15 mei
Daartoe heb Ik ook de regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot de oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.
Amos 4:7
Hoe machteloos en krachteloos zijn wij ten opzichte van de vallende regen van de hemel! Wie kan, wanneer de zon helder schijnt, de regen gebieden dat zij neervallen? Of wanneer de regen neervalt, wie kan dan gebieden en de flessen des hemels sluiten? Hij, Die de regen geeft van de hemel, mitsgaders vruchtbare tijden, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid, stelt ook het vruchtbare veld tot een woestijn, om de ongerechtigheid dergenen die daarin wonen.
Zo soeverein ook in de toediening is de zegen die God geeft aan het gepredikte Evangelie. Hij houdt de zegeningen in Zijn eigen hand; aan Hem staat het te geven en ook te onthouden. Wanneer Hij zegent, is het omdat Hij het beloofd heeft, maar wanneer, waar en aan wie het ten zegen zijn zal, is Zijn eigen soevereine beschikking.
Wat verlangen wij immers, als de aarde verschroeid is vanwege de droogte, om regen! Wij weten dat er in de wolken boven ons regen genoeg is, en dat, wanneer deze neervalt, het van een weldadige invloed zal zijn, en dit doet ons ernaar verlangen; ja, wij zenden wel gebeden op dat het moge gaan regenen. Ook de aarde zelf, verschroeid en verzengd door de hitte, ja, diezelfde aarde roept, bij wijze van spreken, hoewel stilzwijgend, door de spleten en scheuren, veroorzaakt door de brandende zon, om de vallende regen. Iedere scheur die gij in juli in de aarde ziet, is als een roep uit een zwijgende mond, dat de regen moge neerkomen. Het verwelkte kruid, het loeiende vee in het veld, de uitgedroogde vijvertjes en beekjes smeken, ofschoon er geen woord wordt geuit, om de regen.
Evenzo is het in de genade. De dorre, verwelkte, droge gewaarwordingen der ziel zijn als zo vele stomme monden, die vragen dat God Zijn zegen moge schenken. Zelfs de hardheid, onvruchtbaarheid en dorheid die wij in ons hart waarnemen, zijn als zo vele zwijgende stemmen tot de God aller genade, of het Hem, wanneer Zijn zegen niet op het Woord rust, mocht behagen het aan onze consciënties te zegenen. Ik zeg dit, omdat gij wellicht kondt denken dat gij niet recht om een zegen bidt wanneer gij niet met een hoorbare stem bidt, of dat gij niet begunstigd wordt met de Geest der genade en der gebeden.
God ziet uw behoeften en daarop neemt Hij nauwkeurig acht. Het kind behoeft niet, en kan ook inderdaad niet, met vele woorden zijn noden bekendmaken. Het schreeuwen vanwege de honger is genoeg. Of zelfs wanneer het te zwak is om te schreeuwen, weet de moeder dat het honger heeft uit de rusteloze bewegingen die het maakt, en zij is even vergenoegd om het nodige voedsel te geven als het kind dit is om het te ontvangen.
Zo moet gij niet altoos de kracht van uw gebeden afmeten bij de blote woordelijke uitdrukking daarvan. De hartdoorzoekende God leest uw behoeften, kent uw ellendige toestand en ziet uw onvruchtbaar geval. En gelijk Hij in het koninkrijk van Zijn voorzienigheid van Zijn heilige troon de dorre grond aanschouwt en Hij Zijn druppelen neerzendt omdat Hij de nood ziet, zo ziet Hij ook in het Koninkrijk Zijner genade neder op de smachtende toestand van Zijn volk en zendt Hij de geestelijke regen nederwaarts, daar Hij weet dat zij dit nodig hebben.
Aan de lezer…
Soms is uw ziel als verschroeide aarde in de zomer, vol scheuren en barsten, terwijl u hoort dat het elders regent. U zit onder het Woord en het blijft droog; u wilt bidden, en er komen nauwelijks woorden. Misschien denkt u dat u daarom niet recht bidt, of dat de Geest der genade en der gebeden u voorbijgaat. De Heere zegent waar en wanneer Hij wil; dat staat in Zijn eigen soevereine hand, en wij kunnen de regen niet gebieden.
Maar weet dan ook dit: elke scheur in de dorre grond is als een stomme mond die om regen roept. Zo zijn ook uw dorheid, hardheid en onvruchtbaarheid zwijgende stemmen tot de God aller genade. Een moeder weet dat haar kind honger heeft, ook wanneer het te zwak is om te schreeuwen. De hartdoorzoekende God leest uw behoeften en ziet uw onvruchtbaar geval. Meet de kracht van uw gebed niet af aan uw woorden; Hij ziet de nood, en Hij zendt Zijn geestelijke regen op wie smachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daartoe heb Ik ook de regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot de oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.
Amos 4:7
Hoe machteloos en krachteloos zijn we tegenover de regen die uit de hemel valt! Wie kan, wanneer de zon helder schijnt, de regen gebieden te vallen? Of wanneer de regen valt, wie kan dan gebieden dat de flessen van de hemel gesloten worden? Hij Die de regen uit de hemel geeft, en vruchtbare tijden, en onze harten vervult met spijs en vrolijkheid, maakt ook het vruchtbare veld tot een woestijn, vanwege de ongerechtigheid van hen die daarin wonen.
Even soeverein in de toediening is de zegen die God aan het gepredikte Evangelie geeft. Hij houdt de zegeningen in Zijn eigen hand; aan Hem staat het om te geven en ook om te onthouden. Wanneer Hij zegent, is het omdat Hij het beloofd heeft. Maar wanneer, waar en voor wie het tot zegen zal zijn, is Zijn eigen soevereine beschikking.
Wat verlangen we immers naar regen, wanneer de aarde verschroeid is door de droogte! We weten dat er in de wolken boven ons regen genoeg is, en dat die, wanneer ze valt, een weldadige uitwerking zal hebben; en dat doet ons ernaar verlangen. Ja, we zenden zelfs gebeden op dat het mag gaan regenen. Ook de aarde zelf, verschroeid en verzengd door de hitte, roept bij wijze van spreken, hoewel zwijgend, om de vallende regen door de spleten en scheuren die de brandende zon veroorzaakt heeft. Iedere scheur die u in juli in de aarde ziet, is als een roep uit een zwijgende mond dat de regen mag neerkomen. Het verwelkte gras, het loeiende vee in het veld, de uitgedroogde vijvertjes en beekjes smeken om regen, ook al wordt er geen woord gesproken.
Zo is het ook in de genade. De dorre, verwelkte, droge gewaarwordingen van de ziel zijn als zoveel stomme monden die vragen of God Zijn zegen wil schenken. Zelfs de hardheid, onvruchtbaarheid en dorheid die we in ons hart opmerken, zijn als zoveel zwijgende stemmen tot de God aller genade: of het Hem, wanneer Zijn zegen niet op het Woord rust, zou behagen het aan ons geweten te zegenen. Ik zeg dit omdat u misschien zou kunnen denken dat u niet goed om een zegen bidt wanneer u niet met hoorbare stem bidt, of dat u niet begunstigd wordt met de Geest der genade en der gebeden.
God ziet uw behoeften en Hij let daar nauwkeurig op. Een kind hoeft zijn noden niet met veel woorden bekend te maken, en kan dat ook werkelijk niet. Het huilen van honger is genoeg. En zelfs wanneer het te zwak is om te huilen, weet de moeder aan de onrustige bewegingen die het maakt dat het honger heeft. En zij is even blij om het nodige voedsel te geven als het kind is om het te ontvangen.
Zo moet u de kracht van uw gebeden niet altijd afmeten aan de woorden alleen waarin u ze uitdrukt. De God Die de harten doorzoekt, leest uw behoeften, kent uw ellendige toestand en ziet uw onvruchtbare staat. In het koninkrijk van Zijn voorzienigheid ziet Hij van Zijn heilige troon de dorre grond, en zendt Hij Zijn druppels neer omdat Hij de nood ziet. Zo ziet Hij ook in het Koninkrijk van Zijn genade neer op de smachtende toestand van Zijn volk, en zendt Hij de geestelijke regen neer, omdat Hij weet dat zij die nodig hebben.
Aan de lezer…
Soms is uw ziel als verschroeide aarde in de zomer, vol scheuren en barsten, terwijl u hoort dat het elders regent. U zit onder het Woord en het blijft droog; u wilt bidden, en er komen nauwelijks woorden. Misschien denkt u dat u daarom niet goed bidt, of dat de Geest der genade en der gebeden u voorbijgaat. De Heere zegent waar en wanneer Hij wil; dat ligt in Zijn eigen soevereine hand, en wij kunnen de regen niet gebieden.
Maar weet dan ook dit: elke scheur in de dorre grond is als een stomme mond die om regen roept. Zo zijn ook uw dorheid, hardheid en onvruchtbaarheid zwijgende stemmen tot de God aller genade. Een moeder weet dat haar kind honger heeft, ook wanneer het te zwak is om te huilen. De God Die de harten doorzoekt, leest uw behoeften en ziet uw onvruchtbare staat. Meet de kracht van uw gebed niet af aan uw woorden. Hij ziet de nood, en Hij zendt Zijn geestelijke regen op wie smachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And also I have withholden the rain from you, when there were yet three months to the harvest: and I caused it to rain upon one city, and caused it not to rain upon another city: one piece was rained upon, and the piece whereupon it rained not withered.
Amos 4:7
How powerless we are as regards the rain that falls from the sky! Who can go forth when the sun is shining in its brightness and bid the rain to fall? Or when rain is falling, who can go forth and restrain the bottles of heaven? He Who gives us rain from heaven and fruitful seasons, filling our hearts with food and gladness, also turns a fruitful land into barrenness for the wickedness of those who dwell therein.
Equally sovereign is the blessing that God gives to the preached gospel. He holds the blessing in His own hand; it is His to give, and His to withhold. If He blesses, it is because He has promised it; but when, where, and to whom it shall come, is at His own sovereign disposal. Yet what do we naturally desire when the earth is parched up for lack of rain? Knowing that there is rain stored up in the clouds above, and that when it does come it will produce beneficial effects—desires, if not prayers, go up that it may fall.
In fact, the earth itself, parched and dried up by heat, the very ground itself, by the fissures and clefts which are made in the soil by a burning sun, silently, mutely, but still imploringly calls upon the rain to fall. Every crack you see in July is a silent mouth asking the rain to come down. The withered herbage, the cattle lowing in the field, the dried-up ponds and brooks, are all imploring, though not a word is uttered, that rain may fall.
So in grace. The parched, withered, dried-up feelings of the soul are all so many mute mouths imploring God’s blessing to come down. No, the very hardness, barrenness, and sterility felt in our heart when the blessing of God does not rest upon the word, are so many mute appeals to the God of all grace that His blessing would attend the word to our conscience. I say this because you may think sometimes that you are not praying for the blessing of God to rest upon the word, because you may not be using vocal prayer, or are not favored with a spirit of grace and supplications. God sees your needs, and to those needs He has a kind regard.
The babe need not, and indeed cannot ask in so many words for food. The cry of hunger is enough. Or even if too weak to cry, the mother knows the child is hungry by its restless movements; and she is as pleased to give the nutritious food as the babe is to receive it.
So you must not always measure the strength of your prayers by the mere vocal utterance you may give to them. The heart-searching God reads your needs, knows your desolate case, and sees your barren condition. As in the kingdom of His providence He views from His holy throne the parched ground, and sends down showers because He sees its need; so in the kingdom of His grace He looks upon the parched condition of His people, and gives the spiritual rain because He knows they need it.
To the reader…
Sometimes your soul is like scorched earth in summer, full of cracks and fissures, while you hear that it is raining elsewhere. You sit under the Word and it stays dry; you want to pray, and hardly any words come. Perhaps you think that this means you do not pray rightly, or that the Spirit of grace and supplications is passing you by. The Lord blesses where and when He wills; that lies in His own sovereign hand, and we cannot command the rain.
But know this as well: every crack in the parched ground is like a mute mouth crying for rain. So your dryness, hardness and barrenness are silent voices to the God of all grace. A mother knows that her child is hungry, even when it is too weak to cry. The God Who searches the hearts reads your needs and sees your barren state. Do not measure the strength of your prayer by your words. He sees the need, and He sends His spiritual rain on those who thirst.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y también Yo os detuve la lluvia tres meses antes de la siega; e hice llover sobre una ciudad, y sobre otra ciudad no hice llover: sobre una parte llovió; la parte sobre la cual no llovió, se secó.
Amós 4:7
¡Qué impotentes somos respecto a la lluvia que cae del cielo! ¿Quién puede salir cuando el sol brilla en todo su esplendor y mandar que caiga la lluvia? O cuando está lloviendo, ¿quién puede salir y detener los odres del cielo? Aquel que nos da lluvias del cielo y tiempos fructíferos, hinchiendo de mantenimiento y de alegría nuestros corazones, también convierte la tierra fructífera en esterilidad por la maldad de los que la habitan.
Igualmente soberana es la bendición que Dios da al evangelio predicado. Él tiene la bendición en Su propia mano; Suyo es darla y Suyo es retenerla. Si bendice, es porque lo ha prometido; pero cuándo, dónde y a quién ha de llegar, queda a Su propia disposición soberana. Sin embargo, ¿qué deseamos naturalmente cuando la tierra está reseca por falta de lluvia? Sabiendo que hay lluvia guardada en las nubes de arriba, y que cuando venga producirá efectos benéficos, suben deseos, si no oraciones, para que caiga.
De hecho, la tierra misma, reseca y agostada por el calor, el suelo mismo, por las grietas y hendiduras que un sol abrasador abre en él, clama en silencio, mudamente, pero aun así suplicante, para que caiga la lluvia. Cada grieta que usted ve en julio es una boca silenciosa que pide que baje la lluvia. La hierba marchita, el ganado que muge en el campo, los estanques y arroyos secos, todos suplican, aunque no se pronuncie una palabra, que caiga la lluvia.
Así es en la gracia. Los sentimientos resecos, marchitos y agostados del alma son otras tantas bocas mudas que suplican que descienda la bendición de Dios. Más aún, la misma dureza, aridez y esterilidad que sentimos en nuestro corazón cuando la bendición de Dios no reposa sobre la palabra son otras tantas súplicas mudas al Dios de toda gracia para que Su bendición acompañe la palabra a nuestra conciencia. Digo esto porque quizá piense usted a veces que no está orando para que la bendición de Dios repose sobre la palabra, porque tal vez no usa la oración en voz alta, o no está favorecido con un espíritu de gracia y de oración. Dios ve sus necesidades, y a esas necesidades tiene una consideración bondadosa.
El niño de pecho no necesita, y en verdad no puede, pedir el alimento con palabras. El llanto del hambre basta. O aunque esté demasiado débil para llorar, la madre sabe que el niño tiene hambre por sus movimientos inquietos; y a ella le agrada tanto darle el alimento nutritivo como al niño recibirlo.
Así que no debe usted medir siempre la fuerza de sus oraciones por la mera expresión en palabras que les dé. El Dios que escudriña los corazones lee sus necesidades, conoce su caso desolado y ve su condición estéril. Así como en el reino de Su providencia contempla desde Su santo trono la tierra reseca y envía lluvias porque ve su necesidad, así en el reino de Su gracia mira la condición reseca de Su pueblo y da la lluvia espiritual porque sabe que la necesitan.
Al lector…
A veces su alma es como la tierra abrasada en verano, llena de grietas y hendiduras, mientras oye que en otros lugares llueve. Usted se sienta bajo la Palabra y sigue seco; quiere orar, y apenas le vienen palabras. Quizá piense que eso significa que no ora como es debido, o que el Espíritu de gracia y de oración pasa de largo por usted. El Señor bendice donde y cuando quiere; eso está en Su propia mano soberana, y nosotros no podemos mandar la lluvia.
Pero sepa también esto: cada grieta en la tierra reseca es como una boca muda que clama por lluvia. Así su sequedad, dureza y esterilidad son voces silenciosas ante el Dios de toda gracia. Una madre sabe que su hijo tiene hambre aun cuando está demasiado débil para llorar. El Dios que escudriña los corazones lee sus necesidades y ve su estado estéril. No mida la fuerza de su oración por sus palabras. Él ve la necesidad y envía Su lluvia espiritual sobre los sedientos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl