Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

17 september

Vandaag

5 min. lezen

Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
Romeinen 12:1

Als de Zoon van God ons verlost heeft door Zijn bloed, dan behoort alles wat wij zijn en hebben Hem toe; ons lichaam, onze ziel en onze geest behoren Hem. Niets is ons eigendom; wij zijn duur gekocht. Door Zijn dierbaar leven voor ons af te leggen heeft Hij ons voor Zichzelf verlost, zodat wij een bijzonder volk voor Hem zouden zijn. Wij zouden Hem niet alleen de kalveren van onze lippen offeren, maar Hem ons lichaam, onze ziel, onze geest, al ons vermogen, ja zelfs ons leven geven; alles wat wij zijn en hebben behoort Hem op grond van Zijn soeverein recht. Hij heeft er recht op, omdat Hij niet alleen onze Schepper is, maar ook onze Verlosser, Die ons gekocht heeft met Zijn dierbaar bloed. Wanneer wij Zijn genade warm in onze ziel voelen, kunnen wij Hem dan ons lichaam en onze ziel onthouden?

Let eens op Abraham. Toen God hem riep en zei: „Abraham!”, wat was zijn antwoord? „Hier ben ik.” Hier is mijn lichaam, hier is mijn ziel, hier is mijn alles; hier is mijn vrouw en mijn zoon, het staat allemaal tot Uw beschikking. Wat zal ik doen, Heere? Neem ze, ze zijn allemaal van U. U hebt er recht op en U moet met hen doen wat goed is in Uw ogen.

Onder deze indrukken moeten wij dan onze lichamen in Zijn hand stellen en onze zielen niet achterhouden. Want wat is het kistje zonder het juweel? Wat is het lichaam zonder de ziel? Zal de Heere het lichaam aannemen als de ziel achterblijft? Het lichaam geven en de ziel achterhouden is papisterij. Zo is het niet met het volk van God. Zij bieden hun lichaam aan, maar met hun lichaam ook de ziel die in het lichaam woont: het lichaam met zijn bewoner, het juwelenkistje met de juwelen erin.

Maar wat houdt het in om het lichaam aan te bieden? Zij moeten het stellen als een levende offerande. De Heere neemt geen dode offers aan. U herinnert zich dat onder de Joodse wet het offer een levend dier moest zijn, en dat zonder enig gebrek. Geen dood lam of bokje, maar een levend dier, volmaakt in zijn soort, moest als slachtoffer geofferd worden. Zo moet het ook een levende offerande zijn als wij onze lichamen aan de Heere geven.

De vraag mag wel eens gesteld worden: wat hebben wij voor de zaak van God geofferd? Worden wij geroepen ons bezit, onze afgoden, genegenheden, naam, roem en wereldse belangen op te offeren, en hebben wij aan die roepstemmen gehoor gegeven? Abraham offerde Izak niet totdat de Heere hem riep dit te doen; maar toen de Heere hem daartoe geroepen had, gaf hij meteen gehoor aan die roepstem. Zo behoort het ook te zijn met hen die wandelen in de voetstappen van de gelovige Abraham. Als zij geroepen worden, zoals zij vroeg of laat allemaal geroepen worden, om offers te brengen, dan behoren zij daaraan gehoor te geven.

Welnu, door onze lichamen te stellen tot een levende offerande, stellen wij ze ook tot een heilige offerande, omdat wat in het geloof gedaan wordt, door God wordt aangenomen als geheiligd door Zijn Geest. Als wij offeren zonder het werk van de gezegende Geest in ons hart, dan is het een dood offer. Mannen gaan in monnikenkloosters en misleide vrouwen in nonnenkloosters; zij worden zusters van barmhartigheid en wat niet al, en zij offeren hun lichamen als een offer aan God. Maar dat is geen levende offerande, omdat er geen geestelijk leven is, niet in degene die offert en niet in het offer.

Maar wanneer wij onze warmste genegenheden, onze vooruitzichten in dit leven, alles waar het vlees van houdt, opofferen omdat het Evangelie dat van ons vraagt, en wij dat doen omdat de liefde van Christus ons dringt, dan is dat een levende offerande. En zij is heilig, omdat zij voortkomt uit de heiligende invloeden en werkingen van de Heilige Geest. Wanneer wij werkelijk in onszelf kijken, zien wij er geen heiligheid in, want de zonde mengt zich in alles wat wij doen. Maar de ogen van God onderscheiden het kostbare van het snode. Hij ziet de zuiverheid van Zijn eigen werk, en Hij kan, wat wij niet kunnen, de werking van de Geest en de werking van het vlees van elkaar onderscheiden. God ziet op wat Zijn eigen Geest inspireert en Zijn genade werkt, en dat neemt Hij als heilig aan.

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat de vraag u raakt: wat houdt u nog achter? U bent niet van uzelf, maar duur gekocht; en toch, hoe gemakkelijk geven wij de Heere het kistje en houden het juweel voor onszelf. Misschien vraagt Hij u nu iets op te offeren wat u lief is: een vooruitzicht, een genegenheid, uw naam of uw roem. Zegt uw vlees dan nee, verberg het niet, maar breng ook dat met uw zuchten bij Hem.

En ziet u, wanneer u in uzelf kijkt, in al uw offeren geen heiligheid, omdat de zonde zich in alles mengt? Wees dan niet al te neergeslagen. De ogen van God onderscheiden het kostbare van het snode. Wat Zijn eigen Geest in u werkt en wat uit de liefde van Christus voortkomt, ziet Hij, en dat neemt Hij als heilig aan. Zeg dan met Abraham: „Hier ben ik”, en stel uzelf, lichaam en ziel, in Zijn hand.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl