Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

16 juli

Vandaag

3 min. lezen

Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie of bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op de eeuwige weg.
Psalm 139:23, 24

Het volk van God kan zijn godsdienst niet op krediet beoefenen; het kan niet tevreden zijn met de goedkeuring van deze of gene goede man. Het moet een godsdienst hebben die door God Zelf gewerkt is. Wat zijn godsdienst betreft, wordt het vaak tot onderzoek gebracht naar de vraag waar die vandaan komt. Ervaart u het niet zo, en kost het u niet menig onderzoek? Wanneer u bijvoorbeeld terneergeslagen bent, gaat u onderzoeken of dat wel voortkomt uit een heilige droefheid over de zonde.

Als u vertroost wordt, kunt u die troost niet zomaar aannemen; zij moet doorslaan in de weegschaal van het Evangelie. Ontmoet u uitreddingen op de weg van de voorzienigheid, dan kunt u die niet beschouwen als zoveel bewijzen dat het goed is met uw ziel. Zo moet u elke stap die u zet, goed onderzoeken en wegen, of hij wel van God is. De dode belijders, de huichelaars in Sion, beproeven hun godsdienst nooit en wegen hem niet op die manier. Zij weten niets van de innerlijke beproevingen.

Zij nemen alles voor goed aan en nestelen zich onder de vleugels van deze of gene goede man; en als sommige leraars hun stempel op hun godsdienst drukken, gaan zij tevreden verder. Maar het volk van God moet zijn bewijzen van God Zelf hebben, en zij zullen zichzelf vaak onderzoeken of dat werk in hun ziel in het uur van de beproeving wel stand zal houden. En als het de Heere behaagt op hun geroep in hun ziel te verschijnen en duidelijke bewijzen te schenken dat het werk in hun ziel van boven is, dan wordt hun hart vervuld met dankbaarheid. De dingen van de tijd raken dan op de achtergrond, en hun genegenheden worden opgewekt om uit te gaan naar die gezegende Fontein waaruit zij zijn neergekomen. Zo zijn de dingen die tegen hen leken te zijn, juist tot hun nut, en halen zij hun zoetste vertroostingen uit hun zwaarste verdrukkingen.

Zij zouden hun weg van beproeving, met al het bittere dat daaraan verbonden is, niet graag inruilen voor de met bloemen bezaaide weg waarop zij duizenden zien wandelen. Want zij weten dat een godsdienst zonder beproevingen en verzoekingen de ziel in het onuitblusbare vuur zal leiden. Zo ervaren zij op sommige ogenblikken dat er uit hun beproevingen toch iets goeds voortkomt. Dan willen zij liever al hun dagen beproefd en gelouterd worden en dragen wat de Heere hun oplegt, dan te wandelen op de weg die iemand recht lijkt, maar waarvan het einde het eeuwig verderf is. Zij kiezen liever te wandelen onder de kastijdende hand van God, die hun leert dat zij kinderen zijn en geen bastaards, dan te wandelen op een weg die het vlees liefheeft, maar waarvan het einde de eeuwige rampzaligheid is.

Aan de lezer…

Kost het u ook menig onderzoek, lezer, of uw godsdienst wel van God is? Kunt u uw troost niet zomaar aannemen en weegt u elke stap, bang dat het allemaal maar van uzelf zou zijn? Dan bidt u, misschien zonder het te weten, met de psalmist: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.” De dode belijder kent zo’n onderzoek niet; hij gaat tevreden verder op het woord van een goede man.

Wees dan niet bang voor de bange vragen, maar breng ze bij de Heere. Het behaagt Hem vaak op het geroep van de ziel te verschijnen en duidelijke bewijzen te schenken dat het werk van boven is. Dan wijken de dingen van de tijd, en het hart gaat uit naar die gezegende Fontein. Zo worden uw zwaarste verdrukkingen een bron van zoete vertroosting, en de kastijdende hand van God een les dat u een kind bent en geen bastaard.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl