Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

15 november

Vandaag

3 min. lezen

Mijn Vader, Die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand zal hen rukken uit de hand Mijns Vaders.
Johannes 10:29

In het zeer voortreffelijke en ontroerende gebed dat de Heere Jezus Christus, als de grote Hogepriester over het huis van God, tot Zijn hemelse Vader opzond voordat Hij Zijn dierbaar bloed aan het kruis vergoot, staat een smeking, of liever een uitdrukking van Zijn heilige wil, die een onuitsprekelijke zegen in zich draagt: „Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld.” De overgang van smeken als Priester naar het uitspreken van Zijn wil als Koning is zeer opmerkelijk, en werpt een kostbaar licht op de aard van Christus’ middelaarsbediening aan de rechterhand van God.

Op grond van de vervulling van Zijn verbondsverplichtingen, van Zijn verzoenend offer en volbrachte werk, en krachtens de volkomen gelijkheid van Zijn goddelijke natuur met die van Zijn Vader en van de Heilige Geest, spreekt Hij Zijn soevereine wil uit. Die wil was en is in wezen de eeuwige wil en het vastgestelde besluit van Zijn hemelse Vader. En o, hoe vol en krachtig, hoe dierbaar en voorkomend is de wil van Christus, zoals die hier wordt uitgesproken! Hoe omvat Hij in Zijn sterke en soevereine greep alle leden van Zijn verborgen lichaam, alle schapen van Zijn weide en de kudde van Zijn hand, alles wat de Vader Hem als eeuwig eigendom had toegekend!

Ja, alle ontelbare miljoenen die Hem vóór de grondlegging van de wereld gegeven zijn als Zijn blijdschap en kroon, als Zijn eeuwige erfenis, als de vreugde van Zijn hart en de beloofde beloning voor Zijn vleeswording, Zijn lijden en dood, zij allen waren ingesloten in de uitdrukking van Zijn heilige en onveranderlijke wil. Wat hun staat en toestand hier beneden ook is, onder welke zonden en smarten zij ook moeten zuchten en kermen, welke tegenstand zij ook ondervinden van de aarde of van de hel: deze wil van Christus bewaart hen. Daardoor kunnen zij niet uit Zijn hand vallen en ook niet van hun heerlijke erfenis beroofd worden.

Aan de lezer…

Zucht u, waarde lezer, onder zonden en smarten, en vreest u dat u ooit uit de hand van de Heere zult vallen? Kijkt u naar de tegenstand van de aarde en van de hel, en dan naar uw eigen zwakheid, en zinkt de moed u in de schoenen? Hoor dan wat de grote Hogepriester tot Zijn Vader sprak, niet alleen als een bede, maar als de wil van een Koning: „Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.”

Daarin ligt uw veiligheid: niet in de kracht van uw greep op Hem, maar in Zijn sterke en soevereine greep op de Zijnen. Niemand zal hen rukken uit de hand van Zijn Vader. Bent u een arm schaap dat Zijn stem kent en naar Hem uitziet, wat uw staat hier beneden ook is, deze wil van Christus bewaart u. Zie dan van uzelf af en op Hem, Die Zijn dierbaar bloed vergoot voor wie de Vader Hem gaf.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl