Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der Waarheid.
2 Thessalonicenzen 2:13

Het eerste werk van de genade is eerder doden dan levend maken, eerder verwonden dan genezen, eerder neerdrukken dan opheffen, eerder de Wet doen kennen dan het Evangelie. Want „balsem is nodeloos voor de ongevoelige.” Behoudenis, met alle genade die daaraan verbonden is, is niet meer dan een lege klank voor hen die zelf nooit gevoeld hebben wat het is van alle hulp en alle hoop beroofd te zijn. Zo is er in zekere zin een roepen onder en door de Wet, zo niet bij de Wet, in het eerste onderwijs en de eerste werkingen van de Geest van God, waardoor de ziel onder haar vloek gebracht wordt, als onder een bediening des doods. Maar wanneer de Wet haar dienst heeft volbracht en de zondaar door haar dodende macht is neergeveld, dan komt het roepen van het Evangelie tot zijn hulp en verlossing, waarover de apostel hier spreekt.

Wanneer het Evangelie zijn lieflijke stem laat horen; wanneer de verlossing door het offer van Jezus verkondigd wordt; wanneer de vrede tot het hart komt doordat het zoenbloed aan het geweten geopenbaard wordt; wanneer de blijde tijding van zaligheid door genade niet langer een lege klank is, maar de kracht geworden is tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft; wanneer de ziel door hemels licht beschenen wordt; wanneer Goddelijke macht het Woord naar de ziel brengt; wanneer het geloof levend gemaakt is, de hoop haar anker werpt binnen het voorhangsel en de liefde van God is uitgestort — dan en daar is het roepen waarover de apostel hier spreekt: een roepen door het Evangelie.

De klank van de bazuin van het Evangelie komt, zoals de zilveren bazuin op de grote dag van het jubeljaar, tot het oor en het hart van de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde (Jesaja 51:14). Nu verandert het toneel; de storm is voorbij; de morgenster gaat op bij de aanbrekende dageraad van het Evangelie, „een morgen zonder wolken” (2 Sam. 23:4), totdat de Zon der Gerechtigheid op de bestemde tijd opgaat, met genezing onder Zijn vleugelen. Wanneer het Evangelie zo de kracht van God tot zaligheid gemaakt wordt, ontvangt de ziel de kracht om ernaar te luisteren en het als een vrolijk geklank te omhelzen. En juist in de mate waarin het geloof het aanneemt, de hoop er haar anker in werpt en de liefde het omhelst, wordt het bewijs gegeven dat wij van den beginne verkoren zijn tot zaligheid.

Gij hebt veel goeds bij uwe knecht gedaan,
hem naar uw woord gered uit al zijn noden.

Ps. 119:33

Aan de lezer…

Soms wordt het eerste werk van de genade als een verwonding gekend; hebt u het zo leren kennen? Werd u neergedrukt in plaats van opgeheven, en leerde u eerder de Wet dan het Evangelie kennen? Misschien zit u nog onder die dodende macht en vraagt u zich af of dit ooit een werk van God kan zijn. Weet dan dat balsem nodeloos is voor de ongevoelige; juist wie van alle hulp en hoop beroofd is, heeft er oor voor.

Wanneer de Wet haar dienst heeft volbracht, laat het Evangelie zijn lieflijke stem horen. Dan komt de vrede tot het hart door het zoenbloed van Jezus, en klinkt de bazuin van het jubeljaar voor de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde. De nacht mag nog donker zijn, maar de morgenster gaat al op, en de Zon der Gerechtigheid zal op Zijn tijd opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Wacht op Hem; Hij heeft de Zijnen van den beginne verkoren tot zaligheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl