15 augustus
En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods.
Galaten 2:20
Er is geen weg behalve deze, van in Christus’ dood en leven gedoopt te zijn, waarin wij ooit een overwinning kunnen behalen over de zonden die ons lichtelijk omringen. Indien wij aan de ene kant een gezicht hebben van een lijdende Christus, en aldus gedoopt worden in Zijn lijden en dood, zal het gevoel daarvan, zolang het duurt, de kracht der zonde bedwingen. Of als wij aan de andere kant een geloofsgezicht krijgen op een herrezen Christus en uit Zijn volheid der genade bediend worden, dan zal dit ons boven haar heerschappij verheffen.
Indien de zonde krachtig in ons woelt, dan behoeven wij een van deze twee zaken om ze te onderwerpen: óf wij moeten van boven ondersteund worden om ons een overwinning te geven in ons strijden tegen haar, óf wij moeten iets hebben dat ons uit de zonde in een zuiverder en betere omgeving brengt. Wanneer er een gezicht is van het lijden, de smarten, de doodsstrijd en de dood van de Zoon van God, dan wordt er in de strijd tegen de zonde kracht aan de ziel geschonken, een weerstand biedende en onderwerpende kracht. Zo ook, wanneer er een invloeiing komt van de genade en liefde van Christus, heft dit de ziel op boven de liefde en de kracht der zonde in een zuiverder en heiliger gemoedsgestalte.
De zonde kan in geen andere weg onderworpen worden. Gij moet óf gedoopt zijn in Christus’ lijden en dood, óf gij moet gedoopt zijn — gelijk het één op het ander volgt — in Christus’ opstanding en leven. Een gezicht van Hem als een lijdend God, of een gezicht van Hem als een herrezen Jezus, gaat samen met iedere vruchtbare poging om de overwinning te bekomen over de zonde, dood, hel en graf. Gij moogt worstelen, beloven en berouw hebben; wat draagt dit alles ertoe bij? Gij zinkt al dieper en dieper in de zonde dan tevoren. De hoogmoed, de begeerte en de begeerlijkheid komen in als een vloed, en gij zijt reeds bijna verdronken eer gij het gewaar wordt.
Doch wanneer gij een gezicht krijgt van een lijdende Christus of van een opgestane Christus, wanneer gij een proefje krijgt van Zijn stervende liefde, een drupje van Zijn verzoenend bloed, of een openbaring van Zijn schoonheid en rijkdom, dan is de vrucht uit deze geestelijke doop in Zijn dood of in Zijn leven een onderwerpende kracht tot overwinning van de verzoekingen en de zonde, die niets anders kan of geven zal. Toch geloof ik dat wij dikwijls jaren moeten leren om deze Goddelijke verborgenheid te verstaan; moeten worstelen om tot bekering en reformatie te komen, en niet te kunnen, totdat wij ten laatste door Goddelijke onderwijzing een weinig leren verstaan van hetgeen de apostel bedoelde toen hij zeide: „En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods.”
En wanneer wij in dit leven des geloofs komen kunnen, dit verborgen leven, dan zetten onze genegenheden zich op de dingen die boven zijn. Het heeft geen nut voor sommigen om door wettische pogingen de zonde ten onder te brengen; zij zakken des te dieper in het slijk. Gij moet Christus in uw ziel hebben door de kracht Gods, en dan zal Hij door Zijn toelachingen, bloed, liefde en tegenwoordigheid iedere inwendige vijand onderwerpen.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u, na zo dikwijls geworsteld, beloofd en berouw gehad te hebben, toch weer dieper in het slijk gezonken bent. Kwam de hoogmoed of de begeerlijkheid weer in als een vloed, eer u het gewaar werd? Wanhoop dan niet, maar leer de les die vaak jaren kost: met wettische pogingen wordt de zonde niet ten onder gebracht. Het is geen gebrek aan ernst dat u doet vallen, maar een zoeken van kracht op de verkeerde plaats.
Zie dan op naar Hem. Een gezicht van een lijdende Christus, een drupje van Zijn verzoenend bloed, een proefje van Zijn stervende liefde, doet meer dan al uw voornemens bij elkaar. En een blik op de herrezen Christus verheft de ziel boven de heerschappij der zonde. Bid dan niet allereerst om meer kracht in uzelf, maar om Christus in uw ziel; want Hij zal door Zijn liefde en tegenwoordigheid iedere inwendige vijand onderwerpen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods.
Galaten 2:20
Er is geen andere weg dan deze – gedoopt te zijn in de dood en het leven van Christus – waarop wij ooit de overwinning kunnen behalen over de zonden die ons zo licht omringen. Als wij aan de ene kant een gezicht hebben op een lijdende Christus, en zo gedoopt worden in Zijn lijden en dood, zal het besef daarvan, zolang het duurt, de kracht van de zonde bedwingen. Of als wij aan de andere kant een geloofsgezicht krijgen op een opgestane Christus en uit Zijn volheid van genade bediend worden, dan zal dit ons boven haar heerschappij verheffen.
Als de zonde krachtig in ons woelt, hebben wij een van deze twee dingen nodig om haar te onderwerpen. Óf wij moeten van boven ondersteund worden, zodat wij in onze strijd tegen haar de overwinning krijgen, óf wij moeten iets hebben dat ons uit de zonde in een zuiverder en betere sfeer brengt. Wanneer er een gezicht is op het lijden, de smarten, de doodsstrijd en de dood van de Zoon van God, dan wordt er in de strijd tegen de zonde kracht aan de ziel geschonken: een kracht die weerstand biedt en onderwerpt. Zo ook, wanneer de genade en liefde van Christus de ziel binnenstromen, heft dat haar op boven de liefde tot en de kracht van de zonde, in een zuiverder en heiliger gesteldheid.
De zonde kan op geen andere manier onderworpen worden. U moet óf gedoopt zijn in het lijden en de dood van Christus, óf u moet gedoopt zijn – zoals het een op het ander volgt – in de opstanding en het leven van Christus. Een gezicht op Hem als een lijdende God, of een gezicht op Hem als een opgestane Jezus, gaat samen met iedere vruchtbare poging om de overwinning te behalen over de zonde, dood, hel en graf. U kunt worstelen, beloven en berouw hebben, maar wat draagt dat alles bij? U zinkt nog dieper in de zonde weg dan tevoren. De hoogmoed, de lust en de begeerlijkheid komen binnen als een vloed, en u bent al bijna verdronken voordat u het merkt.
Maar wanneer u een gezicht krijgt op een lijdende Christus of op een opgestane Christus, wanneer u iets proeft van Zijn stervende liefde, een druppel van Zijn verzoenend bloed ontvangt of een openbaring van Zijn schoonheid en rijkdom, dan is de vrucht van deze geestelijke doop in Zijn dood of in Zijn leven een onderwerpende kracht om de verzoekingen en de zonde te overwinnen, die niets anders kan of zal geven. Toch geloof ik dat wij vaak jaren nodig hebben om deze Goddelijke verborgenheid te leren verstaan. Wij moeten worstelen om tot bekering en verbetering te komen, en kunnen het niet, totdat wij ten slotte door Goddelijk onderwijs een weinig leren verstaan van wat de apostel bedoelde toen hij zei: „En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods.”
En wanneer wij in dit leven van het geloof mogen komen, dit verborgen leven, dan richten onze genegenheden zich op de dingen die boven zijn. Voor sommigen heeft het geen nut om de zonde door wettische pogingen te onderwerpen; zij zakken des te dieper in het slijk. U moet Christus in uw ziel hebben door de kracht van God, en dan zal Hij door Zijn glimlachen, Zijn bloed, Zijn liefde en Zijn tegenwoordigheid iedere inwendige vijand onderwerpen.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u, nadat u zo vaak geworsteld, beloofd en berouw gehad hebt, toch weer dieper in het slijk gezonken bent. Kwam de hoogmoed of de begeerlijkheid weer binnen als een vloed, voordat u het merkte? Wanhoop dan niet, maar leer de les die vaak jaren kost: met wettische pogingen wordt de zonde niet onderworpen. Het is geen gebrek aan ernst dat u doet vallen, maar het zoeken van kracht op de verkeerde plaats.
Zie dan op naar Hem. Een gezicht op een lijdende Christus, een druppel van Zijn verzoenend bloed, iets proeven van Zijn stervende liefde, doet meer dan al uw voornemens bij elkaar. En een blik op de opgestane Christus verheft de ziel boven de heerschappij van de zonde. Bid dan niet in de eerste plaats om meer kracht in uzelf, maar om Christus in uw ziel; want Hij zal door Zijn liefde en tegenwoordigheid iedere inwendige vijand onderwerpen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And the life which I now live in the flesh I live by the faith of the Son of God.”
Galatians 2:20
There is no way except by being spiritually baptized into Christ’s death and life, that we can ever get a victory over our besetting sins. If, on the one hand, we have a view of a suffering Christ, and thus become baptized into His sufferings and death, the feeling, while it lasts, will subdue the power of sin. Or, on the other hand, if we get a believing view of a risen Christ, and receive supplies of grace out of His fullness, that will lift us above sin’s dominion. If sin is powerfully working in us, we need one of these two things to subdue it; either we must have something come down to us to give us a victory over our sin in our strugglings against it, or we must have something to lift us up out of sin into a purer and better element.
When there is a view of the sufferings and sorrows, agonies and death of the Son of God, power comes down to the soul in its struggles against sin, and gives it a measure of holy resistance and subduing strength against it. So, when there is a coming in of the grace and love of Christ, it lifts up the soul from the love and power of sin into a purer and holier atmosphere. Sin cannot be subdued in any other way. You must either be baptized into Christ’s sufferings and death, or you must be baptized (and these follow each other) into Christ’s resurrection and life. A sight of Him as a suffering God, or a view of Him as a risen Jesus, must be connected with every successful attempt to get the victory over sin, death, hell, and the grave.
You may strive, vow, and repent; and what does it all amount to? You sink deeper and deeper into sin than before. Pride, lust, and covetousness come in like a flood, and you are swamped and carried away almost before you are aware. But if you get a view of a suffering Christ, or of a risen Christ; if you get a taste of His dying love, a drop of His atoning blood, or any manifestation of His beauty and blessedness, there comes from this spiritual baptism into His death or His life a subduing power; and this gives a victory over temptation and sin which nothing else can or will give.
Yet I believe we are often many years learning this divine secret, striving to repent and reform, and cannot; until at last by divine teaching we come to learn a little of what the Apostle meant when he said, “The life I now live in the flesh, I live by the faith of the Son of God.” And when we can get into this life of faith, this hidden life, then our affections are set on things above.
There is no use setting people to work by legal strivings; they only plunge themselves deeper in the ditch. You must get Christ into your soul by the power of God; and then He will subdue, by His smiles, blood, love, and presence, every internal foe.
To the reader…
There are times when, after you have so often struggled, vowed, and repented, you have nevertheless sunk deeper into the mire again. Did pride or lust come in again like a flood before you were aware of it? Do not despair, then, but learn the lesson that often takes years: sin is not subdued by legal strivings. It is not a lack of earnestness that makes you fall, but seeking strength in the wrong place.
Look up, then, to Him. A view of a suffering Christ, a drop of His atoning blood, a taste of His dying love, does more than all your resolutions put together. And a view of the risen Christ lifts the soul above the dominion of sin. Pray, then, not in the first place for more strength in yourself, but for Christ in your soul; for He will subdue every inward foe by His love and presence.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y lo que ahora vivo en la carne, lo vivo en la fe del Hijo de Dios.
Gálatas 2:20
No hay otro modo, sino siendo espiritualmente bautizados en la muerte y la vida de Cristo, de que podamos alcanzar jamás la victoria sobre nuestros pecados dominantes. Si, por una parte, tenemos una visión de un Cristo que sufre, y así somos bautizados en Sus sufrimientos y Su muerte, ese sentimiento, mientras dura, sujetará el poder del pecado. O si, por otra parte, alcanzamos una visión creyente de un Cristo resucitado y recibimos provisiones de gracia de Su plenitud, eso nos levantará por encima del dominio del pecado. Si el pecado obra poderosamente en nosotros, necesitamos una de estas dos cosas para sujetarlo: o algo ha de descender a nosotros para darnos la victoria sobre nuestro pecado en nuestras luchas contra él, o algo ha de levantarnos fuera del pecado a un elemento más puro y mejor.
Cuando hay una visión de los sufrimientos y dolores, de las agonías y la muerte del Hijo de Dios, desciende poder al alma en sus luchas contra el pecado, y le da una medida de santa resistencia y de fuerza para sujetarlo. Así también, cuando entra la gracia y el amor de Cristo, levanta al alma del amor y del poder del pecado a una atmósfera más pura y más santa. El pecado no puede ser sujetado de ninguna otra manera. O usted ha de ser bautizado en los sufrimientos y la muerte de Cristo, o ha de ser bautizado (y estas cosas se siguen una a otra) en la resurrección y la vida de Cristo. Una vista de Él como un Dios que sufre, o una visión de Él como Jesús resucitado, ha de estar unida a todo intento exitoso de obtener la victoria sobre el pecado, la muerte, el infierno y el sepulcro.
Puede usted esforzarse, hacer votos y arrepentirse; ¿y en qué queda todo ello? Se hunde cada vez más hondo en el pecado que antes. El orgullo, la concupiscencia y la codicia entran como una inundación, y usted queda anegado y arrastrado casi antes de darse cuenta. Pero si alcanza una visión de un Cristo que sufre, o de un Cristo resucitado; si recibe una prueba de Su amor moribundo, una gota de Su sangre expiatoria, o alguna manifestación de Su hermosura y bienaventuranza, entonces de este bautismo espiritual en Su muerte o en Su vida procede un poder que sujeta; y esto da una victoria sobre la tentación y el pecado que ninguna otra cosa puede dar ni dará.
Sin embargo, creo que a menudo pasamos muchos años aprendiendo este secreto divino, esforzándonos por arrepentirnos y reformarnos, sin poder hacerlo; hasta que al fin, por enseñanza divina, llegamos a aprender un poco de lo que el Apóstol quería decir cuando dijo: “Lo que ahora vivo en la carne, lo vivo en la fe del Hijo de Dios.” Y cuando podemos entrar en esta vida de fe, esta vida escondida, entonces nuestros afectos se ponen en las cosas de arriba.
De nada sirve poner a la gente a trabajar con esfuerzos legales; solo se hunden más en la zanja. Usted necesita que Cristo entre en su alma por el poder de Dios; y entonces Él sujetará, con Sus sonrisas, Su sangre, Su amor y Su presencia, a todo enemigo interior.
Al lector…
Hay momentos en que, después de haber luchado, hecho votos y arrepentido tantas veces, usted se ha hundido aun así más hondo en el lodo. ¿Entraron de nuevo el orgullo o la concupiscencia como una inundación antes de que se diera cuenta? No desespere, entonces, sino aprenda la lección que a menudo lleva años: el pecado no se sujeta con esfuerzos legales. No es la falta de seriedad lo que le hace caer, sino buscar fuerza en el lugar equivocado.
Mire, pues, hacia Él. Una visión de un Cristo que sufre, una gota de Su sangre expiatoria, una prueba de Su amor moribundo, hace más que todos sus propósitos juntos. Y una visión del Cristo resucitado levanta al alma por encima del dominio del pecado. Ore, pues, no en primer lugar por más fuerza en usted mismo, sino por Cristo en su alma; porque Él sujetará a todo enemigo interior con Su amor y Su presencia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl