Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

19 april

Vandaag

3 min. lezen

Maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des Heeren.
1 Samuël 1:15

Wat ligt er veel in de uitdrukking: de ziel uitgieten voor het aangezicht van de Heere! Sta mij toe een alledaags beeld te gebruiken om dit te verduidelijken, want soms zijn alledaagse beelden daarvoor het meest geschikt. Denk aan een zak met koren. U weet dat de inhoud van de zak niet kan worden uitgestort wanneer de opening is dichtgebonden. Maar maak de zak open en kiep hem om, en meteen stroomt de inhoud eruit en valt het kostbare graan op de grond.

Ons hart is soms als een zak die is dichtgebonden. Er zijn begeerten, er is een uitzien, er zijn verlangens en noden; die worden dringend gevoeld, maar wij kunnen ze niet uitbrengen. Zoals wij lezen: „Ik opende mijn mond met sterk verlangen.” Maar soms opent de Heere in Zijn goedertierenheid de mond, en wanneer de mond dan geopend is, kan het hart zijn begeerten uitstorten, net zoals het kostbare graan uit de zak stroomt wanneer het touw is weggenomen.

Maar moet de zak niet vol zijn voordat het graan eruit kan stromen? Als u de zak openmaakt terwijl er maar een paar graankorrels in zitten, zal het graan er niet uit stromen. Zo is het ook met ons hart. Als het hart niet vol is, zijn er ook geen sterke begeerten die worstelen om zich voor Gods aangezicht uit te storten. Wij kunnen de mond wel openen, maar dat uitstorten blijft dan uit.

Wilt u een voorbeeld uit de Schrift van wat het is om je hart voor God uit te storten? Lees dan het eerste hoofdstuk van het eerste boek Samuël. Daar vindt u de begenadigde vrouw Hanna. Zij is bitter bedroefd van geest en giet haar ziel uit voor het aangezicht van de Heere, met zulke bewegingen van haar lichaam dat de hogepriester dacht dat zij dronken was. Haar hart was zo vol dat haar lippen beefden en haar gelaat verraadde wat er in haar omging. Toch antwoordde zij heel kalm op zijn berisping dat zij haar wijn van zich moest doen: „Neen, mijn heer! Ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterke drank gedronken, maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des Heeren.” Dat was werkelijk een gebed. En wij weten welk gezegend antwoord de Heere haar gaf, en hoe de Heilige Geest haar overwinningslied heeft laten optekenen.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat uw hart soms is als een dichtgebonden zak. Er zijn begeerten, verlangens en noden, en u voelt ze dringend, maar u kunt ze niet uitbrengen. U knielt neer en de woorden komen niet. Wanhoop daarom niet. Het is de Heere Die in Zijn goedertierenheid de mond opent, en Hij kan het touw in één ogenblik wegnemen.

En bent u vol? Vol van droefheid, vol van verlangen, vol van wat u bezwaart? Dan is dat geen verloren last. Een halflege zak stort niets uit, maar een vol hart stroomt, wanneer Hij het opent, uit voor Zijn aangezicht als kostbaar graan. Die bedroefde vrouw in de tempel werd door de mens verkeerd begrepen, maar de Heere begreep haar wel. Zo mag ook u, bezwaard van geest, uw ziel voor Hem uitgieten. Hij hoort het, en Hij weet een gezegend antwoord te geven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl