13 februari
Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
Titus 2:14
Hoe kan iemand die iets kent van de dierbaarheid van het verzoenend bloed en de verlossende liefde en heiligende invloeden van de Heilige Geest, volharden in de zonde, opdat de genade te meerder worde? Leerstellige belijders mogen zoiets doen; want een blote letterkennis van de waarheid brengt geen verlossing van de kracht der zonde met zich; maar de levendgemaakte ziel, waarin de God aller genade Zijn heerlijk werk voortzet, kan die het kruis van de lijdende Zoon Gods met voeten treden? Het is onmogelijk dat iemand die voor zichzelf de verlossende kracht van Christus’ verzoenend bloed kent, en wiens consciëntie teder gemaakt is in de vreze Gods, onder de zoete invloed van Zijn liefde, Hem wederom zou kunnen kruisigen. Niet dat er geen vallen is onder de kracht der zonde en der verzoeking, want David en Petrus zijn daarvan een bewijs; maar daar is geen gewillig zondigen tegen Hem, als de gezegende Geest Zijn bloed, genade en liefde toepast.
Laten wij nooit uit het oog verliezen dat de lijdende Zoon van God Zichzelf gegeven heeft om Zich een eigen volk te reinigen. Het is een volk wier gedachten en overleggingen bijzonder zijn; want hun gedachten stemmen overeen met Gods gedachten, want zij hebben de Geest van Christus; het is een volk met bijzondere genegenheden, want zij zijn gevestigd op de dingen die boven zijn. Het is een volk wier gebeden bijzonder zijn, want zij worden in hun hart gewerkt door de Geest der genade en der gebeden. Een volk wier smarten bijzonder zijn, omdat zij ontspringen uit een geestelijke bron.
Het is een volk wier blijdschap bijzonder is, want het is een blijdschap waarmede geen vreemde zich vermengt. Wier hoop bijzonder is, want zij hebben hun anker uitgeworpen in het binnenste heiligdom; wier verwachtingen bijzonder zijn, want zij verwachten geen oogst van geluk in deze bedorven wereld, maar zien uit naar blijdschap in het Koninkrijk van rust en vrede in de boezem van God. En als zij inwendig afgezonderd zijn, dan moeten zij dit ook uitwendig zijn. Zij moeten het openbaren dat zij een bijzonder volk zijn, door te wandelen in de voetstappen van het Lam Gods. Hun kruis moeten zij opnemen, zichzelf verloochenen, en leven tot eer, roem en heerlijkheid van God.
Aan de lezer…
Drukt de zonde als een last op u, en zou u er van harte van verlost willen worden? Dat verlangen is geen geringe zaak. Een blote letterkennis van de waarheid brengt geen verlossing van de kracht der zonde, maar wie de verlossende kracht van Christus’ bloed in zijn consciëntie gesmaakt heeft, kan niet gewillig blijven zondigen tegen Hem. Er is nog vallen onder verzoeking, dat is waar; maar het hart is aan de zonde niet meer van harte gehecht.
Want de Heere heeft Zichzelf gegeven, niet alleen om te verlossen van alle ongerechtigheid, maar ook om Zichzelf een eigen volk te reinigen. Hun gebeden, smarten, blijdschap en hoop zijn bijzonder, want zij komen uit een geestelijke bron. Vraagt u of u daarbij hoort? Zie dan op het Lam Gods en vraag Hem om genade om in Zijn voetstappen te wandelen: uw kruis op te nemen, uzelf te verloochenen en te leven tot Zijn eer. Die Zich voor u gaf, zal Zijn werk in u niet onvoltooid laten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
Titus 2:14
Hoe kan iemand die iets kent van de dierbaarheid van het verzoenend bloed, van de verlossende liefde en van de heiligende invloeden van de Heilige Geest, in de zonde volharden opdat de genade te meerder worde? Leerstellige belijders mogen zoiets doen, want een kale letterkennis van de waarheid brengt geen verlossing van de kracht van de zonde met zich mee. Maar kan de levendgemaakte ziel, waarin de God van alle genade Zijn heerlijk werk voortzet, het kruis van de lijdende Zoon van God met voeten treden? Het is onmogelijk dat iemand die voor zichzelf de verlossende kracht van Christus’ verzoenend bloed kent, en wiens geweten teder gemaakt is in de vreze Gods onder de zoete invloed van Zijn liefde, Hem opnieuw zou kunnen kruisigen. Niet dat er geen vallen is onder de kracht van de zonde en de verzoeking, want David en Petrus zijn daarvan het bewijs; maar er is geen gewillig zondigen tegen Hem wanneer de gezegende Geest Zijn bloed, genade en liefde toepast.
Laten wij nooit uit het oog verliezen dat de lijdende Zoon van God Zichzelf gegeven heeft om Zich een eigen volk te reinigen. Het is een volk met bijzondere gedachten en overleggingen, want hun gedachten stemmen overeen met Gods gedachten, omdat zij de Geest van Christus hebben. Het is een volk met bijzondere genegenheden, want die zijn gericht op de dingen die boven zijn. Het is een volk met bijzondere gebeden, want die worden in hun hart gewerkt door de Geest der genade en der gebeden. Het is een volk met bijzondere smarten, omdat die uit een geestelijke bron ontspringen.
Het is een volk met een bijzondere blijdschap, want het is een blijdschap waarmee geen vreemde zich vermengt. Hun hoop is bijzonder, want zij hebben hun anker uitgeworpen in het binnenste heiligdom. Hun verwachtingen zijn bijzonder, want zij verwachten geen oogst van geluk in deze bedorven wereld, maar zien uit naar blijdschap in het Koninkrijk van rust en vrede, in de boezem van God. En als zij innerlijk afgezonderd zijn, dan moeten zij dat ook uiterlijk zijn. Zij moeten laten zien dat zij een bijzonder volk zijn door te wandelen in de voetstappen van het Lam van God. Zij moeten hun kruis opnemen, zichzelf verloochenen en leven tot eer, roem en heerlijkheid van God.
Aan de lezer…
Drukt de zonde als een last op u, en zou u er van harte van verlost willen worden? Dat verlangen is geen geringe zaak. Een kale letterkennis van de waarheid brengt geen verlossing van de kracht van de zonde, maar wie de verlossende kracht van Christus’ bloed in zijn geweten gesmaakt heeft, kan niet gewillig blijven zondigen tegen Hem. Er is nog vallen onder verzoeking, dat is waar; maar het hart is niet meer van harte aan de zonde gehecht.
Want de Heere heeft Zichzelf gegeven, niet alleen om te verlossen van alle ongerechtigheid, maar ook om Zichzelf een eigen volk te reinigen. Hun gebeden, smarten, blijdschap en hoop zijn bijzonder, want zij komen uit een geestelijke bron. Vraagt u zich af of u daarbij hoort? Zie dan op het Lam van God en vraag Hem om genade om in Zijn voetstappen te wandelen: uw kruis op te nemen, uzelf te verloochenen en te leven tot Zijn eer. Hij Die Zich voor u gaf, zal Zijn werk in u niet onvoltooid laten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who gave himself for us, that he might redeem us from all iniquity, and purify unto himself a peculiar people, zealous of good works.
Titus 2:14
How can any one who knows anything of the blessedness of atoning blood and redeeming love and the sanctifying influences of the Holy Spirit continue in sin, that grace may abound? Doctrinal professors may do these things, for a mere ‘letter knowledge’ of the truth brings with it no deliverance from the power of sin.
But the living soul, in whom the God of all grace is carrying on His gracious work—can it trample under foot the cross of the suffering Son of God? It is impossible that a man who knows for himself the redeeming efficacy of Christ’s atoning blood, and whose conscience is made tender in the fear of God, can, under the sweet influence of His love, deliberately crucify Him again.
Not but what there is a falling under the power of sin and temptation, as David and Peter fell; but there will not be a willful sinning against Him, when the blessed Spirit is bringing near His blood and grace and love.
May we never forget that the suffering Son of God gave Himself to purify unto Himself a peculiar people—a people whose thoughts are peculiar, for their thoughts are the thoughts of God, as having the mind of Christ; a people whose affections are peculiar, for they are fixed on things above; whose prayers are peculiar, for they are wrought in their heart by the Spirit of grace and supplication; whose sorrows are peculiar, because they spring from a spiritual source; whose joys are peculiar, for they are joys which the stranger cannot understand; whose hopes are peculiar, as anchoring within the veil; and whose expectations are peculiar, as not expecting to reap a crop of happiness in this marred world, but looking for happiness in the kingdom of rest and peace in the bosom of God.
And if they are peculiar inwardly, they should be peculiar outwardly. They should make it manifest that they are a peculiar people by walking in the footsteps of the Lord the Lamb, taking up the cross, denying themselves, and living to the honor, praise, and glory of God.
To the reader…
Does sin weigh upon you like a burden, and would you wholeheartedly long to be delivered from it? That longing is no small thing. A bare letter knowledge of the truth brings no deliverance from the power of sin, but whoever has tasted the redeeming power of Christ’s blood in his conscience cannot go on willingly sinning against Him. There is still falling under temptation, that is true; but the heart is no longer wholeheartedly attached to sin.
For the Lord gave Himself, not only to redeem from all iniquity, but also to purify unto Himself a peculiar people. Their prayers, sorrows, joys and hopes are peculiar, for they spring from a spiritual source. Do you wonder whether you belong to them? Look, then, to the Lamb of God and ask Him for grace to walk in His footsteps: to take up your cross, to deny yourself and to live to His honour. He Who gave Himself for you will not leave His work in you unfinished.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que se dio a Sí mismo por nosotros para redimirnos de toda iniquidad, y limpiar para Sí un pueblo propio, celoso de buenas obras.
Tito 2:14
¿Cómo puede alguien que sabe algo de la bienaventuranza de la sangre expiatoria, del amor redentor y de las influencias santificadoras del Espíritu Santo perseverar en el pecado para que la gracia abunde? Los que profesan solo la doctrina pueden hacer estas cosas, porque un mero ‘conocimiento de la letra’ de la verdad no trae consigo ninguna liberación del poder del pecado.
Pero el alma viviente, en quien el Dios de toda gracia está llevando adelante Su obra de gracia, ¿puede hollar la cruz del Hijo de Dios que padeció? Es imposible que un hombre que conoce por sí mismo la eficacia redentora de la sangre expiatoria de Cristo, y cuya conciencia ha sido hecha tierna en el temor de Dios, pueda, bajo la dulce influencia de Su amor, crucificarle de nuevo deliberadamente.
No es que no haya caídas bajo el poder del pecado y de la tentación, como cayeron David y Pedro; pero no habrá un pecar voluntariamente contra Él, mientras el bendito Espíritu acerca Su sangre, Su gracia y Su amor.
No olvidemos nunca que el Hijo de Dios que padeció se dio a Sí mismo para limpiar para Sí un pueblo propio, un pueblo peculiar: un pueblo cuyos pensamientos son peculiares, porque sus pensamientos son los pensamientos de Dios, ya que tienen la mente de Cristo; un pueblo cuyos afectos son peculiares, porque están puestos en las cosas de arriba; cuyas oraciones son peculiares, porque son obradas en su corazón por el Espíritu de gracia y de oración; cuyas tristezas son peculiares, porque brotan de una fuente espiritual; cuyos gozos son peculiares, porque son gozos que el extraño no puede entender; cuyas esperanzas son peculiares, pues están ancladas dentro del velo; y cuyas expectativas son peculiares, pues no esperan cosechar felicidad en este mundo estropeado, sino que buscan la felicidad en el reino de descanso y paz, en el seno de Dios.
Y si son peculiares por dentro, deben serlo también por fuera. Deben manifestar que son un pueblo peculiar andando en las pisadas del Señor, el Cordero, tomando la cruz, negándose a sí mismos y viviendo para la honra, la alabanza y la gloria de Dios.
Al lector…
¿Pesa el pecado sobre usted como una carga, y anhela de todo corazón ser librado de él? Ese anhelo no es poca cosa. Un mero conocimiento de la letra de la verdad no trae liberación del poder del pecado, pero quien ha gustado en su conciencia el poder redentor de la sangre de Cristo no puede seguir pecando voluntariamente contra Él. Todavía hay caídas bajo la tentación, es cierto; pero el corazón ya no está apegado de todo corazón al pecado.
Porque el Señor se dio a Sí mismo, no solo para redimir de toda iniquidad, sino también para limpiar para Sí un pueblo propio. Sus oraciones, tristezas, gozos y esperanzas son peculiares, porque brotan de una fuente espiritual. ¿Se pregunta si usted pertenece a ellos? Mire entonces al Cordero de Dios y pídale gracia para andar en Sus pisadas: para tomar su cruz, negarse a sí mismo y vivir para Su honra. Aquel que se dio a Sí mismo por usted no dejará inacabada Su obra en usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl