15 december
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte.
Jesaja 45:24
Dezelfde Geest Die als met een straal van licht en leven in het geweten schijnt, om het de schuld der zonde, de vloek der wet en zijn ellendige toestand als overtreder te doen gevoelen, dezelfde Geest, zeg ik, leidt het ook in het geheim dat het geen sterkte heeft. Hebt gij het nooit ondervonden dat gij geheel machteloos waart; dat gij zoudt willen geloven, maar het niet kondt; dat gij zoudt willen hopen, maar het niet kondt; dat gij zoudt willen liefhebben, maar het niet kondt; dat gij Gods Woord zoudt willen houden, maar het niet kondt; dat gij Zijn bevelen zoudt willen gehoorzamen, maar er niet toe in staat waart? Heeft een gevoel van uw eigen ellendige onmacht en volslagen hulpeloosheid u niet dikwijls bijna tot wanhoop gebracht?
Gij wist het zeker dat er een geloof, een hoop, een liefde, een zegen en een zaligheid was in de waarheid Gods; een vergeving, een vrees, een hemelse blijdschap; een zekerheid van behoud; een vereniging en gemeenschap met de Heere Jezus, die gij zaagt en niet kondt bereiken. Gij voeldet dat, zo gij kondt geloven, alles wél zou zijn, maar gij kondt niet geloven. Dus leerdet gij dat gij geen kracht hadt; en zo wij op deze wijze onze zwakheid leren, beginnen wij ook te leren in Wie onze sterkte is. En zo wij door een levend geloof toegang verkrijgen tot Christus, ontvangen wij uit Hem zoveel sterkte als wij voor onze geestelijke behoeften nodig hebben.
Wanneer wij wanhopen aan alle kracht in onszelf, zien wij op tot de Heere Jezus Christus, aan de rechterhand des Vaders, om ons de Zijne te geven; wij zenden onze gebeden en smekingen op tot de grote Hogepriester over het huis Gods, om ons te versterken met sterkte in onze ziel. En als het Hem behaagt, als antwoord op ons gebed, Zijn Geest en genade neder te zenden, zijn wij „versterkt met alle macht, naar Zijn heerlijke macht, om met blijdschap alles met geduld en lijdzaamheid te dragen”. Dat is „sterk zijn in de Heere en in de sterkte Zijner macht”, en „versterkt zijn met kracht door Zijn Geest in de inwendige mens”.
De Heer is recht in al zijn weg en werk,
zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.
Psalm 145:6
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie zou willen geloven, maar het niet kan. Zou u willen hopen en liefhebben, en vindt u in uzelf niets dan onmacht, zodat u bijna wanhoopt? Ziet u de zegen en de vrede in Christus wel liggen, maar kunt u er niet bij? Meen dan niet dat de Heere u daarmee verlaten heeft. Het is dezelfde Geest Die u uw schuld deed gevoelen, Die u nu ook leert dat u geen sterkte hebt.
En wie zo zijn zwakheid leert, die begint ook te leren in Wie zijn sterkte is. Wanhoop daarom aan uzelf, maar niet aan Hem. Zie op tot de grote Hogepriester aan de rechterhand des Vaders, en zend uw smekingen tot Hem op. Als het Hem behaagt Zijn Geest en genade neder te zenden, zult u ondervinden wat het is sterk te zijn in de Heere en in de sterkte Zijner macht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte.
Jesaja 45:24
Dezelfde Geest Die als met een straal van licht en leven in het geweten schijnt, om het de schuld van de zonde, de vloek van de wet en zijn ellendige toestand als overtreder te laten voelen, dezelfde Geest, zeg ik, leert het in het verborgene ook dat het geen sterkte heeft. Hebt u nooit ervaren dat u volkomen machteloos was? Dat u wilde geloven, maar het niet kon; dat u wilde hopen, maar het niet kon; dat u wilde liefhebben, maar het niet kon; dat u Gods Woord wilde houden, maar het niet kon; dat u Zijn geboden wilde gehoorzamen, maar daartoe niet in staat was? Heeft het besef van uw eigen ellendige onmacht en volslagen hulpeloosheid u niet vaak bijna tot wanhoop gebracht?
U wist zeker dat er in de waarheid van God een geloof, een hoop, een liefde, een zegen en een zaligheid was; een vergeving, een vreze, een hemelse blijdschap; een zekerheid van behoud; een vereniging en gemeenschap met de Heere Jezus. U zag het, maar u kon het niet bereiken. U voelde dat alles goed zou zijn als u kon geloven, maar u kon niet geloven. Zo leerde u dat u geen kracht had. Wanneer wij op deze manier onze zwakheid leren kennen, beginnen wij ook te leren in Wie onze sterkte is. En wanneer wij door een levend geloof toegang krijgen tot Christus, ontvangen wij uit Hem zoveel sterkte als wij voor onze geestelijke noden nodig hebben.
Wanneer wij aan alle kracht in onszelf wanhopen, zien wij op naar de Heere Jezus Christus aan de rechterhand van de Vader, om ons de Zijne te geven. Wij zenden onze gebeden en smekingen op naar de grote Hogepriester over het huis van God, opdat Hij ons in onze ziel met sterkte versterkt. En als het Hem behaagt om als antwoord op ons gebed Zijn Geest en genade neer te zenden, dan zijn wij „versterkt met alle macht, naar Zijn heerlijke macht, om met blijdschap alles met geduld en lijdzaamheid te dragen”. Dat is „sterk zijn in de Heere en in de sterkte Zijner macht”, en „versterkt zijn met kracht door Zijn Geest in de inwendige mens”.
De Heer is recht in al zijn weg en werk,
zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.
Psalm 145:6
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie zou willen geloven, maar het niet kan. Zou u willen hopen en liefhebben, en vindt u in uzelf niets dan onmacht, zodat u bijna wanhoopt? Ziet u de zegen en de vrede in Christus wel liggen, maar kunt u er niet bij? Denk dan niet dat de Heere u daarmee verlaten heeft. Het is dezelfde Geest Die u uw schuld liet voelen, Die u nu ook leert dat u geen sterkte hebt.
En wie zo zijn zwakheid leert kennen, begint ook te leren in Wie zijn sterkte is. Wanhoop daarom aan uzelf, maar niet aan Hem. Zie op naar de grote Hogepriester aan de rechterhand van de Vader, en zend uw smekingen naar Hem op. Als het Hem behaagt Zijn Geest en genade neer te zenden, zult u ervaren wat het is sterk te zijn in de Heere en in de sterkte Zijner macht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Surely, shall one say, in the Lord have I righteousness and strength.
Isaiah 45:24
The same blessed Spirit Who shines as with a ray of light and life into the conscience, to make it feel the guilt of sin, the curse of the law, and its own miserable state as a transgressor, leads it also into this secret, that it has no strength. Have you never felt that you were utterly powerless—that you would believe, but could not; would hope, but could not; would love, but could not; would keep God’s Word, but could not; would obey His commandments, but were not able? Has a sense of your own miserable impotency and thorough helplessness never pressed you down almost to despair?
You felt sure that there was a faith, a hope, a love, a blessing, and a blessedness in the truth of God; a pardon, a peace, a heavenly joy; an assurance of salvation, a union and communion with the Lord Jesus, which you saw, but could not reach. You felt that if you could believe, all would be well, but believe you could not. Thus you learned you had no strength, and as we learn our weakness in this way, we begin to learn also in Whom is our strength; and as we get access to Christ by a living faith, we receive strength out of Him for a supply of our spiritual necessities.
Despairing of all strength in self, we look to the Lord Jesus Christ, at the right hand of the Father, to give us His; we lift up our prayers and supplications to the great High Priest over the house of God, to strengthen us with strength in our soul; and when He is pleased, in answer to prayer, to send down His Spirit and grace, we are “strengthened with all might, according to His glorious power unto all patience and long-suffering with joyfulness.” This is being “strong in the Lord and in the power of His might;” and a being “strengthened with might by His Spirit in the inner man.”
To the reader…
Here is a word for you if you would believe, but cannot. Would you hope and love, and do you find in yourself nothing but helplessness, so that you almost despair? Do you see the blessing and the peace in Christ lying there, but cannot reach them? Do not think that the Lord has therefore forsaken you. It is the same Spirit Who made you feel your guilt Who now also teaches you that you have no strength.
And whoever comes to know his weakness in this way also begins to learn in Whom his strength is. Despair, therefore, of yourself, but not of Him. Look up to the great High Priest at the right hand of the Father, and send up your supplications to Him. When it pleases Him to send down His Spirit and grace, you will know what it is to be strong in the Lord and in the power of His might.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y se dirá de Mí: Ciertamente en Jehová está la justicia y la fuerza.
Isaías 45:24
El mismo bendito Espíritu que brilla como con un rayo de luz y de vida en la conciencia, para hacerle sentir la culpa del pecado, la maldición de la ley y su propio estado miserable como transgresora, la introduce también en este secreto: que no tiene fuerza. ¿No ha sentido usted nunca que era absolutamente impotente; que quería creer, pero no podía; quería esperar, pero no podía; quería amar, pero no podía; quería guardar la Palabra de Dios, pero no podía; quería obedecer Sus mandamientos, pero no era capaz? ¿No le ha abatido nunca, casi hasta la desesperación, el sentido de su propia miserable impotencia y de su completo desamparo?
Usted estaba seguro de que había una fe, una esperanza, un amor, una bendición y una bienaventuranza en la verdad de Dios; un perdón, una paz, un gozo celestial; una seguridad de salvación, una unión y comunión con el Señor Jesús, que veía, pero no podía alcanzar. Sentía que si pudiera creer, todo estaría bien, pero creer no podía. Así aprendió que no tenía fuerza; y a medida que aprendemos de este modo nuestra flaqueza, comenzamos a aprender también en Quién está nuestra fuerza; y a medida que tenemos acceso a Cristo por una fe viva, recibimos de Él fuerza para suplir nuestras necesidades espirituales.
Desesperando de toda fuerza en nosotros mismos, miramos al Señor Jesucristo, a la diestra del Padre, para que nos dé la Suya; elevamos nuestras oraciones y súplicas al gran Sumo Sacerdote sobre la casa de Dios, para que nos fortalezca con fuerza en nuestra alma; y cuando Le place, en respuesta a la oración, enviar Su Espíritu y Su gracia, somos “corroborados de toda fortaleza, conforme a la potencia de Su gloria, para toda tolerancia y largura de ánimo con gozo”. Esto es fortalecerse “en el Señor, y en la potencia de Su fortaleza”, y ser “corroborados con potencia en el hombre interior por Su Espíritu”.
Al lector…
He aquí una palabra para usted si quiere creer, pero no puede. ¿Quisiera esperar y amar, y no halla en sí mismo más que impotencia, de modo que casi desespera? ¿Ve allí la bendición y la paz en Cristo, pero no puede alcanzarlas? No piense que por eso el Señor le ha abandonado. Es el mismo Espíritu que le hizo sentir su culpa el que ahora le enseña también que no tiene fuerza.
Y quien llega a conocer así su flaqueza comienza también a aprender en Quién está su fuerza. Desespere, pues, de sí mismo, pero no de Él. Mire al gran Sumo Sacerdote a la diestra del Padre, y elévele sus súplicas. Cuando Le plazca enviar Su Espíritu y Su gracia, sabrá lo que es fortalecerse en el Señor y en la potencia de Su fortaleza.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl