16 november
Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.
Filippenzen 4:6
Wat een woord is dit: „uw begeerten in alles”! Kind van God, u is het voorrecht toegekend om met al uw zaken tot de troon van God te gaan. Wat, met elke kleine zaak? Ja, met zaken die de mensen kleinigheden noemen. Ja, met uw dagelijkse zorgen. Ja, indien gij ontwaart dat er een God is Die u kan horen, dan is het uw voorrecht met alles tot Hem te gaan. Alle dingen zijn erin, en niets is ervan uitgesloten.
In alles, en dat door gebed en smeking. Somtijds bidden wij en somtijds smeken wij. Het gebed is iets zachter, om het zo eens uit te drukken, dan smeking; het is iets minder ernstig, minder dringend, minder krachtig, en toch niet minder vruchtbaar. Ik heb wel eens het gebed en de smeking vergeleken bij twee dingen in de natuur. Het ene bij een rivier, een stroom zoals wij die kennen in ons lage land; zij vloeit met een sierlijke loop naar de zee. Het andere bij de stromen zoals men die vindt in bergachtige streken, die springen van afgrond tot afgrond. Het ene is het bedaarde gebed der ziel; het andere de vurige uitroep, de ernstige smeking, de uitgestoten klanken, het geweld dat de ziel doet op het hart van God om verhoord te worden.
Wij zien het in de Heere Jezus Zelf. Wij lezen van een gelegenheid dat Hij de gehele nacht op een berg overbleef om te bidden. Nu, wij hebben geen reden om te geloven dat Hij bij die gelegenheid op dezelfde wijze bad gelijk Hij dit deed in de hof en aan het kruis. In het ene geval had Hij zoete vereniging en gemeenschap met Zijn Vader, in het andere riep Hij met sterke roepingen en tranen en werd Hij verhoord. Het ene was een gebed, het andere een smeking.
Wanneer uw ziel wordt stilgezet in de tegenwoordigheid Gods, en gij gevoelt de adem des gebeds in uw boezem inkomen, dan kunt gij de Heere bidden met aangenaamheid en met geest. Doch er zijn tijden en stonden wanneer de ziel onder de aanslagen des satans en onder een vreselijk gevoel van schuld en schaamte verplicht is uit te schreeuwen als iemand die verhoord moet worden; en dit is smekingen spreken. Maar er is nog iets dat ermee vermengd moet zijn, en dit wordt dikwijls nagelaten: dat is de dankzegging. Deze zijn de drie bestanddelen van een geestelijke dienst: gebed, smeking en dankzegging.
Aan de lezer…
Kind van God, durft u met de kleine dingen tot de troon te gaan? U denkt misschien dat uw dagelijkse zorgen te gering zijn om ze de Heere voor te leggen, maar het woord zegt: „in alles”. Niets is ervan uitgesloten. Is uw ziel stil en gevoelt u de adem des gebeds, laat uw gebed dan als een kalme stroom tot Hem vloeien. En wordt u door de aanslagen des satans of door een vreselijk gevoel van schuld en schaamte gedreven, schreeuw het dan uit als iemand die verhoord moet worden; ook de Heere Jezus riep met sterke roepingen en tranen, en werd verhoord.
Maar vergeet het derde niet, dat zo dikwijls wordt nagelaten. Hoe weinig mengen wij dankzegging door ons bidden en smeken! Ziet u terug op wat de Heere reeds gedaan heeft, dan zult u vinden dat er stof genoeg is om Hem te danken, ook terwijl u nog roept. Zo wordt uw dienst een geestelijke dienst: gebed, smeking en dankzegging.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.
Filippenzen 4:6
Wat een woord is dit: „uw begeerten in alles”! Kind van God, u is het voorrecht gegeven om met al uw zaken naar de troon van God te gaan. Wat, met elke kleine zaak? Ja, met zaken die mensen kleinigheden noemen. Ja, met uw dagelijkse zorgen. Ja, als u merkt dat er een God is Die u kan horen, dan is het uw voorrecht met alles bij Hem te komen. Alle dingen vallen eronder, en niets is ervan uitgesloten.
In alles, en dat door bidden en smeken. Soms bidden wij en soms smeken wij. Het gebed is, om het zo eens te zeggen, iets zachter dan de smeking; het is iets minder ernstig, minder dringend, minder krachtig, en toch niet minder vruchtbaar. Ik heb gebed en smeking wel eens vergeleken met twee dingen in de natuur. Het ene met een rivier, een stroom zoals wij die kennen in ons lage land, die in een sierlijke loop naar de zee vloeit. Het andere met de stromen die men in bergachtige streken vindt, die van afgrond tot afgrond springen. Het ene is het bedaarde gebed van de ziel; het andere de vurige uitroep, de ernstige smeking, de uitgestoten klanken, het geweld dat de ziel het hart van God aandoet om verhoord te worden.
Wij zien het in de Heere Jezus Zelf. Wij lezen van een keer dat Hij de hele nacht op een berg bleef om te bidden. Nu hebben wij geen reden om te geloven dat Hij toen op dezelfde manier bad als in de hof en aan het kruis. In het ene geval had Hij zoete vereniging en gemeenschap met Zijn Vader, in het andere riep Hij met sterke roeping en tranen en werd Hij verhoord. Het ene was een gebed, het andere een smeking.
Wanneer uw ziel stil wordt gezet in de tegenwoordigheid van God, en u voelt de adem van het gebed in uw binnenste komen, dan kunt u tot de Heere bidden met aangenaamheid en met geest. Maar er zijn tijden en ogenblikken waarop de ziel, onder de aanvallen van satan en onder een vreselijk gevoel van schuld en schaamte, het wel moet uitschreeuwen als iemand die verhoord moet worden; en dat is smekingen spreken. Maar er is nog iets dat ermee vermengd moet zijn, en dat wordt vaak vergeten: de dankzegging. Dit zijn de drie bestanddelen van een geestelijke dienst: gebed, smeking en dankzegging.
Aan de lezer…
Kind van God, durft u met de kleine dingen naar de troon te gaan? U denkt misschien dat uw dagelijkse zorgen te gering zijn om ze de Heere voor te leggen, maar het woord zegt: „in alles”. Niets is ervan uitgesloten. Is uw ziel stil en voelt u de adem van het gebed, laat uw gebed dan als een kalme stroom naar Hem vloeien. En wordt u door de aanvallen van satan of door een vreselijk gevoel van schuld en schaamte gedreven, schreeuw het dan uit als iemand die verhoord moet worden; ook de Heere Jezus riep met sterke roeping en tranen, en werd verhoord.
Maar vergeet het derde niet, dat zo vaak wordt vergeten. Hoe weinig mengen wij dankzegging door ons bidden en smeken! Kijkt u terug op wat de Heere al gedaan heeft, dan zult u merken dat er genoeg reden is om Hem te danken, ook terwijl u nog roept. Zo wordt uw dienst een geestelijke dienst: gebed, smeking en dankzegging.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Be careful for nothing; but in every thing by prayer and supplication with thanksgiving let your requests be made known unto God.”
Philippians 4:6
What a word this is! “Everything!” You are privileged, saint of God, to go to the throne of God with everything. What, with every little occurrence? Yes. What, with things that people call trifles? Yes. With your daily concerns? Yes. If you feel that there is a God Who can hear you, it is your privilege to go to Him in everything. All things are comprehended; nothing is excluded. In everything, and that by prayer and supplication. Sometimes we pray, sometimes we supplicate.
Prayer is something more gentle than supplication, less earnest, less fervent, less powerful; yet not less effectual. I have sometimes compared prayer and supplication to two things in nature. The one to a river—a stream, such as we see in our low country that flows with gentle course to the sea; the other to the torrents found in mountainous countries, that leap from precipice to precipice. The one is the calm prayer of the soul, the other the fervent cry, the earnest supplication, the breathed agony of the spirit rushing along into the bosom of God with many a broken sigh and many an earnest groan.
Here the two seem contrasted. There is prayer, calm and gentle, the simple pouring out of the soul into the bosom of God; and then there is supplication, which is earnest, and calls upon the Lord as though the soul must be heard. We see it in the blessed Jesus Himself. We read on one occasion that He went into a mountain the whole night to pray. Now we have no reason to believe He prayed on that occasion in the same way that He prayed in the garden and upon the cross. In the one case He had sweet union and communion with His Father; in the other He cried with groans and tears and was heard. The one was prayer; the other supplication.
When your soul is calmed by the presence of God, and you feel the breath of prayer to enter your bosom, then you can pray to the Lord with sweetness and with spirit. But there are times and seasons when the soul, under the attacks of Satan and a terrible sense of guilt and shame, is obliged to cry as one that must be heard, and that is supplication. But there is another thing which is to be mingled with it, and a thing much omitted, and that is thanksgiving. These are the three constituents of a spiritual service—prayer, supplication, and thanksgiving.
To the reader…
Child of God, do you dare to go to the throne with the little things? Perhaps you think your daily cares are too small to lay before the Lord, but the word says, “in every thing.” Nothing is excluded. Is your soul quiet and do you feel the breath of prayer, then let your prayer flow to Him like a calm stream. And if you are driven by the attacks of Satan or by a terrible sense of guilt and shame, then cry out as one who must be heard; the Lord Jesus also cried with strong crying and tears, and was heard.
But do not forget the third thing, which is so often forgotten. How little we mingle thanksgiving with our prayer and supplication! If you look back on what the Lord has already done, you will find there is reason enough to thank Him, even while you are still crying. So your service becomes a spiritual service: prayer, supplication and thanksgiving.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Por nada estéis afanosos; sino sean notorias vuestras peticiones delante de Dios en toda oración y ruego, con hacimiento de gracias.”
Filipenses 4:6
¡Qué palabra es esta! “¡Toda!” Usted tiene el privilegio, santo de Dios, de ir al trono de Dios con todo. ¿Cómo, con cada pequeño suceso? Sí. ¿Cómo, con cosas que la gente llama nimiedades? Sí. ¿Con sus asuntos diarios? Sí. Si usted siente que hay un Dios que puede oírle, es su privilegio ir a Él en todo. Todas las cosas están comprendidas; nada queda excluido. En todo, y eso por oración y ruego. A veces oramos, a veces rogamos.
La oración es algo más suave que el ruego, menos ardiente, menos ferviente, menos poderoso; mas no menos eficaz. A veces he comparado la oración y el ruego con dos cosas de la naturaleza. La una con un río —una corriente como las que vemos en nuestra tierra llana, que fluye con curso apacible hacia el mar—; la otra con los torrentes que se hallan en los países montañosos, que saltan de precipicio en precipicio. La una es la oración tranquila del alma; la otra, el clamor ferviente, el ruego ardiente, la agonía exhalada del espíritu que se precipita hacia el seno de Dios con muchos suspiros quebrantados y muchos gemidos ardientes.
Aquí ambos parecen contrastados. Está la oración, tranquila y apacible, el sencillo derramar del alma en el seno de Dios; y luego está el ruego, que es ardiente e invoca al Señor como si el alma tuviera que ser oída. Lo vemos en el bendito Jesús mismo. Leemos que en una ocasión se fue a un monte a orar toda la noche. Ahora bien, no tenemos razón para creer que en esa ocasión orara del mismo modo que oró en el huerto y en la cruz. En el un caso tenía dulce unión y comunión con Su Padre; en el otro clamó con gemidos y lágrimas, y fue oído. Lo uno fue oración; lo otro, ruego.
Cuando su alma está sosegada por la presencia de Dios, y usted siente que el aliento de la oración entra en su pecho, entonces puede orar al Señor con dulzura y con espíritu. Pero hay tiempos y sazones en que el alma, bajo los ataques de Satanás y un terrible sentimiento de culpa y vergüenza, se ve obligada a clamar como quien tiene que ser oído, y eso es ruego. Pero hay otra cosa que debe mezclarse con ello, y una cosa muy omitida, y es el hacimiento de gracias. Estos son los tres elementos de un servicio espiritual: oración, ruego y hacimiento de gracias.
Al lector…
Hijo de Dios, ¿se atreve usted a ir al trono con las cosas pequeñas? Quizá piense que sus preocupaciones diarias son demasiado pequeñas para presentarlas delante del Señor, pero la palabra dice: “en toda oración”, en todo. Nada queda excluido. Si su alma está tranquila y siente el aliento de la oración, deje que su oración fluya hacia Él como una corriente apacible. Y si le empujan los ataques de Satanás o un terrible sentimiento de culpa y vergüenza, entonces clame como quien tiene que ser oído; también el Señor Jesús clamó con gran clamor y lágrimas, y fue oído.
Pero no olvide la tercera cosa, que tan a menudo se olvida. ¡Cuán poco mezclamos el hacimiento de gracias con nuestra oración y nuestro ruego! Si mira atrás a lo que el Señor ya ha hecho, hallará razón suficiente para darle gracias, aun mientras sigue clamando. Así su servicio llega a ser un servicio espiritual: oración, ruego y hacimiento de gracias.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl