Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

2 min. lezen

En Ik zal u op saffieren grondvesten.
Jesaja 54:11

Voordat we vast kunnen staan in de dingen van God, moeten we een goed fundament hebben: iets stevigs waarop ons geloof, onze hoop, onze liefde, ja ons alles kan rusten. God belooft dat te leggen voor Zijn bedroefde Sion: „Ik zal u op saffieren grondvesten.” „Een gift”, lezen we, „is een kostbare steen in de ogen van hem die hem heeft.” Elk getuigenis dat God aan de ziel geeft, elke belofte die in het hart valt, elke openbaring van genade, elk bezoek van liefde, elke toepassing van de Waarheid, kunnen we in geestelijke zin dus een saffier noemen. Want zo’n getuigenis is werkelijk een edelsteen, schitterend met de gloed van de hemel. Wanneer God de saffieren dus in de ziel legt, vormen ze een stevig fundament voor het geloof.

En omdat ze door de hand van God Zelf gelegd zijn, moeten ze vast liggen; omdat het saffieren zijn, zijn ze onvergankelijk. Het is waar: die saffieren kunnen allemaal begraven raken onder het stof van vleselijkheid en wereldsgezindheid. De onreinheid en modder van onze gevallen natuur kunnen er als een vloed overheen rollen. Maar worden ze daardoor bedorven? Is hun aard veranderd, hun waarde verminderd, hun glans bezoedeld en hun luister gedoofd en verdwenen? Ze kunnen voor het oog verborgen zijn, de manier waarop ze gezet zijn kan verduisterd zijn en hun facetten kunnen een tijd dof zijn. Maar één straal van de Zon der Gerechtigheid brengt alles weer aan het licht; één streek van de hand van de Polijster geeft hun al hun schoonheid terug. De genade heeft niet meer gemeenschap met de zonde dan een diamant met een mesthoop.

Gij zult met luister mij omringen,
mij troosten in mijn smart.
Dan zal ik blij van hart
met luit en harp uw goedheid zingen,
o heilig Opperwezen,
door Israël geprezen!

Ps. 71:16

Aan de lezer…

Lezer, zijn de saffieren in uw ziel als het ware begraven geraakt? Is het stof van vleselijkheid en wereldsgezindheid eroverheen gegaan, en ziet u van alle beloften en bezoeken van liefde die u eens ontving nauwelijks nog een glans? Dan zegt uw hart misschien dat het allemaal bedrog is geweest. Maar wat God met eigen hand gelegd heeft, ligt vast; het is onvergankelijk, ook al zijn de facetten een tijd dof.

De modder van onze gevallen natuur kan de edelsteen bedekken, maar niet bederven. De genade heeft met de zonde niet meer gemeenschap dan een diamant met een mesthoop. Eén straal van de Zon der Gerechtigheid brengt alles weer aan het licht; één streek van de hand van de Polijster geeft alle schoonheid terug. Zie dan uit naar die straal, en rust intussen op wat Hij Zelf voor Zijn bedroefde Sion beloofd heeft: „Ik zal u op saffieren grondvesten.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl