Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

22 januari

Vandaag

4 min. lezen

Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.
Kolossenzen 2:9

De tempel die Salomo in Jeruzalem bouwde, en de tabernakel die Mozes in de woestijn oprichtte, waren slechts zinnebeelden van de ware Tempel, de Heere van het leven en de heerlijkheid. De Heere Zelf zei: „Breekt deze Tempel af en in drie dagen zal Ik haar weer oprichten.” Dit zei Hij over Zijn eigen lichaam. Al de schoonheid en heerlijkheid van de tempel was dus alleen beeldspraak; zij beeldden de heerlijkheid van Immanuël uit en waren daar een schaduw van, want „in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk”. God de Zoon heeft een lichaam aangenomen, overeenkomstig de woorden in de veertigste psalm, die Paulus aanhaalt in Hebr. 10: „Gij hebt Mij het lichaam toebereid”; een heilig lichaam, zonder zonde en zonder vlek. Zoals deze woorden zeggen: „Daarom dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.”

En niet alleen een heilig lichaam, maar dat verenigd met een heilige, vlekkeloze ziel. „Om de arbeid Zijner ziel zal Hij het zien en verzadigd worden.” „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe” (Matth. 26:38). Dit heilig lichaam was verenigd met een heilige ziel; samen vormden zij Zijn vlekkeloze menselijke natuur, waarmee de Zoon van God Zich verenigde, en zo werd Hij de Godmens, Immanuël, God met ons. Het is deze heerlijke verborgenheid van de godzaligheid waarnaar een ziel uitziet en die zij verlangt te kennen.

Wij kunnen de zuivere Godheid niet naderen; wij kunnen haar niet begrijpen; het is een verborgenheid, te hoog en te diep voor ons. „Want wie zal de onderzoekingen Gods vinden? Zij is als de hoogten der hemelen; wat kunt gij doen? dieper dan de hel; wat kunt gij weten?” (Job 11:7, 8). Maar wanneer God Zichzelf aan de mensenkinderen bekendmaakt, dan maakt Hij Zich bekend door Zijn eniggeboren Zoon, de tweede Persoon in de heerlijke Godheid, Die het vlees en bloed van de kinderen in vereniging met Zichzelf heeft aangenomen. En zo kunnen wij, voor zover God ons het geloof schenkt, tot een onzichtbare God naderen door de zichtbare Godmens. Daarover zegt Johannes: „Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd; de heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader; vol van genade en waarheid.” „Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.”

Toen Filippus dan ook tot Hem zei: „Heere, toon ons de Vader en het is ons genoeg” (Joh. 14:8), zei Jezus: „Ben Ik nu zo lange tijd bij ulieden en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien. En hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?” En waarom anders dan omdat Hij op een andere plaats zegt: „Ik en Mijn Vader zijn één”? Daarom is de begeerte van iedere levende ziel (ik ben ervan overtuigd dat het mijn begeerte is, wanneer het de Heere behaagt die in mijn hart te werken) om door de Geest van God geleid te worden tot een vertrouwelijke kennis van de Godmens; om de heerlijkheid van God te aanschouwen in Jezus Christus.

Om de Godheid te zien schijnen door de mensheid heen, en ook de mensheid te zien omhuld met de heerlijkheid van de Godheid. En zo uit te gaan tot de Heere Jezus als tot een Hogepriester, Die volkomen zalig kan maken allen die door Hem tot God gaan. Om de nabijheid te mogen ervaren van het naderen tot de Vader door de Zoon van Zijn liefde. En zo de zoete gemeenschap te mogen genieten met Immanuël, God met ons, God in onze natuur, God Die Zichzelf bekendmaakt door ons vlees en bloed in vereniging met Zichzelf aan te nemen.

Aan de lezer…

Misschien voelt u zich ver van God, en is Hij voor u zo hoog en verborgen dat u niet weet hoe u Hem moet naderen. Dat is geen vreemd gevoel; de zuivere Godheid is te hoog en te diep voor ons: „wat kunt gij weten?” Maar zie, juist daarom heeft God Zich bekendgemaakt in Zijn eniggeboren Zoon, Die het vlees en bloed van de kinderen heeft aangenomen. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; in Hem is God met ons.

Zegt u in uw hart: „Heere, toon ons de Vader en het is ons genoeg”? Dan wijst de Heere u naar Zichzelf: „Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.” Zoek dan geen andere weg tot God, maar ga uit tot de Heere Jezus als tot de Hogepriester, Die volkomen zalig kan maken allen die door Hem tot God gaan. Vraag de Geest dat Hij u Zijn heerlijkheid laat aanschouwen, vol van genade en waarheid. Daar vindt een verlegen ziel haar rust.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl