11 juni
Maar die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.
Jesaja 40:31
Wat verschilt de godsdienst van een levende ziel van de godsdienst van een dode belijder! De godsdienst van een dode belijder begint met zichzelf en eindigt in zichzelf; begint in eigen wijsheid en eindigt in eigen dwaasheid; begint in eigen kracht en eindigt in eigen zwakheid; begint in eigen gerechtigheid en eindigt in eigen verderf. Er is in hem nooit een uitgang der ziel tot God, er zijn geen verborgen handelingen met de Heere, geen daden des geloofs ten opzichte van de Goddelijke volmaaktheden. Maar het kind van God, ofschoon dikwijls zwak, vermoeid en afgemat door vele moeilijkheden, lasten en smarten, stijgt, wanneer evenwel de Heere Zich vertoont en zijn kracht vernieuwt, omhoog en laat niet af zich op de vleugelen van geloof en liefde te verheffen totdat hij in het heiligdom des Allerhoogsten ingaat.
Een levende ziel kan nooit vergenoegd zijn, tenzij hij in een levendige vereniging en gemeenschap verkeert met de Heere van leven en heerlijkheid. Alles wat niet hiertoe strekt, is hem ledig. Alles wat de tijd en het genot bieden, kan een kind van God niet bevredigen. Niets anders dan de levensgemeenschap en vereniging met de Heere, Zijn tegenwoordigheid te genieten, Zijn liefde te smaken, Zijn gunst te genieten, Zijn heerlijkheid te aanschouwen, niets anders dan alleen dit zal ooit de behoeften van een verloste en wedergeboren ziel kunnen vervullen. Daartoe verwaardigt de Heere Zijn volk.
„Zij zullen de kracht vernieuwen.” Zij zullen niet altoos kermend op de grond liggen, niet altoos in bezwijming liggen vanwege de verwondingen door de zonde, niet altoos geketend door de boeien der wereld, niet altijd in hun ziel gejaagd als een veldhoen op de bergen. Er zal een vernieuwing van hun kracht zijn. „Zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen en niet moede worden; zij zullen wandelen en niet mat worden.”
Aan de lezer…
Soms ligt u kermend op de grond, zwak en afgemat door vele lasten en smarten. Bent u gejaagd als een veldhoen op de bergen, en lijkt het of uw kracht voorgoed is weggezonken? Ik zeg niet dat een kind van God nooit moe wordt. Ik zeg juist dat het dikwijls zwak, vermoeid en afgemat is. Maar het verschil met een dode belijder is dit: het kan niet vergenoegd zijn zonder de Heere Zelf, en het verwacht Hem.
Laat dan die ledigheid, die niets van de tijd en het genot kan vullen, u niet ontmoedigen. Zij is een teken van leven. „Die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.” Zij zullen niet altoos in bezwijming liggen. Wanneer Hij Zich vertoont, worden vleugelen gegeven, gelijk de arenden. Wacht dan op Hem, ook als het lang duurt. Wie Hem verwacht, zal lopen en niet moede worden, wandelen en niet mat worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.
Jesaja 40:31
Wat verschilt de godsdienst van een levende ziel van de godsdienst van een dode belijder! De godsdienst van een dode belijder begint bij zichzelf en eindigt in zichzelf. Hij begint in eigen wijsheid en eindigt in eigen dwaasheid; hij begint in eigen kracht en eindigt in eigen zwakheid; hij begint in eigen gerechtigheid en eindigt in eigen verderf. Er is bij hem nooit een uitgaan van de ziel naar God, er is geen verborgen omgang met de Heere, er zijn geen daden van geloof met betrekking tot de Goddelijke volmaaktheden. Maar het kind van God is vaak zwak, vermoeid en uitgeput door veel moeilijkheden, lasten en smarten. Toch stijgt het omhoog wanneer de Heere Zich vertoont en zijn kracht vernieuwt, en het houdt niet op zich op de vleugels van geloof en liefde te verheffen totdat het ingaat in het heiligdom van de Allerhoogste.
Een levende ziel kan nooit tevreden zijn, tenzij zij in een levendige vereniging en gemeenschap leeft met de Heere van leven en heerlijkheid. Alles wat daar niet toe leidt, is voor haar leeg. Alles wat de tijd en het genot te bieden hebben, kan een kind van God niet bevredigen. Niets anders dan de levensgemeenschap en vereniging met de Heere, het genieten van Zijn tegenwoordigheid, het smaken van Zijn liefde, het genieten van Zijn gunst, het aanschouwen van Zijn heerlijkheid, niets anders dan alleen dit zal ooit de behoeften van een verloste en wedergeboren ziel kunnen vervullen. Daartoe verwaardigt de Heere Zijn volk.
„Zij zullen de kracht vernieuwen.” Zij zullen niet altijd kermend op de grond liggen, niet altijd bezwijmd liggen door de wonden die de zonde slaat, niet altijd geketend zijn door de boeien van de wereld, niet altijd in hun ziel opgejaagd worden als een veldhoen op de bergen. Er zal een vernieuwing van hun kracht zijn. „Zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen en niet moede worden; zij zullen wandelen en niet mat worden.”
Aan de lezer…
Soms ligt u kermend op de grond, zwak en uitgeput door veel lasten en smarten. Wordt u opgejaagd als een veldhoen op de bergen, en lijkt het alsof uw kracht voorgoed verdwenen is? Ik zeg niet dat een kind van God nooit moe wordt. Ik zeg juist dat het vaak zwak, vermoeid en uitgeput is. Maar het verschil met een dode belijder is dit: het kan niet tevreden zijn zonder de Heere Zelf, en het verwacht Hem.
Laat dan die leegte, die niets van de tijd en het genot kan vullen, u niet ontmoedigen. Zij is een teken van leven. „Die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.” Zij zullen niet altijd bezwijmd blijven liggen. Wanneer Hij Zich vertoont, worden er vleugels gegeven, zoals de arenden hebben. Wacht dan op Hem, ook als het lang duurt. Wie Hem verwacht, zal lopen en niet moe worden, wandelen en niet mat worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But they that wait upon the LORD shall renew their strength.
Isaiah 40:31
How different the religion of a living soul is from the religion of a dead professor! The religion of a dead professor begins in self, and ends in self; begins in his own wisdom, and ends in his own folly; begins in his own strength, and ends in his own weakness; begins in his own righteousness, and ends in his own damnation! There is in him never any going out of soul after God, no secret dealings with the Lord, no actings of faith upon the divine perfections.
But the child of God, though he is often faint, weary, and exhausted with many difficulties, burdens and sorrows; yet when the Lord does show Himself, and renews his strength, he soars aloft, and never ceases to mount up on the wings of faith and love until he penetrates into the very sanctuary of the most High. A living soul never can be satisfied except in living union and communion with the Lord of life and glory. Everything short of that leaves it empty. All the things of time and sense leave a child of God unsatisfied. Nothing but vital union and communion with the Lord of life, to feel His presence, taste His love, enjoy His favor, see His glory—nothing but this will ever satisfy the desires of ransomed and regenerated souls. This the Lord indulges His people with.
“They shall renew their strength.” They shall not be always lying groaning on the ground, not always swooning away through the wounds made by sin, not always chained down by the fetters of the world, not always hunted in their souls like a partridge upon the mountains. There shall be a renewal of their strength; and in their renewal, “they shall mount up with wings as eagles; they shall run, and not be weary; and they shall walk, and not faint.”
To the reader…
Sometimes you lie groaning on the ground, weak and exhausted by many burdens and sorrows. Are you hunted like a partridge upon the mountains, and does it seem as if your strength has gone for good? I do not say that a child of God never grows weary. I say rather that it is often weak, weary and exhausted. But the difference from a dead professor is this: it cannot be satisfied without the Lord Himself, and it waits for Him.
Do not let that emptiness, which nothing of time and sense can fill, discourage you, then. It is a sign of life. “They that wait upon the LORD shall renew their strength.” They will not always lie fainting. When He shows Himself, wings are given, as eagles have. Wait for Him, then, even if it takes long. Whoever waits for Him shall run, and not be weary; shall walk, and not faint.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas los que esperan a Jehová tendrán nuevas fuerzas.
Isaías 40:31
¡Qué diferente es la religión de un alma viva de la religión de un profesante muerto! La religión de un profesante muerto comienza en el yo y termina en el yo; comienza en su propia sabiduría y termina en su propia necedad; comienza en su propia fuerza y termina en su propia debilidad; ¡comienza en su propia justicia y termina en su propia condenación! En él no hay nunca un salir del alma en pos de Dios, ni tratos secretos con el Señor, ni actos de fe sobre las perfecciones divinas.
Pero el hijo de Dios, aunque a menudo está desfallecido, cansado y agotado por muchas dificultades, cargas y penas, cuando el Señor Se muestra y renueva sus fuerzas, se eleva a lo alto y no deja de remontarse en las alas de la fe y del amor hasta penetrar en el santuario mismo del Altísimo. Un alma viva nunca puede quedar satisfecha sino en unión y comunión viva con el Señor de la vida y de la gloria. Todo lo que no llegue a eso la deja vacía. Todas las cosas del tiempo y de los sentidos dejan insatisfecho a un hijo de Dios. Nada sino la unión y comunión vital con el Señor de la vida, sentir Su presencia, gustar Su amor, gozar de Su favor, ver Su gloria: nada sino esto satisfará jamás los deseos de las almas rescatadas y regeneradas. Con esto regala el Señor a Su pueblo.
“Tendrán nuevas fuerzas.” No estarán siempre tendidos en tierra gimiendo, ni siempre desmayados por las heridas que hace el pecado, ni siempre encadenados por los grillos del mundo, ni siempre perseguidos en su alma como una perdiz por los montes. Habrá una renovación de sus fuerzas; y en su renovación “levantarán las alas como águilas, correrán, y no se cansarán, caminarán, y no se fatigarán”.
Al lector…
A veces usted está tendido en tierra gimiendo, débil y agotado por muchas cargas y penas. ¿Es perseguido como una perdiz por los montes, y le parece que sus fuerzas se han ido para siempre? No digo que un hijo de Dios nunca se canse. Digo más bien que a menudo está débil, cansado y agotado. Pero la diferencia con un profesante muerto es esta: no puede quedar satisfecho sin el Señor mismo, y Le espera.
No deje, pues, que ese vacío, que nada del tiempo y de los sentidos puede llenar, le desanime. Es una señal de vida. “Los que esperan a Jehová tendrán nuevas fuerzas”. No estarán siempre desmayados. Cuando Él Se muestra, se dan alas, como las tienen las águilas. Espérele, pues, aunque tarde. Quien Le espera correrá, y no se cansará; caminará, y no se fatigará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl