Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

18 mei

Vandaag

4 min. lezen

Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
1 Johannes 4:13

Een juiste kennis en levende bevinding van de Persoon, de genaden en de werkingen van de Heilige Geest in de ziel is heel noodzakelijk. De mens is zo diep gezonken, zo volkomen gevallen en zo onbekwaam om zich daaruit op te heffen, dat hij deze heilige Leermeester nodig heeft om hem te leiden in een zaligmakende en bevindelijke kennis van de waarheid van God. We weten niets dan door Zijn onderwijs, we hebben niets dan door Zijn gave, en we zijn niets dan door Zijn vorming. Hoe duidelijker we dan geleid worden om te zien, en hoe dieper we onderwezen worden om te verstaan wat we als gevallen zonen en dochters van Adam zijn, hoe meer we onze nood zullen voelen en hoe meer we Zijn gezegende werkingen in ons hart en ons geweten zullen waarderen.

In het geval van Aäron nu (niet alleen beschouwd als een voorbeeld van Christus, maar als iemand die persoonlijk diende bij het altaar van de tabernakel en dus gewijd was tot de bediening van het hogepriesterschap) was het niet genoeg dat hij gewassen en gekleed was. Hij moest ook gezalfd zijn met de heilige zalfolie, voordat hij in het heiligdom van de Heere mocht staan. Zo is het ook met een zoon van de allerhoogste God, één van de koningen en priesters die een koninklijk priesterdom vormen. Het is voor hen niet genoeg gewassen te zijn in het bloed van het Lam en gekleed te zijn met Zijn rechtvaardigende gerechtigheid; hij moet voor Gods dienst gewijd worden door de heilige zalving. Met andere woorden: hij moet geheiligd, wedergeboren en vernieuwd worden in de geest van zijn gemoed, opdat hij, de Goddelijke natuur deelachtig geworden (2 Petr. 1:4), hier mag ingaan in de geestelijke bevinding van de waarheid, en hierna de eeuwige liefelijkheden aan Gods rechterhand mag genieten.

Door de aard van de val is het voor een dode zondaar onmogelijk in God te geloven, God te kennen of God lief te hebben. Hij moet tot een geestelijk leven opgewekt worden, voordat hij de enige waarachtige God en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft, zaligmakend kan kennen. En zo ligt hier, aan de drempel van het hart en in het binnenste vertrek, de absolute noodzaak van de wederbarende werkingen van God de Heilige Geest. De volkomenheid en de diepte van de val maken het wederbarende werk van de Heilige Geest even noodzakelijk en onmisbaar als het verlossende werk van de Zoon van God. Daarom voegt de apostel ze samen: „Maar gij zijt gewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest onzes Gods.”

Zal de ziel daarom de eeuwige heerlijkheid binnengaan, dan moet zij voor de heerlijkheid bereid worden doordat zij deelgenoot geworden is van de genade. In dit leven, in deze tijd, moet gekend worden dat zij deelgenoot geworden is van de erfenis van de heiligen in het licht. Zij moet bekwaam gemaakt worden voor het eeuwig genieten van de drie-enige God, door het ontvangen van een nieuwe en hemelse natuur door de Heilige Geest. Die natuur is als een zuivere geest (want wat uit de Geest geboren is, dat is geest) in staat de Godheid te aanschouwen, te genieten en zich in Haar te verheugen, zoals Zij geopenbaard is in de heerlijke Persoon van de Middelaar Gods en der mensen.

Aan de lezer…

Kent u dat? U vraagt zich weleens angstig af of u wel in Hem blijft. Johannes geeft een kenteken: „Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.” Misschien schrikt u daarvan, omdat u zo weinig van de Geest in u bespeurt. Maar bedenk wat hier gezegd wordt: hoe dieper we onderwezen worden in wat we als gevallen kinderen van Adam zijn, hoe meer we onze nood voelen. Wie de diepte van zijn val kent, heeft dat niet van zichzelf geleerd.

Zoals Aäron niet alleen gewassen en gekleed, maar ook gezalfd moest zijn, zo moet ook een arme zondaar niet alleen gewassen worden in het bloed van het Lam, maar ook geheiligd en vernieuwd door de Geest. Dat werk is even onmisbaar als het verlossende werk van de Zoon. Vraag dan om die zalving. Hij Die de doden opwekt, laat geen zuchtende ziel zonder antwoord.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl