Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14
Wat is de grote zorg van elke levende ziel? Is dit niet zijn behoudenis? Als zijn ziel wordt behouden, wat kan hem dan nog deren? En als zijn ziel niet wordt behouden, wat kan hem dan baten? „Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel?” (Matth. 16:26). Wat voor beproeving, wat voor verzoeking, wat voor moeilijkheden, wat voor oefeningen me op mijn weg ook belegeren, waarom zouden, als ik uiteindelijk in de hemel kom, al deze moeilijkheden mij met zorg vervullen? Als ik me uiteindelijk baad in rivieren van eindeloze gelukzaligheid, wat stellen alle zorgen, narigheden, moeilijkheden, verwarringen, beproevingen en smarten van dit leven dan voor?
„Behoud mij,” roept de Kerk daarom uit, „zo zal ik behouden worden.” Betekenen de woorden niet dat men de hoop op zelfbehoud heeft opgegeven? Als ik alles kan doen wat maar nodig is om mijn ziel te behouden; als ik door een verlangen, door een gebed, door een wens, door het uitoefenen van mijn eigen vrije wil alles kan doen wat maar mogelijk is om mijn eigen ziel te behouden, kan ik niet eerlijk de woorden van de tekst uitspreken. Maar dat kan ik wel als ik tot dit innerlijke besef ben gekomen: dat wat ik ook doe, wat ik ook wil, ik toch wat de verlossing betreft mijn ziel geen stap dichter bij de hemel kan brengen, en dat ik volkomen hulpeloos ben aangaande alle goddelijke aangelegenheden. Als het de Heere echter belieft mijn ziel tot leven te brengen door de gezegende werkzaamheden van Zijn Geest, dan komt wellicht niet letterlijk, maar in ieder geval het wezen van de tekst voor de dag: „Behoud mij, o Heere, zo zal ik behouden worden!”
Lezen: Jeremia 31:18-25
Aan de lezer…
Wanneer u eens nagaat wat uw grote zorg is, wat vindt u dan? Zijn het de narigheden en moeilijkheden van deze dag, of is het de vraag of uw ziel behouden wordt? Wat zou het u baten, al gewont u de gehele wereld en leed u schade aan uw ziel? En wordt zij behouden, wat kan u dan nog deren? Al wat u nu belegert, is klein naast die ene zaak.
Misschien hebt u al lang geprobeerd uzelf een stap dichter bij de hemel te brengen, met gebeden, wensen en goede voornemens, en bent u moe geworden. Weet dan dat dit hulpeloos worden geen verlies is. Pas als de hoop op zelfbehoud is opgegeven, kunt u eerlijk met de Kerk uitroepen: „Behoud mij, o Heere, zo zal ik behouden worden!” Dat roepen werkt Zijn Geest in een ziel die Hij tot leven brengt; en wie Hij behoudt, die is behouden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14
Wat is de grote zorg van elke levende ziel? Is dat niet haar behoudenis? Als zijn ziel behouden wordt, wat kan hem dan nog deren? En als zijn ziel niet behouden wordt, wat kan hem dan baten? „Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel?” (Matth. 16:26). Welke beproeving, welke verzoeking, welke moeilijkheden en welke oefeningen mij op mijn weg ook belegeren: als ik uiteindelijk in de hemel kom, waarom zouden al die moeilijkheden mij dan met zorg vervullen? Als ik me uiteindelijk baad in rivieren van eindeloze gelukzaligheid, wat stellen alle zorgen, narigheden, moeilijkheden, verwarringen, beproevingen en smarten van dit leven dan voor?
„Behoud mij,” roept de Kerk daarom uit, „zo zal ik behouden worden.” Betekenen deze woorden niet dat men de hoop op zelfbehoud heeft opgegeven? Als ik alles kan doen wat nodig is om mijn ziel te behouden, als ik door een verlangen, een gebed, een wens of het gebruik van mijn eigen vrije wil alles kan doen wat mogelijk is om mijn eigen ziel te behouden, dan kan ik de woorden van de tekst niet eerlijk uitspreken. Maar dat kan ik wel als ik tot dit innerlijke besef ben gekomen: wat ik ook doe en wat ik ook wil, ik kan mijn ziel wat de verlossing betreft geen stap dichter bij de hemel brengen, en ik ben volkomen hulpeloos in alle goddelijke zaken. Als het de Heere echter behaagt mijn ziel levend te maken door de gezegende werking van Zijn Geest, dan komt misschien niet letterlijk, maar in ieder geval in wezen de tekst naar voren: „Behoud mij, o Heere, zo zal ik behouden worden!”
Lezen: Jeremia 31:18-25
Aan de lezer…
Wanneer u eens nagaat wat uw grote zorg is, wat vindt u dan? Zijn het de narigheden en moeilijkheden van deze dag, of is het de vraag of uw ziel behouden wordt? Wat zou het u baten als u de hele wereld won en schade leed aan uw ziel? En als zij behouden wordt, wat kan u dan nog deren? Alles wat u nu belegert, is klein naast die ene zaak.
Misschien hebt u al lang geprobeerd uzelf een stap dichter bij de hemel te brengen, met gebeden, wensen en goede voornemens, en bent u moe geworden. Weet dan dat dit hulpeloos worden geen verlies is. Pas als de hoop op zelfbehoud is opgegeven, kunt u eerlijk met de Kerk uitroepen: „Behoud mij, o Heere, zo zal ik behouden worden!” Dat roepen werkt Zijn Geest in een ziel die Hij levend maakt; en wie Hij behoudt, die is behouden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heal me, O LORD, and I shall be healed; save me, and I shall be saved: for Thou art my praise.
Jeremiah 17:14
What is the great concern of every living soul? Is it not its salvation? If his soul is saved, what can harm him? And if his soul is not saved, what can profit him? “For what is a man profited, if he shall gain the whole world, and lose his own soul? or what shall a man give in exchange for his soul?” (Matt. 16:26). Whatever trial, whatever temptation, whatever difficulties and whatever exercises may beset me on my way: if I get to heaven at last, why should all those difficulties fill me with care? If I am at last to bathe in rivers of endless bliss, what are all the cares, troubles, difficulties, perplexities, trials and sorrows of this life?
“Save me,” therefore cries the Church, “and I shall be saved.” Do not these words imply that the hope of self-salvation has been given up? If I can do all that is needful to save my soul, if by a desire, a prayer, a wish or the exercise of my own free will I can do all that is possible to save my own soul, then I cannot honestly utter the words of the text. But I can if I have come to this inward conviction: whatever I do and whatever I will, I cannot bring my soul one step nearer to heaven as regards salvation, and I am utterly helpless in all divine things. When, however, it pleases the Lord to quicken my soul by the blessed operation of His Spirit, then, perhaps not in the letter, but at any rate in substance, the text comes forth: “Save me, O Lord, and I shall be saved!”
Reading: Jeremiah 31:18-25
To the reader…
When you consider what your great concern is, what do you find? Is it the troubles and difficulties of this day, or is it the question whether your soul will be saved? What would it profit you if you gained the whole world and lost your own soul? And if it is saved, what can harm you? All that besets you now is small beside that one thing.
Perhaps you have long tried to bring yourself one step nearer to heaven, with prayers, wishes and good resolutions, and have grown weary. Then know that becoming helpless in this way is no loss. Only when the hope of self-salvation is given up can you honestly cry out with the Church, “Save me, O Lord, and I shall be saved!” That cry is wrought by His Spirit in a soul which He quickens; and whom He saves is saved indeed.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Sáname, oh Jehová, y seré sano; sálvame, y seré salvo: porque Tú eres mi alabanza.
Jeremías 17:14
¿Cuál es la gran preocupación de toda alma viviente? ¿No es su salvación? Si su alma es salva, ¿qué puede dañarle? Y si su alma no es salva, ¿qué puede aprovecharle? “Porque ¿de qué aprovecha al hombre, si granjeare todo el mundo, y perdiere su alma? ¿O qué recompensa dará el hombre por su alma?” (Mateo 16:26). Cualquier prueba, cualquier tentación, cualesquiera dificultades y cualesquiera ejercicios que me asedien en mi camino: si al fin llego al cielo, ¿por qué habrían de llenarme de cuidado todas esas dificultades? Si al fin he de bañarme en ríos de dicha sin fin, ¿qué son todos los cuidados, aflicciones, dificultades, perplejidades, pruebas y tristezas de esta vida?
“Sálvame”, clama por eso la Iglesia, “y seré salvo”. ¿No implican estas palabras que se ha abandonado la esperanza de salvarse a sí mismo? Si puedo hacer todo lo necesario para salvar mi alma, si por un deseo, una oración, un anhelo o el ejercicio de mi propio libre albedrío puedo hacer todo lo posible para salvar mi propia alma, entonces no puedo pronunciar con sinceridad las palabras del texto. Pero sí puedo si he llegado a esta convicción interior: haga lo que haga y quiera lo que quiera, no puedo acercar mi alma ni un paso al cielo en cuanto a la salvación, y soy del todo impotente en todas las cosas divinas. Cuando, sin embargo, place al Señor vivificar mi alma por la bendita operación de Su Espíritu, entonces, quizá no en la letra, pero en todo caso en sustancia, brota el texto: “¡Sálvame, oh Señor, y seré salvo!”.
Lectura: Jeremías 31:18-25
Al lector…
Cuando considera cuál es su gran preocupación, ¿qué halla? ¿Son las aflicciones y dificultades de este día, o es la pregunta de si su alma será salva? ¿De qué le aprovecharía granjear todo el mundo y perder su propia alma? Y si es salva, ¿qué puede dañarle? Todo lo que ahora lo asedia es pequeño al lado de esa única cosa.
Quizá ha intentado durante mucho tiempo acercarse un paso al cielo, con oraciones, anhelos y buenas resoluciones, y se ha cansado. Sepa entonces que volverse impotente de esta manera no es una pérdida. Solo cuando se abandona la esperanza de salvarse a sí mismo puede clamar con sinceridad con la Iglesia: “¡Sálvame, oh Señor, y seré salvo!”. Ese clamor es obrado por Su Espíritu en un alma que Él vivifica; y a quien Él salva, es salvo de verdad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl