Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

21 december

Vandaag

3 min. lezen

Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen; want Gij zijt met mij, Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
Psalm 23:4

De dood, de koning van de verschrikkingen! De dood maait met de zeis in zijn onontkoombare hand miljoenen mensen weg van het veld van het leven. De dood loert op elke hoek op zijn slachtoffers; de dood zal u en mij heel binnenkort in het graf leggen, en hij werpt zijn schaduw overal waar hij komt. Hij bezoekt de ziekenkamer en werpt daar een schaduw; hij beweegt zich over de wieg en zijn schaduw valt op het gezicht van het kind. Hij komt met een brief uit het verre Indië, of met een rouwbrief met zwarte rand uit onze omgeving, en die wordt ons in handen gegeven.

En zulke berichten of tekenen werpen een zwarte schaduw over ons hart. Waar is in waarheid een plaats waar de dood zijn schaduw niet laat zien? Waar is het huis waar zijn schaduw nooit is opgemerkt? Het is een feit dat hij nooit zonder schaduw komt. Hij is de laatste vijand, hij is de uiteindelijke vervulling van de oorspronkelijke vloek.

De dood is voor een kind van God ontdaan van zijn verschrikkingen, beroofd van zijn angel en ontwapend in zijn overwinning, en voor de stervende gelovige is hij slechts een doorgang naar het leven, om de gewesten van de eeuwige zaligheid binnen te gaan. Toch, wij kunnen zeggen wat wij willen, ook die doorgang werpt een schaduw af. Zelfs David, hoewel vervuld van een zoet vertrouwen dat de Heere zijn Herder was, in een tijd dat zijn beker overvloeide van de goedertierenheid en liefde van de Heere, noemt het „een dal der schaduw des doods”. De stok en de staf vertroostten hem en hij vreesde geen kwaad, maar toch was het een dal waarboven dreigende bergen en donkere wouden hingen, en de schaduw van de dood lag er van begin tot eind over uitgespreid.

Toch is het maar een schaduw. Voor de mens zonder genade, voor wie Christus niet kent, voor de onboetvaardige en ongelovige, is het geen schijn maar werkelijkheid, want de toorn van God, die brandt tot in het onderste van de hel, wacht hem aan het einde van het dal op om hem neer te stoten in de poel die brandt van vuur en zwavel. Maar voor hen die in de Heere sterven, in het zoete genieten van de vrede door Zijn bloed, is het slechts een voorbijgaande schaduw. Voor hen stierf de dood toen Jezus stierf. De dood werd in Zijn graf begraven, maar stond niet met Hem op, want Hij vernietigde hem en bracht het leven en de onverderfelijkheid aan het licht.

Aan de lezer…

Ziet u met vrees naar dat donkere dal dat voor u ligt? Schaam u daar niet voor; ook David noemde het een dal van de schaduw van de dood, en de schaduw lag er van begin tot eind over. Misschien is er een rouwbrief in uw huis gekomen, of staat u bij een ziekbed, en voelt u die koude schaduw over uw hart vallen. Het is waar: de dood komt nooit zonder schaduw.

Maar hoor wat de psalm zegt: „Gij zijt met mij.” Voor wie in de Heere sterft, in de vrede door Zijn bloed, is het maar een schaduw, en een schaduw kan niet doden. Jezus stierf, en de dood werd in Zijn graf begraven, maar stond niet met Hem op. Klem u dan vast aan die Herder, ook al is uw geloof zwak en uw zicht beneveld. Zijn stok en Zijn staf zijn er om u te vertroosten, en Hij Die het leven en de onverderfelijkheid aan het licht bracht, zal u door het dal heen dragen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl