Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

2 mei

Vandaag

4 min. lezen

Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.
Mattheüs 26:41

In verzoeking komen is iets anders dan de verzoeking zelf. „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.” Een verzoeking dient zich aan, komt naar ons toe, en wij komen bij de verzoeking. Als het geweten alarm slaat en als het ware aan de loefzijde van de verzoeking blijft, dan zijn wij voorlopig veilig. De verzoeking is de lagerwal waarop de wind hevig staat; het is een kuststrook vol met duizend wrakken, bezaaid met de dorre beenderen van talloze verdronken zeelieden. Houd de boeg van het schip op de wind, en het zal het weer trotseren. Verwaarloos zeil en roer, en het schip zal stranden.

David en Jozef werden aan een bijzondere verzoeking blootgesteld. David weerstond haar niet en viel; Jozef wachtte zich ervoor en bleef staande. Op het land ziet u vaak een voetpad dat de weg kruist, en zolang wij op dat voetpad blijven, gaan wij veilig. Maar wij kunnen door allerlei dingen verleid worden er een beetje van af te wijken, bijvoorbeeld om een bloem te plukken, om aan de oever van de rivier wat rust te zoeken of om een kort uitstapje in het veld te maken. Zolang wij op het voetpad zijn, kan de verzoeking heel dichtbij zijn, maar wij zijn er nog niet op ingegaan en hebben er nog niet in toegestemd. Wij lopen als het ware wel op het randje, maar hebben haar gebied nog niet betreden.

Er zijn er maar weinig, als er al zijn, die aan de verzoeking gehoor geven en er niet door gevallen zijn. Vliegende insecten rond een spinnenweb zijn gevangen zodra zij het aanraken. De vogel die rond de strik van de vogelvanger vliegt om van het aas te pikken, moet wel in de strik terechtkomen. De mot die rond de kaars fladdert, moet wel met de vlam in aanraking komen en verbrandt haar vleugels. De woorden van de Heere waren niet: waakt en bidt tegen de verzoeking, maar: „opdat gij niet in verzoeking komt.” Weinigen komen uit de verzoeking zoals zij erin gekomen zijn.

Hoe duidelijk beschrijft de apostel Jakobus het verschil tussen het verdragen van de verzoeking en het vallen in de verzoeking! Hij zegt niet: „Welzalig is de man, die vrij is van de verzoeking,” maar „die de verzoeking verdraagt.” Welgelukzalig is de man die op het voetpad gehouden wordt, die de verzoeking aan alle kanten ziet, maar haar verdraagt en niet van het pad wordt afgetrokken; want als hij beproefd zal zijn geweest, zal hij de kroon des levens ontvangen. Hij heeft de goede strijd gestreden, de strijd gewonnen, en zal de kroon ontvangen.

Maar hij voegt eraan toe: „Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht.” Hij moet niet zeggen dat de Heere hem de verzoeking voorlegt en dat Hij dus de schuld heeft als hij valt. Nee, zegt Jakobus, laat die gedachte ver van u zijn. God kan niet verzocht worden door het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand. Maar ieder wordt verzocht wanneer hij door zijn eigen begeerten wordt meegetrokken en verlokt.

In de verzoeking zelf is geen zonde, want de Heere Jezus is ook in alles verzocht geweest zoals wij, maar zonder zonde. Ook is er in de begeerte nog geen daadwerkelijke uitoefening van de zonde, maar een zonde in gedachten. Maar wanneer die twee elkaar ontmoeten en omhelzen, de wil instemt met die vereniging en de stem van God en van het geweten tot zwijgen wordt gebracht, dan wordt de zonde daadwerkelijk voortgebracht. En daarop volgt de vreselijke en treurige vrucht. De zonde, voleindigd zijnde, baart de dood; dat is, als ik het goed begrijp, de dood in het geweten: schuld, veroordeling, ellende, en het uitdoven van alle vruchten en genadegaven van de gezegende Geest.

Aan de lezer…

Misschien staat u vandaag dicht bij die lagerwal, waar al zoveel schepen gestrand zijn. De verzoeking lokt u een beetje van het voetpad af, om een bloem te plukken of wat rust te zoeken, en het lijkt zo onschuldig. Let dan op de stem van uw geweten wanneer het alarm slaat. De Heere zegt niet voor niets: „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.” De mot die om de kaars fladdert, verbrandt haar vleugels; weinigen komen uit de verzoeking zoals zij erin gingen.

Wordt u nu bestreden? Schaam u dan niet over de strijd zelf, want in de verzoeking is geen zonde: ook de Heere Jezus werd in alles verzocht zoals wij, maar zonder zonde. En geef God niet de schuld; het is uw eigen begeerte die u meetrekt. Houd dan de boeg op de wind, en roep tot Hem Die u op het pad kan houden. Welgelukzalig is de man die de verzoeking verdraagt; hem is de kroon des levens beloofd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl