Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

16 februari

Het gekrookte riet

Vandaag

2 min. lezen

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

Wat liggen er hopen afval over het innerlijke leven van God verspreid! U van wie de ziel geoefend is, merkt u niet dat zorgen voor het gezin, bezigheden in uw werk, zondige en zinnelijke verlangens en een hele vuilnisbak vol zinloze, ijdele inbeeldingen allemaal de vlam verstikken die omhoog probeert te komen? Zo gaan dagen en weken voorbij in een stervend leven, in een levende dood. Het vuur gaat niet uit, maar het brandt ook niet. Soms stijgt de rook dikker en hoger op; soms wordt het vuur langzaam zwakker, zodat het nauwelijks nog te zien is; en soms wakkert een voorbijgaande windvlaag het even aan. Maar meestal smeult het.

Waar dit in de ziel is, daar is leven. Er is een strijd gaande tegen de verdorvenheid, zoals het vuur in het rokende vlas strijdt tegen het afval dat het omringt. Maar helaas! Er is een krachtige adem nodig om het vuur helder te doen opgloeien. Het vuur heeft de zuidenwind uit de bergen der specerijen nodig om door de massa bederf die erop ligt heen te branden, en op te varen als de vlam waarin de Engel des Heeren opvoer terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken (Richt. 13:21).

Maar er is ook leven waar alleen rook is. Waar het alleen smeult, is toch vuur. Het is niet alleen maar een hoop dood afval; er ligt een heilig vuur onder, dat het vlas doet roken. Dit lijkt sterk op hoe het in onze tijd gesteld is. Alles in Sion bevindt zich grotendeels op een dieptepunt.

Neem een willekeurige christen, en u zult bijna altijd zien dat hij slechts een „rokende vlaswiek” is. Het vlas rookt, en dat is alles. Er is genoeg vuur om te laten zien dat het leven van God vanbinnen aanwezig is, maar niet genoeg om helder op te laaien.

Lezen: Jesaja 1:1-9

Aan de lezer…

Herkent u dit, waarde lezer: dagen en weken in een stervend leven, een levende dood? Zorgen voor het gezin, de drukte van het werk, ijdele gedachten en zondige verlangens liggen als hopen afval op het innerlijke leven. Het vuur gaat niet uit, maar het brandt ook niet. Soms stijgt de rook wat hoger; soms is er bijna niets te zien.

Laat u niet wijsmaken dat er dus niets is. Waar het smeult, is toch vuur; het is geen hoop dood afval. Maar wees er ook niet tevreden mee. Er is een krachtige adem nodig, de zuidenwind uit de bergen der specerijen, om door de massa heen te branden. Die wind kunt u niet maken, maar u kunt er wel om vragen. Vraag dan dat Hij het vuur dat Hij Zelf onder het afval gelegd heeft, weer helder doet opvlammen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl