisteren en het als een vrolijk geklank te omhelzen. En juist in de mate waarin het geloof het aanneemt, de hoop er haar anker in werpt en de liefde het omhelst, wordt het bewijs gegeven dat wij van den beginne verkoren zijn tot zaligheid.
Gij hebt veel goeds bij uwe knecht gedaan,
hem naar uw woord gered uit al zijn noden.
Ps. 119:33
Aan de lezer…
Soms wordt het eerste werk van de genade als een verwonding gekend; hebt u het zo leren kennen? Werd u neergedrukt in plaats van opgeheven, en leerde u eerder de Wet dan het Evangelie kennen? Misschien zit u nog onder die dodende macht en vraagt u zich af of dit ooit een werk van God kan zijn. Weet dan dat balsem nodeloos is voor de ongevoelige; juist wie van alle hulp en hoop beroofd is, heeft er oor voor.
Wanneer de Wet haar dienst heeft volbracht, laat het Evangelie zijn lieflijke stem horen. Dan komt de vrede tot het hart door het zoenbloed van Jezus, en klinkt de bazuin van het jubeljaar voor de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde. De nacht mag nog donker zijn, maar de morgenster gaat al op, en de Zon der Gerechtigheid zal op Zijn tijd opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Wacht op Hem; Hij heeft de Zijnen van den beginne verkoren tot zaligheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But we are bound to give thanks alway to God for you, brethren beloved of the Lord, because God hath from the beginning chosen you to salvation through sanctification of the Spirit and belief of the truth: whereunto He called you by our gospel, to the obtaining of the glory of our Lord Jesus Christ.
2 Thessalonians 2:13-14
The first work of grace is to kill rather than to make alive; to wound rather than to heal; to bring down rather than to lift up; to reveal the law rather than the gospel. For “balm is useless to the healthy.” Salvation with all its super-abounding grace is but an empty sound to those who have never felt themselves cut off from all help or all hope. So, in a sense, there is a calling under and through, if not by the law, in the first teaching and operations of the Spirit of God, bringing the soul under its condemnation as a ministration of death. But when the law has done its office, and the sinner is slain by its killing power, then there comes to his aid and deliverance, what the Apostle speaks of here, the calling by the gospel.
When the gospel utters its melodious voice; when pardon is proclaimed through the sacrifice of Jesus; when peace reaches the heart through atoning blood revealed to the conscience; when the glad tidings of salvation by grace are no longer a mere sound in the letter, but are made the power of God unto salvation to everyone that believes; when heavenly light shines into the mind; when divine power attends the word to the soul; when faith is raised up, hope casts its anchor within the veil, and the love of God is shed abroad, then and there is the calling of which the Apostle here speaks—a calling by the gospel.
The sound of the gospel trumpet, like the silver trumpet on the great day of jubilee, reaches the ear and heart of the captive exile and he hastens that he may be loosed (Isa. 51:14). The scene now changes; the storms of God’s wrath blow over; the day-star appears in the dawning morn of the gospel day, “a morning without clouds” (2 Sam. 23:4), until the Sun of righteousness in due time rises with healing in His wings. As, then, the gospel is thus made the power of God unto salvation, the soul is enabled to listen to, and embrace it as a joyful sound. Now just in proportion as faith receives it, hope anchors in it, and love embraces it, is evidence given of our being from the beginning chosen unto salvation.
To the reader…
Sometimes the first work of grace is known as a wounding; is that how you came to know it? Were you brought down instead of lifted up, and did you come to know the law before the gospel? Perhaps you are still under that killing power and wonder whether this could ever be a work of God. Then know that balm is useless to those who feel no hurt; it is precisely the one who is cut off from all help and hope who has an ear for it.
When the law has done its office, the gospel lets its sweet voice be heard. Then peace comes to the heart through the atoning blood of Jesus, and the trumpet of jubilee sounds for the captive exile, that he may hasten to be loosed. The night may still be dark, but the day-star is already appearing, and the Sun of Righteousness will rise in His time with healing in His wings. Wait for Him; He has from the beginning chosen His own to salvation.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas nosotros debemos dar siempre gracias á Dios por vosotros, hermanos amados del Señor, de que Dios os haya escogido desde el principio para salud, por la santificación del Espíritu y fe de la verdad: á lo cual os llamó por nuestro evangelio, para alcanzar la gloria de nuestro Señor Jesucristo.
2 Tesalonicenses 2:13-14
La primera obra de la gracia es matar antes que dar vida; herir antes que sanar; abatir antes que levantar; revelar la ley antes que el evangelio. Porque “el bálsamo es inútil para el sano.” La salvación, con toda su gracia sobreabundante, no es más que un sonido vacío para quienes nunca se han sentido separados de toda ayuda y de toda esperanza. Así que, en cierto sentido, hay un llamamiento bajo la ley y por medio de ella, si no por ella, en las primeras enseñanzas y operaciones del Espíritu de Dios, que lleva al alma bajo su condenación como ministerio de muerte. Pero cuando la ley ha cumplido su oficio, y el pecador ha sido muerto por su poder que mata, entonces viene en su ayuda y liberación aquello de que habla aquí el apóstol: el llamamiento por el evangelio.
Cuando el evangelio deja oír su voz melodiosa; cuando se proclama el perdón por medio del sacrificio de Jesús; cuando la paz llega al corazón por la sangre expiatoria revelada a la conciencia; cuando las buenas nuevas de la salvación por gracia ya no son un mero sonido en la letra, sino que se hacen potencia de Dios para salud a todo aquel que cree; cuando la luz celestial resplandece en la mente; cuando el poder divino acompaña la palabra al alma; cuando la fe es levantada, la esperanza echa su ancla dentro del velo y el amor de Dios es derramado, entonces y allí está el llamamiento de que el apóstol habla aquí: un llamamiento por el evangelio.
El sonido de la trompeta del evangelio, como la trompeta de plata en el gran día del jubileo, llega al oído y al corazón del cautivo desterrado, y este se da prisa para ser suelto (Is. 51:14). La escena cambia ahora; las tormentas de la ira de Dios pasan; el lucero de la mañana aparece en el alba del día del evangelio, “la mañana sin nubes” (2 S. 23:4), hasta que a su debido tiempo nace el Sol de justicia, y en Sus alas trae salud. Así pues, cuando el evangelio se hace de este modo potencia de Dios para salud, el alma es capacitada para escucharlo y abrazarlo como un sonido de júbilo. Y precisamente en la medida en que la fe lo recibe, la esperanza se ancla en él y el amor lo abraza, se da evidencia de que hemos sido escogidos desde el principio para salud.
Al lector…
A veces la primera obra de la gracia se conoce como una herida; ¿así la conoció usted? ¿Fue abatido en lugar de levantado, y conoció la ley antes que el evangelio? Quizá todavía está bajo ese poder que mata y se pregunta si esto podría ser jamás una obra de Dios. Sepa entonces que el bálsamo es inútil para quien no siente herida alguna; es precisamente el que está separado de toda ayuda y esperanza quien tiene oído para él.
Cuando la ley ha cumplido su oficio, el evangelio deja oír su dulce voz. Entonces la paz llega al corazón por la sangre expiatoria de Jesús, y la trompeta del jubileo suena para el cautivo desterrado, para que se dé prisa a ser suelto. La noche puede ser todavía oscura, pero el lucero de la mañana ya aparece, y el Sol de Justicia nacerá a Su tiempo, y en Sus alas traerá salud. Espérele; Él ha escogido a los Suyos desde el principio para salud.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl