12 februari
Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde.
Hosea 11:4
Wanneer God Zijn volk tot Zich trekt, gebeurt dit niet op een mechanische wijze. Zij worden getrokken, niet met ijzeren koorden, maar met mensenzelen. Dit denkbeeld grondt zich op „een gewaar worden met gevoel”; op iets menselijks, iets teders, op een zachte, vriendelijke aanraking. Dus niet alsof God een ijzeren arm om Zijn volk sloeg om hen tot Zijn borst te trekken, of ze wilden komen of niet. Dit zou geen genade zijn, noch het werk van de Geest op het hart.
God handelt niet zo als door mechanische kracht. Daarom lezen wij: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht” (Psalm 110:3). Hij raakt met Zijn genadevinger het hart aan, gelijk die mannen van het heir die met Saul gingen, welker hart God geroerd had (1 Sam. 10:26). Hij deelt aan hun ziel beide geloof en gevoel mede. Hij doet het hart smelten, maakt het teder en vernedert het door het besef van Zijn goedertierenheid en genade; want het is Zijn goedheid, die bevindelijk wordt beseft en ontwaard en die leidt tot bekering.
Indien gij ooit enige verborgen en geheiligde trekking ten hemel in uw ziel hebt waargenomen, dan was het niet door dwang of geweld, of door een mechanische noodzaak; maar een arm van medelijden en barmhartigheid was het, die uw hart omving, die uw binnenste aanraakte en tot Gods boezem trok. Het was met die Goddelijke aanraking waarvan in het Hooglied van Salomo gesproken wordt: „Mijn Liefste stak Zijn hand in het gat der deur en mijn ingewand werd beroerd om Zijnentwil.” Het was enig gezicht van Zijn goedertierenheid, barmhartigheid en liefde in het aangezicht van de Middelaar, met enige nederdrupping in uw geest van Zijn medelijden en ontferming jegens u, dat uw hart week maakte, verbrak en smelten deed. Gij werdt niet voortgedreven met zweep en geselroede, maar zachtkens getrokken met mensenzelen, dat een tedere gewaarwording in u teweegbracht en in de diepte uwer ziel indrong.
En waarom dit? Omdat onze gezegende Heere en Middelaar mens is, de Man Jezus Christus, de Man Die in de hof steunde en zuchtte; de Man Die aan het kruis hing; de Man Die in het graf lag; Die nu is de Man aan de rechterhand Gods des Vaders, de Godmens. Want het is door Zijn mens-zijn dat wij tot God getrokken worden. Gelijk Zijn bloed het bloed der mensheid was, Zijn lijden het lijden van de mensheid, Zijn offerande de offerande van de mensheid, Zijn dood de dood van de mensheid. Als deze met Goddelijke kracht ontsloten worden, vormen zij, om zo te spreken, een middel waardoor wij tot God getrokken worden, zonder schrik, zonder ontsteltenis, omdat God in Christus Zich openbaart als geheel en al liefde.
Aan de lezer…
Hebt u ooit een zachte trekking in uw ziel gevoeld, die u naar de Heere uitdreef? Dan was het geen dwang of ijzeren arm, maar een arm van medelijden en barmhartigheid die uw hart omving. „Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde.” Zo werkt de Heere: Hij raakt het hart aan met Zijn genadevinger, doet het smelten en week worden door een besef van Zijn goedertierenheid, en zo wordt de ziel gewillig.
Misschien voelt u zich nu koud en ver weg, en durft u nauwelijks te hopen dat Hij u nog zal trekken. Zie dan op de Man Jezus Christus, Die in de hof zuchtte, aan het kruis hing en in het graf lag, en Die nu aan de rechterhand Gods is. Door Zijn mens-zijn mag een zondaar tot God naderen zonder schrik, want God openbaart Zich in Hem als geheel en al liefde. Vraag Hem dan dat Hij u opnieuw met touwen der liefde tot Zich trekt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde.
Hosea 11:4
Wanneer God Zijn volk tot Zich trekt, gebeurt dat niet op een mechanische manier. Zij worden getrokken, niet met ijzeren koorden, maar met mensenzelen. Deze gedachte rust op „gewaarworden met gevoel”: op iets menselijks, iets teders, op een zachte, vriendelijke aanraking. Het is dus niet alsof God een ijzeren arm om Zijn volk sloeg om hen naar Zijn borst te trekken, of zij nu wilden komen of niet. Dat zou geen genade zijn, en ook geen werk van de Geest aan het hart.
God handelt niet zo, als door mechanische kracht. Daarom lezen wij: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht” (Psalm 110:3). Hij raakt met Zijn genadevinger het hart aan, zoals bij de mannen van het leger die met Saul meegingen, wier hart God had aangeraakt (1 Sam. 10:26). Hij deelt hun ziel zowel geloof als gevoel mee. Hij doet het hart smelten, maakt het teder en vernedert het door het besef van Zijn goedertierenheid en genade; want het is Zijn goedheid, bevindelijk beseft en ervaren, die tot bekering leidt.
Als u ooit een verborgen en geheiligde trekking naar de hemel in uw ziel hebt opgemerkt, dan kwam die niet door dwang of geweld, of door een mechanische noodzaak. Het was een arm van medelijden en barmhartigheid die uw hart omving, uw binnenste aanraakte en u naar Gods boezem trok. Het was die Goddelijke aanraking waarover in het Hooglied van Salomo gesproken wordt: „Mijn Liefste stak Zijn hand in het gat der deur en mijn ingewand werd beroerd om Zijnentwil.” Het was een blik op Zijn goedertierenheid, barmhartigheid en liefde in het aangezicht van de Middelaar, met iets van Zijn medelijden en ontferming jegens u dat in uw geest neerdruppelde, wat uw hart week maakte, verbrak en deed smelten. U werd niet voortgedreven met zweep en gesel, maar zacht getrokken met mensenzelen, die een tedere gewaarwording in u teweegbrachten en diep in uw ziel doordrongen.
En waarom zo? Omdat onze gezegende Heere en Middelaar mens is, de Mens Christus Jezus: de Man Die in de hof kreunde en zuchtte, de Man Die aan het kruis hing, de Man Die in het graf lag, en Die nu de Man is aan de rechterhand van God de Vader, de Godmens. Want het is door Zijn mens-zijn dat wij tot God getrokken worden. Zijn bloed was het bloed van de mensheid, Zijn lijden het lijden van de mensheid, Zijn offer het offer van de mensheid, Zijn dood de dood van de mensheid. Wanneer deze dingen met Goddelijke kracht ontsloten worden, vormen zij om zo te zeggen een middel waardoor wij tot God getrokken worden, zonder schrik en zonder ontsteltenis, omdat God Zich in Christus openbaart als geheel en al liefde.
Aan de lezer…
Hebt u ooit een zachte trekking in uw ziel gevoeld, die u naar de Heere uitdreef? Dan was het geen dwang of ijzeren arm, maar een arm van medelijden en barmhartigheid die uw hart omving. „Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde.” Zo werkt de Heere: Hij raakt het hart aan met Zijn genadevinger, doet het smelten en week worden door een besef van Zijn goedertierenheid, en zo wordt de ziel gewillig.
Misschien voelt u zich nu koud en ver weg, en durft u nauwelijks te hopen dat Hij u nog zal trekken. Zie dan op de Man Jezus Christus, Die in de hof zuchtte, aan het kruis hing en in het graf lag, en Die nu aan de rechterhand van God is. Door Zijn mens-zijn mag een zondaar tot God naderen zonder schrik, want God openbaart Zich in Hem als geheel en al liefde. Vraag Hem dan of Hij u opnieuw met touwen der liefde tot Zich wil trekken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I drew them with cords of a man, with bands of love.
Hosea 11:4
When God draws His people near unto Himself, it is not done in a mechanical way. They are drawn, not with cords of iron, but with the cords of a man; the idea being of something feeling, human, tender, touching; not as if God laid an iron arm upon His people to drag them to Himself, whether they wished to come or not. This would not be grace nor the work of the Spirit upon the heart. God does not so act in a way of mechanical force.
We therefore read, “Your people shall be willing in the day of your power” (Psalm 110:3). He touches their heart with His gracious finger, like the band of men whom He thus inclined to follow Saul (1 Sam. 10:26); He communicates to their soul both faith and feeling; He melts, softens, and humbles their heart by a sense of His goodness and mercy; for it is His goodness, as experimentally felt and realized, which leads to repentance.
If you have ever felt any secret and sacred drawing of your soul upward to heaven, it was not compulsion, not violence, not a mechanical constraint, but an arm of pity and compassion let down into your very heart, which, touching your inmost spirit, drew it up into the bosom of God. It was some such gracious touch as that spoken of in the Song of Solomon, “My Beloved put in His hand by the hole of the door, and my affections were moved for Him.” It was some view of His goodness, mercy, and love in the face of a Mediator, with some dropping into your spirit of His pity and compassion towards you, which softened, broke, and melted your heart. You were not driven onward by being flogged and scourged, but blessedly drawn with the cords of a man, which seemed to touch every tender feeling and enter into the very depths of your soul.
And why is this? Because it is as man that our blessed Lord is the Mediator; it is the man Christ Jesus, the man Who groaned and sighed in the garden, the man that hung upon the cross, the man Who lay in the sepulcher, Who is now the man at the right hand of the Father, and yet God-man; for it is through His humanity that we draw near unto God. As His blood, which was the blood of humanity; and as His sufferings, which were the sufferings of humanity; and as His sacrifice, which was the sacrifice of the humanity; and as His death, which was the death of the humanity; as these are opened up with divine power, they form, so to speak, a medium whereby we may draw near unto God, without terror, without alarm, because God in Christ manifests Himself as altogether love.
To the reader…
Have you ever felt a gentle drawing in your soul that drove you out towards the Lord? Then it was no compulsion or iron arm, but an arm of pity and compassion that embraced your heart. “I drew them with cords of a man, with bands of love.” This is how the Lord works: He touches the heart with His gracious finger, makes it melt and soften by a sense of His goodness, and so the soul is made willing.
Perhaps you now feel cold and far away, and scarcely dare to hope that He will draw you still. Look, then, to the man Christ Jesus, Who sighed in the garden, hung upon the cross and lay in the grave, and Who is now at the right hand of God. Through His humanity a sinner may draw near to God without terror, for God in Him reveals Himself as altogether love. Ask Him, then, to draw you to Himself once more with bands of love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Con cuerdas humanas los traje, con cuerdas de amor.
Oseas 11:4
Cuando Dios atrae a Su pueblo hacia Sí, no lo hace de una manera mecánica. Son atraídos, no con cuerdas de hierro, sino con cuerdas humanas; la idea es la de algo sensible, humano, tierno, conmovedor; no como si Dios pusiera un brazo de hierro sobre Su pueblo para arrastrarlo hacia Sí, quisieran venir o no. Eso no sería gracia ni obra del Espíritu en el corazón. Dios no obra así, a modo de fuerza mecánica.
Por eso leemos: “Tu pueblo serálo de buena voluntad en el día de Tu poder” (Salmo 110:3). Él toca su corazón con Su dedo lleno de gracia, como al grupo de hombres a quienes así inclinó a seguir a Saúl (1 Sam. 10:26); comunica a su alma tanto fe como sentimiento; derrite, ablanda y humilla su corazón por el sentir de Su bondad y misericordia; porque es Su bondad, sentida y experimentada en el alma, la que guía al arrepentimiento.
Si usted ha sentido alguna vez una atracción secreta y sagrada de su alma hacia arriba, hacia el cielo, no fue compulsión, ni violencia, ni coacción mecánica, sino un brazo de piedad y compasión que descendió hasta lo más hondo de su corazón y que, tocando su espíritu más íntimo, lo atrajo al seno de Dios. Fue algún toque lleno de gracia como aquel del que se habla en el Cantar de los Cantares: “Mi Amado metió Su mano por el agujero, y mis entrañas se conmovieron dentro de mí.” Fue alguna visión de Su bondad, misericordia y amor en el rostro de un Mediador, con algún destilar en su espíritu de Su piedad y compasión hacia usted, lo que ablandó, quebrantó y derritió su corazón. No fue empujado hacia adelante a golpes y azotes, sino benditamente atraído con cuerdas humanas, que parecían tocar todo sentimiento tierno y entrar hasta lo más profundo de su alma.
¿Y por qué es así? Porque es como hombre que nuestro bendito Señor es el Mediador; es el hombre Cristo Jesús, el hombre que gimió y suspiró en el huerto, el hombre que colgó de la cruz, el hombre que yació en el sepulcro, el que ahora es el hombre a la diestra del Padre, y sin embargo Dios-hombre; porque es por medio de Su humanidad que nos acercamos a Dios. Su sangre, que fue la sangre de la humanidad; Sus sufrimientos, que fueron los sufrimientos de la humanidad; Su sacrificio, que fue el sacrificio de la humanidad; y Su muerte, que fue la muerte de la humanidad: al ser abiertos con poder divino, forman, por así decirlo, un medio por el cual podemos acercarnos a Dios sin terror, sin espanto, porque Dios en Cristo se manifiesta como todo amor.
Al lector…
¿Ha sentido usted alguna vez en su alma una suave atracción que le impulsaba hacia el Señor? Entonces no fue una compulsión ni un brazo de hierro, sino un brazo de piedad y compasión que abrazó su corazón. “Con cuerdas humanas los traje, con cuerdas de amor.” Así obra el Señor: toca el corazón con Su dedo lleno de gracia, lo derrite y lo ablanda por el sentir de Su bondad, y así el alma es hecha dispuesta.
Quizá ahora se sienta frío y lejano, y apenas se atreva a esperar que Él todavía le atraiga. Mire, entonces, al hombre Cristo Jesús, que suspiró en el huerto, colgó de la cruz y yació en el sepulcro, y que ahora está a la diestra de Dios. Por medio de Su humanidad, un pecador puede acercarse a Dios sin terror, porque Dios en Él se revela como todo amor. Pídale, pues, que le atraiga otra vez hacia Sí con cuerdas de amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl