21 januari
Aan uw zijde zullen er duizend vallen, en tienduizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.
Psalm 91:7
Toen Noach in de ark was opgesloten, en weinige beweldadigden met hem, weet gij hoe zij geslingerd is geworden, want de regens vielen uit de hemel en de fonteinen des groten afgronds hadden zich ontsloten. De sluizen des hemels werden geopend en de fonteinen des groten afgronds werden opengebroken, en terwijl zij op de wateren dobberden, hadden zij geen last, zelfs niet van een spat water. „Het zal tot u niet genaken.” Zo ziet gij: de gelovige moge omringd zijn van moeite, en toch „het zal tot hem niet genaken”.
Er is nog iets meer in de uitdrukking die gebruikt werd met betrekking tot het maken van de ark. „En gij zult ze bepekken van binnen en van buiten met pek” (Gen. 6:14). Nu is het al zeer opmerkelijk dat het woord „pek” in het Hebreeuws – het woord is gopher – ook verzoening beduidt. Merk op dat het slijk of pek, waarmede de ark van binnen en van buiten besmeerd was, elke drop water er buiten hield. Deze zelfde uitdrukking voor slijk of pek beduidt in het Hebreeuws ook verzoening; en is het niet de verzoening die het water buiten houdt?
Is er iets behalve de verzoening dat de ziel bevrijden kan van de wateren van de toorn Gods, en van de vloeden der wraak die de wereld met de goddelozen zullen wegvagen? Er is niets dan verzoening dat de ziel draagt en elke druppel regen buiten houdt. „Het zal tot u niet genaken.” Vele smarten zullen de goddelozen wedervaren, maar die op de Heere vertrouwen, zullen door de goedertierenheden omringd worden. En niet alleen dit, maar wij roemen in God door onze Heere Jezus Christus, door Welke wij ook de verzoening verkregen hebben.
„Verzoening verkregen.” Dit is het: de verzoening deelachtig te zijn. God kan geen tweemaal betaling voor de schuld eisen. Hij is bevredigd; Hij heeft verklaard dat Hij een welbehagen heeft in de gerechtigheid van Zijn beminde Zoon. Hij vordert niets meer; Zijn gerechtigheid is genoeg gedaan en derhalve is er geen grimmigheid bij Hem.
Aan de lezer…
Deze woorden, „tot u zal het niet genaken”, zijn voor wie de wateren om zich heen ziet stijgen. Ziet u ze stijgen? Moeite van buiten, schuld van binnen, en de vrees dat de toorn Gods u eens zal treffen? Denk dan aan die ark, van binnen en van buiten bestreken met pek, zodat geen druppel water erin kon dringen. Hetzelfde woord betekent in de grondtaal ook verzoening. Wat de ziel droog houdt in de vloed, is niet haar eigen sterkte, niet haar tranen of goede voornemens, maar alleen de verzoening.
Bent u met al uw zonden tot Christus gevlucht, dan mag u weten dat God geen tweemaal betaling voor de schuld eist. Zijn gerechtigheid is genoeg gedaan in Zijn beminde Zoon; daarom is er geen grimmigheid bij Hem voor wie in Hem schuilt. Het kan om u heen stormen, en duizend mogen er vallen aan uw zijde, maar het woord blijft staan: „tot u zal het niet genaken.” Laat dat uw anker zijn als de golven hoog gaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Aan uw zijde zullen er duizend vallen, en tienduizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.
Psalm 91:7
Toen Noach in de ark was opgesloten, en enkele begenadigden met hem, weet u hoe de ark heen en weer geslingerd werd, want de regens vielen uit de hemel en de fonteinen van de grote afgrond waren geopend. De sluizen van de hemel werden geopend en de fonteinen van de grote afgrond werden opengebroken, en terwijl zij op de wateren dobberden, hadden zij geen last, zelfs niet van een spatje water. „Het zal tot u niet genaken.” Zo ziet u: de gelovige mag omringd zijn door moeite, en toch „het zal tot hem niet genaken”.
Er ligt nog iets meer in de uitdrukking die gebruikt werd bij het maken van de ark. „En gij zult ze bepekken van binnen en van buiten met pek” (Gen. 6:14). Het is heel opmerkelijk dat het woord „pek” in het Hebreeuws – het woord is gopher – ook verzoening betekent. Let erop dat het slijk of pek waarmee de ark van binnen en van buiten bestreken was, elke druppel water buiten hield. Dezelfde uitdrukking voor slijk of pek betekent in het Hebreeuws ook verzoening; en is het niet de verzoening die het water buiten houdt?
Is er iets anders dan de verzoening dat de ziel kan bevrijden van de wateren van Gods toorn en van de vloeden van de wraak die de wereld met de goddelozen zullen wegvagen? Er is niets dan de verzoening dat de ziel draagt en elke druppel regen buiten houdt. „Het zal tot u niet genaken.” De goddeloze zal veel smarten hebben, maar wie op de Heere vertrouwt, zal door goedertierenheden omringd worden. En niet alleen dat, maar wij roemen in God door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij ook de verzoening ontvangen hebben.
„De verzoening ontvangen.” Dat is het: deel te hebben aan de verzoening. God kan niet tweemaal betaling voor de schuld eisen. Hij is voldaan; Hij heeft verklaard dat Hij een welbehagen heeft in de gerechtigheid van Zijn geliefde Zoon. Hij vordert niets meer; aan Zijn gerechtigheid is voldaan, en daarom is er geen grimmigheid bij Hem.
Aan de lezer…
Deze woorden, „tot u zal het niet genaken”, zijn voor wie de wateren om zich heen ziet stijgen. Ziet u ze stijgen? Moeite van buiten, schuld van binnen, en de vrees dat de toorn van God u eens zal treffen? Denk dan aan die ark, van binnen en van buiten bestreken met pek, zodat geen druppel water erin kon dringen. Hetzelfde woord betekent in de grondtaal ook verzoening. Wat de ziel droog houdt in de vloed, is niet haar eigen sterkte, niet haar tranen of goede voornemens, maar alleen de verzoening.
Bent u met al uw zonden tot Christus gevlucht, dan mag u weten dat God niet tweemaal betaling voor de schuld eist. Aan Zijn gerechtigheid is voldaan in Zijn geliefde Zoon; daarom is er geen grimmigheid bij Hem voor wie in Hem schuilt. Het kan om u heen stormen, en duizend mogen er vallen aan uw zijde, maar het woord blijft staan: „tot u zal het niet genaken.” Laat dat uw anker zijn als de golven hoog gaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
A thousand shall fall at thy side, and ten thousand at thy right hand; but it shall not come nigh thee.
Psalm 91:7
When Noah was shut up in the ark, Noah and the favored few, you know how they were tossed about, the rains coming down from heaven, the waters rushing and dashing below. The windows of heaven were opened and the fountains of the great deep were broken up, and while they were thus dashed upon the waters, not a drop came in unto those who were within. “It shall not come near you.” So you see the believer may be surrounded with troubles, and yet “it shall not come near him.”
And there is something more in the expression used in reference to the making of the ark—“And shall pitch it within and without with pitch” (Gen. 6:14). Now, it is a most remarkable fact that the word pitch in Hebrew signifies also atonement. Now see, the pitch with which the ark was daubed within and without kept every drop of water out. This very expression for pitch in the Hebrew signifies also atonement; and is it not the atonement that keeps out the water?
Can anything but the atonement keep the soul from the waters of God’s wrath and from the floods of vengeance that shall sweep away the world with the ungodly? There is nothing but the atonement, and that bears up the soul, and keeps out every drop of rain. “It shall not come near you.”
“Many sorrows shall be to the wicked, but he that trusts in the Lord, mercy shall compass him about.” “And not only so, but we also rejoice in God through our Lord Jesus Christ, by Whom we have now received the atonement.” “Received the atonement.” This is it, to have the “atonement.” God cannot twice exact payment for the debt. He is satisfied; He has declared that He is well pleased with the righteousness of His beloved Son. He exacts no more; His justice demands no more, and, therefore, fury is not in Him.
To the reader…
These words, “it shall not come nigh thee,” are for those who see the waters rising around them. Do you see them rising? Trouble from without, guilt from within, and the fear that the wrath of God will one day strike you? Then think of that ark, pitched within and without with pitch, so that not a drop of water could get in. The same word in the original language also means atonement. What keeps the soul dry in the flood is not its own strength, not its tears or good resolutions, but the atonement alone.
If you have fled to Christ with all your sins, you may know that God does not demand payment for the debt twice. His justice has been satisfied in His beloved Son; therefore there is no fury in Him towards those who shelter in Him. The storm may rage around you, and a thousand may fall at your side, but the word still stands: “it shall not come nigh thee.” Let that be your anchor when the waves run high.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Caerán a tu lado mil, y diez mil a tu diestra: mas a ti no llegará.
Salmo 91:7
Cuando Noé fue encerrado en el arca, Noé y aquellos pocos favorecidos, usted sabe cómo fueron sacudidos, mientras la lluvia caía del cielo y las aguas corrían y se estrellaban debajo. Las cataratas de los cielos fueron abiertas y las fuentes del grande abismo fueron rotas; y mientras eran así zarandeados sobre las aguas, ni una gota entró a los que estaban dentro. “A ti no llegará.” Así ve usted que el creyente puede estar rodeado de angustias, y sin embargo “a él no llegará”.
Y hay algo más en la expresión usada respecto a la construcción del arca: “Y la embetunarás con brea por dentro y por fuera” (Génesis 6:14). Ahora bien, es un hecho muy notable que la palabra brea en hebreo significa también expiación. Vea, pues: la brea con que el arca fue embetunada por dentro y por fuera impedía la entrada de toda gota de agua. Esta misma expresión para brea en hebreo significa también expiación; ¿y no es la expiación la que deja fuera el agua?
¿Puede algo sino la expiación guardar al alma de las aguas de la ira de Dios y de los diluvios de venganza que barrerán al mundo junto con los impíos? No hay nada sino la expiación, y esta sostiene al alma y deja fuera toda gota de lluvia. “A ti no llegará.”
“Muchos dolores para el impío; mas el que espera en Jehová, lo cercará misericordia.” “Y no solo esto, mas aun nos gloriamos en Dios por el Señor nuestro Jesucristo, por el cual hemos ahora recibido la reconciliación.” “Recibido la reconciliación”: esto es, tener la “expiación”. Dios no puede exigir dos veces el pago de la deuda. Está satisfecho; ha declarado que se complace en la justicia de Su amado Hijo. No exige más; Su justicia no demanda más, y por tanto no hay enojo en Él.
Al lector…
Estas palabras, “a ti no llegará”, son para los que ven las aguas subir a su alrededor. ¿Las ve usted subir? ¿Angustia por fuera, culpa por dentro, y el temor de que la ira de Dios le alcance un día? Piense entonces en aquella arca, embetunada con brea por dentro y por fuera, de modo que ni una gota de agua podía entrar. La misma palabra en la lengua original significa también expiación. Lo que mantiene seca al alma en el diluvio no es su propia fuerza, ni sus lágrimas ni sus buenos propósitos, sino solo la expiación.
Si usted ha huido a Cristo con todos sus pecados, puede saber que Dios no exige dos veces el pago de la deuda. Su justicia ha sido satisfecha en Su amado Hijo; por eso no hay enojo en Él hacia los que se refugian en Él. La tormenta puede rugir a su alrededor, y mil pueden caer a su lado, pero la palabra sigue en pie: “a ti no llegará”. Que eso sea su ancla cuando las olas se levanten.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl