Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

18 februari

Het gekrookte riet

Vandaag

3 min. lezen

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

Van „de rokende vlaswiek” wordt gezegd dat Hij die niet zal uitdoven. O, wat verdient „de rokende vlaswiek” niet! Verdient zij niet dat de voet van God haar uittrapt? Bedenk eens hoe vuil en afschuwelijk uw verdorvenheden zijn; hoe sterk en krachtig uw begeerten en hartstochten; hoe talrijk en ernstig uw misstappen en uw vallen; hoe vleselijk uw gemoed; hoe koud en levenloos uw gestalte; hoe dwalend uw gebeden; hoe werelds uw genegenheden; hoe aards en zinnelijk uw verlangens. Vindt u het dan soms niet een wonder dat de almachtige God in rechtvaardige toorn Zijn voet niet op u zet en u in de hel vertrapt, zoals wij een spin pletten? We verdienen het elke dag dat we leven. Ik zou haast zeggen dat we het bijna bij elke ademhaling verdienen, ten volle verdienen, uit het leven weggeworpen en in de eeuwige hel verpletterd te worden.

Maar hierin toont zich de tedere, minzame barmhartigheid en genade van de meelevende Verlosser, dat „Hij de rokende vlaswiek niet zal uitdoven”, maar de vlam die Hij Zelf eerst zo barmhartig heeft aangestoken, altijd brandend zal houden. De hand die de vonk heeft gebracht, moet de vlam brandend houden, want geen mens kan zijn eigen ziel levend maken en in leven houden. Hoe zij in leven wordt gehouden, is zeker een verborgenheid, maar dat zij in leven wordt gehouden, is zeker.

Hebt u niet soms het gevoel dat er geen leven van God in uw ziel is, geen sprankje genade in uw hart? Waar is uw godsdienst? Waar zijn uw geloof, hoop en liefde? Waar zijn uw geestelijke gezindheid en de tederheid van uw hart, geweten en genegenheden? Waar zijn uw zuchten naar God? Weg, weg, weg! En wat eenmaal weg was, zou voorgoed weg zijn, als het in uw handen lag en u het zelf moest bewaren.

Maar het is in betere handen dan de uwe, en het wordt beter bewaard dan u het zou kunnen, „want Ik leef, en gij zult leven” (Joh. 14:19). „Die Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven” (Joh. 5:24). „Mijn schapen zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” Christus is ons leven; het is met Hem verborgen in God.

Lezen: Mattheüs 8:1-13

Aan de lezer…

Wanneer u soms het gevoel hebt dat er geen leven van God meer in uw ziel is, vraagt u zich af: waar zijn mijn geloof, mijn hoop, mijn liefde, mijn zuchten naar God? Weg, weg, weg, zo lijkt het. En als u eerlijk uw verdorvenheden, uw vallen en uw koude gebeden overziet, dan weet u dat u niets anders verdient dan uitgeblust te worden.

Toch is dit het grote wonder: Hij blust de rokende vlaswiek niet uit. De hand die de vonk bracht, houdt de vlam ook brandend. Hoe dat gaat, is een verborgenheid, maar dat het gebeurt, is zeker. Lag het in uw handen, dan was het al lang voorgoed verloren. Maar het ligt in betere handen dan de uwe. Christus is het leven van Zijn volk, en Hij zegt: „Want Ik leef, en gij zult leven.” Niemand zal Zijn schapen uit Zijn hand rukken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl