Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

22 mei

Vandaag

4 min. lezen

Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o Heere, beschaam mij niet.
Psalm 119:31

In welke staat of fase van bevinding u ook bent, het zal uw wijsheid en uw genade zijn vast te houden aan het getuigenis van God. Is de Heere nog maar pas een werk van genade in uw hart begonnen? Laat Hij u zien wat u van nature bent, en stelt Hij u door diepe overtuigingen de zonden van uw jeugd voor ogen? Dan zal het uw wijsheid en genade zijn aan dat getuigenis vast te houden. Laat u dan niet van uw verstand afdrijven in moedeloosheid, en verval ook niet in vleselijk vertrouwen, maar houd u aan dat getuigenis dat de Heere Zelf heeft ingeplant. Heeft de Heere u doen zuchten en wenen uit de diepte van een verbroken hart, en heeft Hij u doen neervallen voor Zijn waarheid? Houd u aan dat getuigenis; Hij zal u niet beschaamd laten uitkomen.

En verder: als de Heere iets meer voor u gedaan heeft en u een straaltje licht van barmhartigheid en gunst heeft laten zien, een klein bewijs van uw deel aan het bloed van het Lam, dan zal het uw wijsheid zijn ook aan dat getuigenis vast te kleven. U zult mensen ontmoeten die u vermetel vooruit willen drijven, en ook mensen die u in moedeloosheid terug willen drijven. U zult mensen tegenkomen die u willen neerdrukken in dezelfde twijfels en vrezen waarin zij zelf verkeren. Ook zult u mensen vinden die u opzij willen leiden in het ijdel vertrouwen waarin zij zelf wandelen. Dan zal het uw wijsheid zijn te blijven bij het getuigenis dat God geopenbaard heeft. En Hij kan in uw ziel het geloof werken waardoor u aan Zijn getuigenis zult kunnen en willen vastkleven.

Maar sommigen zullen zeggen: „Hoe kan ik weten dat ik aan Gods getuigenis vastkleef?” Ik wil u vragen: Wat leeft er in uw hart tegenover Hem? Is er vreze Gods? Is er een heilige eerbied in uw hart? Is er een diep ontzag? Is er enige werkzaamheid in uw ziel? Een uitstorten van uw hart voor God? Een indruk van Zijn tegenwoordigheid? Een vrees om Hem te beledigen? Een verlangen naar Hem? Een diep besef van Zijn volmaaktheden? Dan is er reden te geloven dat er enig getuigenis van God in uw geweten is, en dat u daaraan vastkleeft. Maar is uw godsdienst zo dat hij u leidt tot een ijdel vertrouwen, tot eigengerechtigheid, tot vermetelheid, tot valse gerustheid en tot een zorgeloze, lichtzinnige, oppervlakkige geest? Wees er dan zeker van dat u niet aan Gods getuigenissen vastkleeft, of liever: dat u geen getuigenis van God hebt om aan vast te houden.

Maar als de Heere in uw ziel iets laat voelen van Zijn ongenoegen, omdat u zich tegenover Hem misdragen hebt en schuld over uw ziel en onrust in uw gemoed gebracht hebt, dan zal het uw wijsheid zijn te doen wat de Heere zegt in Leviticus 26:41: een welgevallen te hebben aan de straffen van uw ongerechtigheid, uw mond in het stof te steken en te belijden dat u dwaas gehandeld hebt. Ga dan niet opzij naar een vermetel vertrouwen, waarmee u de scherpte van Gods zwaard in uw ziel zou willen afstompen. Laat het liever in uw hart binnengaan, omhels het in uw geweten, ja, kleef eraan vast als het getuigenis van God. „Ik kleef vast aan Uw getuigenissen.” Kleef vast aan alles wat God in het geweten openbaart, of het nu oordeel is of barmhartigheid, bemoediging of afwijzing, een getuigenis vóór of tegen. Wat het ook is, als het met kracht gepaard gaat en door de Geest in de ziel wordt toegepast, kleef eraan vast, want dat houdt de ziel op een veilige en gezegende plaats.

Aan de lezer…

Misschien vraagt u: „Hoe kan ik weten dat ik aan Gods getuigenis vastkleef?” Kijk dan eens in uw hart. Is er vreze Gods, een heilige eerbied, een vrees om Hem te beledigen, een verlangen naar Hem? Dan is er reden te geloven dat God enig getuigenis in uw geweten gelegd heeft. Het mag klein zijn: een overtuiging van zonde, een zucht uit de diepte, een straaltje licht van barmhartigheid. Maar wat Hij Zelf heeft ingeplant, is het waard om aan vast te houden.

Laat u dan niet afdrijven, niet door wie u vermetel vooruit wil drijven en niet door wie u in moedeloosheid wil terugtrekken. En laat de Heere u Zijn ongenoegen voelen omdat u dwaas gehandeld hebt, stomp het zwaard dan niet af, maar buig u en belijd. Kleef vast aan alles wat Hij met kracht in uw ziel openbaart, of het nu oordeel is of barmhartigheid. En bid met de psalmist: „Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o Heere, beschaam mij niet.” Dat is een veilige en gezegende plaats.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl