Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

18 juni

Door Christus tot God gaan

Vandaag

3 min. lezen

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

Aan het gaan tot God ligt het besef van nood ten grondslag. Als we geen behoeften hebben, kunnen we het heel goed zonder Jezus Christus stellen. Maar als we talloze behoeften hebben, als we arm en hulpbehoevend, zondig, vuil en schuldig, hulpeloos, hopeloos en radeloos zijn, en dan met het oog van het geloof zien welk een rijke voorraad er in het Evangelie is, dat er „vergeving bij God is, opdat Hij gevreesd wordt” (Ps. 130:4) — als dit in de ziel ervaren wordt, worden er gevoelens gewekt die moeilijk te beschrijven zijn. Dit zijn dus de personen die Jezus Christus zalig maakt: zij die „door Hem tot God gaan”. Alle anderen menen dat ze zichzelf kunnen redden.

Maar als ik mijn eigen gerechtigheid kan bewerken, heb ik Christus niet nodig. Als ik God kan behagen met mijn eigen verrichtingen, heb ik die van Immanuël niet nodig. Als ik mezelf van mijn zonden kan reinigen, heb ik het bloed van Jezus niet nodig. Als ik God met mijn eigen werken kan behagen, hoef ik niet aangenaam gemaakt te worden in de Geliefde.

Maar stel dat ik daarentegen voel dat ik vol schuld en schaamte ben en geen vod heb om me mee te bedekken, maar dat mijn leven met zonde bevlekt is en mijn natuur afschuwelijk is in de ogen van een heilig God. Stel dat ik door het geloof het bloed en de gerechtigheid van de Zoon van God zie, en ook Zijn liefdevolle barmhartigheid, en dat Zijn genade zeer overvloedig is boven de grote overvloed van mijn zonden — dan is het dit dat me tot Zijn voeten trekt. Als Hij zegt: „Wendt u naar Mij toe, want Ik ben God, en niemand meer” (Jes. 45:22), en het besef van mijn behoeften en Zijn volheid, van mijn schuld en schaamte en Zijn gerechtigheid — als deze twee dingen elkaar in een zondaarshart ontmoeten, pas dan gaan we tot God zoals God het van ons wil: in geloof en gevoel, in armoede en leegte, als bedelaars en als bankroeten. En pas dan wordt onze ziel vervuld uit „de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Ef. 1:23). „Hij doet Zijn hand open en verzadigt (het verlangen van) al wat leeft” (Ps. 145:16).

Lezen: Psalm 130

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u in uzelf niets ziet dan nood: schuld en schaamte, een leven bevlekt met zonde, geen vod om u mee te bedekken. Daarvoor hoeft u zich niet te verbergen, alsof het u van God uitsloot. Wie geen behoeften heeft, kan het zonder Jezus Christus stellen; maar wie arm, hulpeloos en radeloos is, is juist de persoon die Hij zalig maakt, die door Hem tot God gaat.

Laat dan uw armoede en Zijn volheid elkaar ontmoeten. Er is „vergeving bij God, opdat Hij gevreesd wordt”, en Zijn genade is zeer overvloedig boven de grote overvloed van uw zonden. Kom niet met uw eigen verrichtingen, maar als een bedelaar, leeg en bankroet, tot Zijn voeten. Hij Die zegt: „Wendt u naar Mij toe”, doet Zijn hand open om de hongerige ziel te verzadigen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl