Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

4 min. lezen

Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil, op Uw Woord heb ik gehoopt.
Psalm 119:81

Hoe moeilijk is het voor de meesten, en, mogen we eraan toevoegen, hoe zeldzaam is het, om met enige duurzaamheid in ons verzekerd te zijn van een zoet besef van en een zeker deel aan die geestelijke zegeningen waarmee wij, voor zover wij in de Zoon van God geloven, in hemelse plaatsen in Christus Jezus gezegend zijn. Een glimp, een blik, een voorbijgaand gezicht, een teug, een voorproef, een druppel, een kruimel: onuitsprekelijk zoet zolang het duurt, maar zelden geschonken en snel weer verdwenen. Dat is in het algemeen alles wat wij lijken te ontvangen na veel zware arbeid, veel roepen, ernstig smeken en vurig verlangen naar de Heere, zoals Hij Zich aan ons geloof vertoont op de troon van Zijn genade.

Hoevelen zijn er die elke dag, en soms elk uur, uitroepen, al is het niet met dezelfde woorden, dan toch in dezelfde zin: „Kom, Heere Jezus, kom met kracht!” En toch, hoe lang lijkt Hij te toeven! Hoe zien zij steeds naar boven, totdat ogen en hart lijken te bezwijken, terwijl zij op Zijn verschijning wachten zoals de wachter op de morgen! Wat zouden zij graag een offer brengen, iets doen, iets zijn, iets verdragen, als Hij Zich maar aan hun ziel wilde openbaren! Hoe vaak zoeken en doorzoeken zij hun hart, hun lippen en hun leven, om te zien of er soms een kwade weg in is waardoor Hij Zijn lieflijk gelaat voor hen verbergt, en waardoor Hij geen enkel woord spreekt tot hun smachtend hart, een woord waardoor zij in lieflijke gemeenschap met Hem zouden kunnen zijn!

Hoe verlangen zij ernaar gezegend te worden met een wezenlijke verslagenheid van hart en ware bekommernis over hun zonden, en aan Zijn voeten weg te smelten en klein te worden bij het zien en voelen van Zijn bloedende, stervende liefde! Maar waar komt al dat verlangende uitzien en dat wachtende verwachten vandaan? Laten al die ernstige begeerten en vurige verlangens niet zien dat zij bij wie ze zo voortdurend gevonden worden, wedergeboren zijn tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden? Het is het Goddelijk leven in hun ziel dat de oorsprong en de bron is van dat inwendige zuchten, dat uitzien en verlangen. En dat Goddelijke leven ontstaat uit een nieuwe en geestelijke geboorte, die zelf de vrucht is van de opstanding van Jezus Christus uit de doden.

Het is niet het doodgeboren kind dat huilt; het is het huilen van het levende kind dat de moeder zo aan het hart gaat. Zo laten de kreten waarover we gesproken hebben zien dat er leven is. Maar waar leven is, is ook hoop. Want waarom zou iemand voortdurend roepen om, wachten op en vol verlangen uitzien naar een zegen waarvan hij geen hoop heeft die ooit te ontvangen? Als zij dan geen levende hoop hadden, zouden zij dan roepen? In een dode hoop wordt niet geroepen. Het is omdat de genade van de hoop in hun hart, net als elke andere genade van de Geest, levend is voor God, dat zij samen met geloof en liefde werkt. Zo brengt en houdt zij hen ernstig, oprecht en onvermoeid voor de troon, terwijl zij verwachten en uitzien naar wat God beloofd heeft te schenken aan hen die Hem verwachten.

Maar ’s Heeren gunst zal over die Hem vrezen
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen:
zijn trouw rust zelfs op ’t late nageslacht,
dat zijn verbond niet trouweloos wil schenden,
noch van zijn wet afkerig d’ oren wenden,
maar die naar eis van Gods verbond betracht.

Ps. 103:9

Aan de lezer…

Zijn het voor u maar druppels en kruimels? Een blik, een teug, onuitsprekelijk zoet zolang het duurt, maar snel weer verdwenen? En roept u elke dag, misschien elk uur: „Kom, Heere Jezus, kom met kracht!”, terwijl het u voorkomt dat Hij zo lang toeft? Doorzoekt u uw hart en leven of er een kwade weg in is, waardoor Hij Zijn lieflijk gelaat verbergt? Dan bent u niet zo verlaten als het lijkt.

Want dat zuchten, dat uitzien en verlangen komt niet uit uzelf voort. Het is het Goddelijk leven in uw ziel, geboren uit de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Een dode ziel bezwijkt niet van verlangen naar Zijn heil. Hoop dan op Zijn Woord, zoals de psalmdichter deed, en wacht op Hem zoals de wachter op de morgen. De gunst van de Heere blijft over hen die Hem vrezen, in eeuwigheid dezelfde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl